Citaten uit ongepubliceerd werk van Gerard Reve

Print pagina

B9 11379. Gerechtshof Amsterdam, 26 juni 2012, LJN: BW9334, Uitgeverij Van Oorschot tegen Joop Schafthuizen.

Auteursrecht. Hoger beroep in kort geding over het gebruik van citaten uit ongepubliceerd werk van Gerard Reve in het derde deel van een door Nop Maas geschreven biografie van Gerard Reve. Het Hof vernietigt het vonnis waarvan beroep, Vzr. Rechtbank Amsterdam, 16 juni 2011, B9 9807

De voorzieningenrechter wees het gevraagde verbod tot publicatie van het derde deel toe, maar het hof oordeelt dat voldoende aannemelijk is dat de dat auteursrechthebbende, Joop Schafthuizen, de partner van de in april 2006 overleden Gerard Reve, daarvoor toestemming heeft verleend:

“(…) Daaruit blijkt dat Geïntimeerde heeft beseft dat de drukproef hem slechts ter controle van de afgesproken aanpassingen zou worden toegestuurd en het hem niet vrij zou staan nadien nog andere aanpassingen van de tekst te verlangen.  Appellanten stellen zich dan ook terecht op het standpunt dat de door  Geïntimeerde  gegeven toestemming onvoorwaardelijk is geworden en dat zij hem daaraan kunnen houden.”

Het standpunt dat met het derde deel van de biografie een ontoelaatbare inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer wordt gemaakt (doordat daarin het beeld wordt opgeroepen dat alles in het leven van Gerard Reve en zijn partner zou hebben gedraaid om erotiek, drank en geld)  acht het hof daarnaast onvoldoende onderbouwd. Het gevorderde verbod is voor zover het daarop is gebaseerd derhalve evenmin toewijsbaar. 1019h proceskosten Joop Schafthuizen: €12.282.

3.7. Aangenomen moet worden dat toen op 12 november 2010 de drukproef van het derde deel aan  Geïntimeerde werd toegezonden aan de door hem gestelde voorwaarden was voldaan. Dat in de tekst nog citaten voorkwamen waartegen Schafhuizen op grond van het door hem gemaakt voorbehoud met betrekking tot het niet kwetsen van personen en het niet noemen van financiële zaken in redelijkheid bezwaar kon maken wordt ook niet door  Geïntimeerde  betoogd en vindt in het feitenmateriaal geen steun.  Appellanten hebben onweersproken gesteld dat alle door  Geïntimeerde doorgehaalde passages toen waren geschrapt en alle passages waarover hij wenste te overleggen in overleg conform zijn wensen waren aangepast. Het feitenmateriaal biedt geen steun voor de gevolgtrekking dat  Geïntimeerde  onvoldoende in de gelegenheid is gesteld of geweest om de tekst van deel drie in te zien en op door hem ongewenst geachte citaten na te lezen. Integendeel, uit de hierboven onder 3.1 sub x tot en met xx opgesomde feiten valt op te maken aan  Geïntimeerde  (ruim) voldoende tijd is gegund om zijn bezwaren kenbaar te maken, dat hij de aan hem geboden gelegenheid ook heeft benut en dat vervolgens door  Appellanten op zorgvuldige wijze met de door  Geïntimeerde gewenste aanpassingen van de tekst is omgegaan.

Dat  Geïntimeerde  zich in de gang van zaken goed kon vinden en de tekst geheel conform zijn wensen is gewijzigd volgt ook uit zijn uitlatingen hierboven geciteerd onder 3.1 sub xv, xvi en xix. Daaruit blijkt tevens dat  Geïntimeerde  heeft beseft dat de drukproef hem slechts ter controle van de afgesproken aanpassingen zou worden toegestuurd en het hem niet vrij zou staan nadien nog andere aanpassingen van de tekst te verlangen.  Appellanten  stellen zich dan ook terecht op het standpunt dat de door  Geïntimeerde  gegeven toestemming onvoorwaardelijk is geworden en dat zij hem daaraan kunnen houden.

