Bevel tot overdracht van de domeinnaam Jan.nl

20-07-2012 Print this page

B9 11491. Jan.nl. WIPO Arbitration and Mediation Center, uitspraak geschillenbeslechter (Willem Leppink), Zaaknr. DNL2012-0016, Maatschap JAN©  tegen Thate Consultancy.

Bevel tot overdracht van de domeinnaam <jan.nl>. Interessante uitspraak over de handel in domeinnamen. “De activiteit van het met winstoogmerk verkopen van algemeen aantrekkelijke domeinnamen is niet noodzakelijk ontoelaatbaar onder de Regeling of anderszins; dat kan echter anders zijn indien, als in het onderhavige geval, dergelijke praktijken gericht gebruik pogen te maken van de wetenschap bij de domeinnaamhouder dat een partij beschikt over bepaalde intellectuele-eigendomsrechten die identiek zijn aan of verwarringwekkend overeenstemmen met de domeinnaam.”

Eiseres JAN© beroept zich in deze procedure op haar merk- en handelsnaamrechten op de aanduiding JAN. Verweerder heeft slechts gesteld dat hij over vele domeinnamen beschikt die niet allemaal kunnen worden ingezet voor de ondernemingsactiviteiten van Verweerder, welke domeinnamen hij graag wil verkopen tegen aantrekkelijke bedragen. 

De Geschillenbeslechter stelt voorop dat “Jan” een zeer veel voorkomende persoonsnaam is in Nederland en dat de registratie van een domeinnaam bestaande uit die naam in beginsel niet is voorbehouden aan een partij die beschikt over intellectuele-eigendomsrechten op de naam Jan. Bij een dergelijke domeinnaam zal in het algemeen niet snel sprake zijn van registratie of gebruik te kwader trouw.  Eiseres heeft echter gesteld dat Verweerder de Domeinnaam hoofdzakelijk heeft geregistreerd met het doel om deze tegen een bedrag hoger dan de registratiekosten te verkopen aan Eiseres en eventueel aan de concurrenten van Eiseres.

Eiseres heeft haar stellingen zorgvuldig onderbouwd door aan te tonen dat op de dag dat de Domeinnaam werd geregistreerd op naam van Verweerder, Verweerder haar de Domeinnaam per e-mail pro-actief te koop heeft aangeboden voor een bedrag van EUR 30.000. Daarbij komt dat Eiseres haar interesse in de Domeinnaam ook al had geuit aan de voormalige houder van de Domeinnaam. Verweerder heeft niet ontkend en heeft bevestigd dat Verweerder de Domeinnaam pas heeft geregistreerd c.q. verworven op een datum gelegen na het moment dat Eiseres bij de vorige houder van de Domeinnaam haar interesse kenbaar heeft gemaakt, en heeft ook overigens voornoemde beweringen van Eiseres niet bestreden.

De Geschillenbeslechter komt gelet op alle omstandigheden van het geval tot de conclusie dat Verweerder de Domeinnaam inderdaad te kwader trouw heeft geregistreerd, c.q. gebruikt, namelijk met als kennelijk doel om deze, met in deze kwestie relevante voorkennis van Eiseres’ rechten, aan Eiseres te verkopen tegen een bedrag dat hoger is dan de registratiekosten in de zin van artikel 3.2 sub a van de Regeling. De Geschillenbeslechter merkt hierbij op dat de activiteit van het met winstoogmerk verkopen van algemeen aantrekkelijke domeinnamen niet noodzakelijk ontoelaatbaar is onder de Regeling of anderszins; dat kan echter anders zijn indien, als in het onderhavige geval, dergelijke praktijken gericht gebruik pogen te maken van de wetenschap bij de domeinnaamhouder dat een partij beschikt over bepaalde intellectuele-eigendomsrechten die identiek zijn aan of verwarringwekkend overeenstemmen met de domeinnaam.

Lees de uitspraak hier.