Artiestennaamkaping (HB)
Print pagina
B9 11529. Gerechtshof Amsterdam, 24 juli 2012, zaaknr. 200.100.441/01, Heerink tegen Van den Berg (met dank aan Jan Brölmann en Margriet Koedooder, De Vos & Partners Advocaten).
Merkenrecht. Entertainmentrecht. Stukgelopen samenwerking. Zeer kort arrest waarbij het hof appellant Heerink, wiens advocaat zich heeft onttrokken, niet ontvankelijk verklaart in het hoger beroep ‘bij gebreke van grieven’.
Het hoger beroep richtte zich tegen Rb Amsterdam (sectie kanton), 30 september 2011, B9 10209. Partijen vormden samen de band 'Vandenberg' en eisers (Kemper & Heerink) stelden dat gedaagde Van den Berg (de legendarische hardrockgitarist) in 2010 te kwader trouw op eigen naam het beeldmerk VANDENBERG zou hebben gedeponeerd en vorderden dat het merk op naam van alle bandleden zou worden gezet. Eisers hadden zelf in 2011 het woordmerk VANDENBERG gedeponeerd (waartegen Van den Berg oppositie heeft ingesteld) en eisers stelden eveneens dat Van den Berg inbreuk maakt op het woordmerk.
De kantonrechter oordeelde dat er wat het beeldmerk betreft geen sprake was van spoedeisend belang, nu het beeldmerk nooit is gebruikt. Wat betreft het woordmerk oordeelde de kantonrechter dat van inbreuk geen sprake was. Dat Van den Berg bij de oprichting van de band, de naam Vandenberg zou hebben overgedragen aan een gemeenschappelijk vermogen dat toebehoorde aan de vier bandleden was niet aannemelijk gemaakt.
Lees het arrest hier.

