3.8.  Geïntimeerde  heeft zich erop beroepen dat de publicatie van het derde deel van de biografie een ontoelaatbare inbreuk maakt op zijn persoonlijke levenssfeer doordat daarin het beeld wordt opgeroepen dat alles in het leven van Gerard Reve en zijn partner  Geïntimeerde  zou hebben gedraaid om erotiek, drank en geld.  Appellanten  hebben hiertegen ingebracht dat  Geïntimeerde  geen voorbeelden geeft van onjuistheden die in de tekst van het derde deel van de biografie zouden voorkomen en voorts dat daarin geen nieuwe feiten worden geopenbaard. Volgens  Appellanten  is de essentie van hetgeen in dat deel van de biografie wordt beschreven (en aan de hand van citaten wordt geïllustreerd) al lang bekend onder meer uit (mede) op instigatie van  Geïntimeerde  gepubliceerde brievenboeken en voorts uit uitspraken die Gerard Reve en  Geïntimeerde  zelf in interviews hebben gedaan. Bovendien schetst de biografie volgens  Appellanten  een reëel en voldoende veelzijdig beeld van de laatste 30 levensjaren van Gerard Reve en de rol die onder meer  Geïntimeerde  daarin heeft gespeeld.

Geïntimeerde  heeft dit een en ander niet bestreden en zijn bezwaren tegen het derde deel van de biografie in hoger beroep ook niet verder feitelijk toegelicht en geconcretiseerd. Blijkens de inleidende zin van de memorie van antwoord draait de zaak ook in de visie van  Geïntimeerde  dan ook met name om de vraag of hij toestemming heeft gegeven voor het gebruik van citaten uit ongepubliceerd werk van Gerard Reve. Zijn standpunt dat met het derde deel van de biografie een ontoelaatbare inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer wordt gemaakt acht het hof in het licht van het voorgaande onvoldoende onderbouwd. Het door hem gevorderde verbod is voor zover het daarop is gebaseerd derhalve evenmin toewijsbaar.

3.9.  Geïntimeerde  heeft nog aandacht gevraagd voor de wederzijdse belangen en betoogt dat reeds op grond daarvan het door  Appellanten  ingestelde appel dient te falen. Daarbij verliest hij echter uit het oog dat, met inachtneming van hetgeen hiervoor onder 3.3 is overwogen, een verbod als het onderhavige slechts kan worden toegewezen als daarvoor in het feitenmateriaal voldoende rechtvaardiging is te vinden. Het hof komt anders dan de voorzieningenrechter tot de slotsom dat dit niet het geval is.

3.11. (…) Geïntimeerde  dient als de in het ongelijk gestelde partij de kosten van het geding in beide instanties te dragen. Door  Geïntimeerde  is geen verweer gevoerd tegen de (hoogte van de) door  Appellanten  gevorderde kosten voor rechtskundige bijstand (€ 7.840 in eerste aanleg en in totaal € 12.282, - in hoger beroep). De genoemde bedragen zullen derhalve worden toegewezen, vermeerderd met een bedrag aan verschotten van € 258,- in eerste aanleg en van € 725,31 in hoger beroep.

De kostenveroordeling zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.  Geïntimeerde  heeft zich weliswaar tegen de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het arrest van het hof verzet doch ziet daarbij kennelijk over het hoofd dat inzet van het onderhavig appel niet is de toewijzing van een door  Appellanten  gevorderde voorziening maar het alsnog afwijzen van een door  Geïntimeerde  in eerste aanleg gevorderd verbod (en het door het hof te wijzen arrest zich derhalve, behoudens de kostenveroordeling die door  Geïntimeerde  niet in zijn beschouwing wordt betrokken, niet leent voor executie en daarmee ook niet voor de door  Geïntimeerde  verlangde schorsing van de werking daarvan).

Lees het arrest hier.