BiBaBeroep verworpen door Raad van State
Print pagina
B9 11391. Raad van State, 27 juni 2012, zaaknr. 201108858/1/A3, TROS tegen Commissariaat voor de Media.
Mediarecht. Reclamerecht. Bij besluit van 20 oktober 2009 heeft het Commissariaat de TROS een boete opgelegd ter hoogte van € 270.000,00 wegens de overtreding van het sponsorverbod door de uitzending van het door supermarktketen C-1000 gesponsorde programma BiBaBoerderij en de overtreding van het dienstbaarheidsverbod door de verkoop van merchandising. De rechtbank Amsterdam heeft het door de TROS daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard. De Raad van State volgt het oordeel van het CvdM, maar matigt de boete tot € 100.000,00.
Sponsorverbod: 2.6.3. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld dat het Commissariaat niet aannemelijk heeft gemaakt dat Schuitema als particuliere onderneming die zich gewoonlijk niet bezighoudt met omroepactiviteiten of met de vervaardiging van audiovisuele producties, een financiële of andere bijdrage heeft verstrekt aan de TROS ten behoeve van de totstandkoming of aankoop van het kinderprogramma. Naar het oordeel van de Afdeling is de rechtbank dan ook terecht tot de conclusie gekomen dat het Commissariaat zich onder de gegeven feiten en omstandigheden ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het sponsorverbod is overtreden.
Dienstbaarheidsverbod: De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat het Commissariaat bevoegd was een boete op te leggen wegens overtreding van artikel 55, eerste lid, van de Mediawet. Dat de TROS, naar zij stelt, niet actief heeft meegewerkt aan het in de markt zetten van merchandising, wat daar ook van zij, leidt niet tot een ander oordeel nu opzet geen vereiste is voor overtreding van het in artikel 55, eerste lid, van de Mediawet neergelegde verbod.
Matiging opgelegde boete: 2.13.5. De TROS heeft zich onweersproken op het standpunt gesteld dat het Commissariaat nog niet eerder een boete heeft opgelegd wegens overtreding van het dienstbaarheidverbod in verband met merchandising. Naar het oordeel van de Afdeling had het Commissariaat in die omstandigheid aanleiding moeten zien de boete te verlagen. In de Beleidslijn is immers de omstandigheid dat de interpretatie van de geschonden norm niet eerder is betrokken in het toezichtsbeleid van het Commissariaat als boeteverlagende omstandigheid opgenomen.
Het Commissariaat heeft voorts ten onrechte als boeteverhogende omstandigheid meegenomen de combinatie van afspraken tussen de TROS, Biba B.V., GSM en Schuitema. Bij de kwalificatie van de zwaarte van de overtreding heeft het Commissariaat, zoals hiervoor onder 2.13.2 is overwogen, het grote commerciële belang dat derden hadden bij de exploitatie van het concept "bibaboerderij" zwaar laten wegen. De afspraken tussen de verschillende partijen zijn derhalve reeds betrokken bij de kwalificatie van de overtreding door het Commissariaat als zeer ernstig als bedoeld in artikel 2.7 van de Beleidslijn, waardoor de zwaarste boetecategorie is gehanteerd. Om die reden mocht het Commissariaat die afspraken bij de beoordeling van de hoogte van de boete niet nogmaals betrekken als boeteverhogende omstandigheden. De rechtbank heeft dit ten onrechte niet onderkend.
Lees de uitspraak hier. Eerder uitspraken hier. Mediabericht: “TROS legt Bibaboerderij voor aan Europese Hof” hier.

























