B9 11473. Rechtbank Amsterdam, 12 juli 2012, LJN: BX1567, Eiser tegen Stichting Stemra.
Auteursrecht. Uitspraak in de geruchtmakende affaire Melchior Rietveldt / Stemra, over het uitbetalen van de vergoeding voor de muziek bij een anti-piraterijfilmpje dat, zonder dat componist Rietveldt dat wist, voorafgaand aan de hoofdfilm op miljoenen DvD’s te zien was. Rietveldt verzocht Buma-Stemra om de vergoeding daarvoor te innen en te betalen, maar kwam daardoor in een slepend conflict terecht met Buma-Stemra, wat leidde tot de Pownews-affaire, het vertrek van Buma bestuurder Gerrits, kamervragen, een CvtA-rapport en een recent amvb-voorstel van Fred Teeven. De spot zelf wordt inmiddels niet meer gebruikt.
Na op een eerdere zitting Stemra al tot meer voortvarendheid aan te hebben gespoord en daartoe ook concrete aanwijzingen te hebben gegeven (en een voorschot van €20.000,- toekende), wijst de voorzieningenrechter in het onderhavige vonnis de vorderingen van Rietveldt in zoverre toe dat zij Stemra veroordeelt “haar maatregelen te (blijven) nemen in verband met het gebruik van de Spot op DVD’s, met dien verstande dat Stemra zich in redelijkheid dient te blijven inspannen voor eiser en dat Stemra als zij meent dat de grenzen van haar verplichtingen zijn bereikt daar schriftelijk verantwoording voor dient af te leggen.” De overige vorderingen worden afgewezen.
Na de genoemde zitting heeft Stemra in juni 2012 tegen finale kwijting voor een bedrag van €60.000,00 een schikking getroffen met de NVPI voor gebruik van de spot in Nederland en België over 2007 tot en met maart 2012. Eiser is het nu echter niet (meer) eens is met de schikking, maar daarover oordeelt de voorzieningenrechter: “rekening houdend met beleidsvrijheid die Stemra heeft bij het aangaan van een schikking kan echter in dit geding niet worden vastgesteld of Stemra in alle redelijkheid niet tot deze schikking had mogen komen en Stemra in die zin jegens eiser is tekortgeschoten. Dit vergt een nader onderzoek naar de feiten waarvoor dit kort geding zich niet leent. Een en ander zal in de bodemprocedure nader aan de orde komen waarin overigens niet alleen de gevorderde schadevergoeding met betrekking tot de schikking, maar ook de gehele schadevergoedingsvordering uit hoofde van de vermeende wanprestatie door Stemra aan de orde kan komen.”
Ook heeft Stemra ter zitting naar voren gebracht dat zij de mogelijkheden onderzoekt om de buitenlandse Warner distributeurs in Nederland te dagvaarden. Uit de brief van 13 juni 2012 volgt dat Stemra eiser heeft uitgenodigd voor een gesprek om de mogelijkheden op dat punt te bespreken. “Bij deze stand van zaken is gezien de belangen van Stemra met betrekking tot het kostenaspect vooralsnog niet voldoende aannemelijk geworden dat Stemra met betrekking tot Warner Bros reeds nu is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen van het exploitatiecontract waardoor zij reeds schadeplichtig is jegens eiser. Stemra is nog aan zet om stappen te ondernemen en probeert eiser hierbij te betrekken.”
5. De beslissing. De voorzieningenrechter:
5.1. Veroordeelt Stemra haar maatregelen te (blijven) nemen in verband met het gebruik van de Spot op DVD’s, met dien verstande dat Stemra zich in redelijkheid dient te blijven inspannen voor [eiser] en dat Stemra als zij meent dat de grenzen van haar verplichtingen zijn bereikt daar schriftelijk verantwoording voor dient af te leggen.
5.2. Veroordeelt Stemra in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van [eiser] begroot op:
– EUR 90,64 aan explootkosten,
– EUR 1.436,00 aan griffierecht en
– EUR 816,00 aan salaris advocaat.
5.3. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
5.4. Wijst het meer of anders gevorderde af.
Lees het vonnis hier.