Aanzienlijke belangen bij de handhaving van de status quo

Print pagina

B9 11611. Vzr. Rechtbank ’s-Gravenhage, 3 september 2012, gevoegde zaken KG ZA 12-905, Sanofi SA tegen Pharmachemie B.V. en Teva Pharma B.V. en KG ZA 12-928, Sanofi SA tegen Teva Pharma B.V.  

Octrooirecht. Als een kort geding nog niet snel genoeg gaat: provisioneel vonnis in kort geding. Voor het geval het vonnis in onderhavig kort geding niet zou worden gewezen vóór 1 september 2012 en Teva niet toe zou zeggen af te zullen zien van verhandeling van geneesmiddelen die Irbesartan en HCTZ omvatten voor de duur van deze procedure, vorderde eiseres Sanofi een provisoneel verbod. Die vordering wordt toegewezen. De vzr. verbiedt Pharmachemie en Teva Nederland, voor de duur van de procedure tot het moment dat vonnis wordt gewezen, het in het verkeer brengen, verder verkopen, afleveren of anderszins verhandelen of voor dit een en ander (verder) aanbieden van de desbetreffende (generieke) geneesmiddelen.

Teva heeft weliswaar toegezegd dat zij tot en met maandag 3 september 2012 wilde afzien van verhandeling van de desbetreffende geneesmiddelen, maar wilde die toezegging niet doen voor de gehele duur van deze procedure, dat wil zeggen tot vonnis zal worden gewezen in het onderhavig kort geding. De vorderingen van Sanofi komen de vzr. bovendien “geenszins zonder grond voor en zij heeft aanzienlijke belangen gesteld bij handhaving van de status quo (dat wil zeggen zonder verhandeling van generiek irbesartan en HCTZ) totdat vonnis zal worden gewezen. Nu daaromtrent door Sanofi niets naders is gesteld, zal het provisionele verbod zich niet hebben uit te strekken tot “op enigerlei wijze betrokken zijn bij” verhandeling.” De beslissing over de 1019h proceskosten wordt aangehouden totdat over de overige vorderingen zal zijn beslist.

Lees het vonnis hier.