Daarmee heeft zij onvoldoende aan haar vergewisplicht voldaan

Print pagina

B9 11477. Gerechtshof  ’s-Hertogenbosch, 17 juli 2012, Nooteboom Textiel B.V. tgen Michael Miller Fabrics LLC c.s. (met dank aan Rutger van Rompaey, QuestIE Advocatuur en Luuk Jonker, Holla Advocaten).

Auteursrecht. Stofdessins. Het hof bekrachtigt het vonnis  waarvan beroep (Rb Breda, 5 januari 2011, IEPT20110105), met die uitzondering dat het auteursrecht van een van de drie eiseressen alsnog wordt afgewezen, omdat, kort gezegd, geen papieren bewijs is overlegd, maar een afdruk van een website. “Op zichzelf sluit dat niet uit dat daarin voldoende aanwijzing voor publicatie en datering kan zijn gelegen, doch dat hangt van de concrete omstandigheden van het geval af.” In dit geval acht het hof de website onvoldoende duidelijk aangaande het makerschap.  Het auteursrecht op de stofdessins van de andere twee eiseressen wordt wel aangenomen, net als de inbreuk daarop door gedaagde Nooteboom. De 1019h proceskosten worden gecompenseerd.

Vermeldenswaardige overwegingen van het hof betreffen o.a. het gebruik van een copyright notice op een website (ziet die op het ontwerp van de website of op de content?), de onderzoeksplicht van een stoffenproducent en de vordering tot winstafdracht of winstderving:

Copyright notice website: 4.8.4.3. Voor zover Nooteboom meent een tegenstrijdigheid te kunnen constateren op grond van de omstandigheid dat de website van MMF een copyright notice met het jaartal 2003 bevat verwerpt het hof die redenering. Die copyright notice ziet immers kennelijk op het ontwerp van de website. De actuele inhoud daarvan (de "content") van een website pleegt, als het goed is, regelmatig te worden geactualiseerd. En dan is het niets bijzonders dat content van 2007 of later wordt getoond op een website "van" 2003. Het bovenstaande impliceert overigens wei, dat de copyright notice van 2003 niet bewijst dat de litigieuze dessins van MMF ook reeds sedert 2003 zouden bestaan, doch voor toewijzing van het gevorderde is dat ook niet nodig.

Onderzoeksplicht: 4.10.5. Volgens Nooteboom doet zij in de eerste plaats enkel zaken met betrouwbare leveranciers. Betrouwbaar ten aanzien van de kwaliteit van het product en het nakomen van afspraken, maar ook ten aanzien van de afwezigheid van schendingen van rechten van derden. Ten tweede stelt Nooteboom haar leveranciers op te dragen aan haar alleen stoffen te verkopen die geen inbreuk maken op rechten van derden. Ten derde, aldus Nooteboom) schaft zij de stoffen aan op beurzen of in showrooms van de leveranciers waarin "vrijgegeven" dessins hangen) dat wil zeggen: dessins die niet in opdracht van een derde zijn vervaardigd. Verdergaande controle, aldus Nooteboom, is niet mogelijk.

4.1 0.6. In een geval als het onderhavige ga.at de onderzoeks- en vergewisplicht van een handelaar zoals Nooteboom aanmerkelijk minder ver dan die van een meubelhandelaar als Van Roon in het hierboven aangehaalde geval. Dat wil echter niet zeggen dat niet een zekere inspanning van een handelaar zoals Nooteboom zou mogen worden verlangd. Van Nooteboom mocht meer worden verwacht dan zij feitelijk heeft gedaan. De eerste twee handelingen zoals hiervoor aangeduid zijn minimumhandelingen, waaraan inderdaad voldaan zal moeten worden, maar dat is niet genoeg. Het derde aspect is naar 's hofs oordeel niet zo relevant. Immers, dat een fabrikant aan een handelaar geen producten showt die hij in specifieke opdracht van een derde heeft gemaakt sluit niet uit dat hij voor eigen risico namaak op de markt brengt.

4.10. 7. Ook "legale" stoffen die in China worden ontworpen moeten een feitelijke maker hebben. Chinese producenten zullen in elk geval geacht moeten worden op de hoogte van het fenomeen "namaak'' te zijn en kunnen dus niet verrast zijn als hun daaromtrent een vraag wordt gesteld.

4.10.8. Tegen die achtergrond kan Nooteboom niet volstaan met een algemene opdracht dat hij geen stoffen wenst af te nemen waarop rechten van derden rusten noch met een algemene vraag of een bepaalde concrete stof wel rechtenvrij is. Zij zal in voorkomend geval moeten vragen, bijvoorbeeld wie de maker is en waaraan de fabriek het auteursrecht ontleent. Dat alles heeft Nooteboom nagelaten. Daarmee heeft zij onvoldoende aan haar vergewisplicht voldaan en kan zij zich dus niet disculperen.

Winstafdracht of winstderving: 4.12.7. (…) In het arrest van 16 juni 2006 ligt besloten dat voor toewijzing van een vordering tot winstafdracht geen andere vereisten gelden dan voor toewijzing van schadevergoeding in het algemeen. Dat geldt dus ook voor de mate van verwijtbaarbeid aan de zijde van Nooteboom.

4.12.8. Zoals gezegd behoeft het hof hierop verder niet in te gaan, omdat alle relevante kwesties in de schadestaat aan de orde kunnen komen, waaronder een beroep op het gegeven dat MMF c.s. haar schade onvoldoende zou hebben beperkt (…) immers heeft gedoogd dat de gestelde inbreuk door Nooteboom werd voortgezet, zulks terwijl Nooteboom juist- zie ook haar inzet om de verkoop van Trio Dancers c.a. na de aanzeggingen te staken- alleszins bereid was om zich in te spannen de inbreukmakende stoffen uit de markt te halen. Dit verweer, inhoudende dat MMF c.s. de schade onvoldoende heeft beperkt, dient in de schadestaatprocedure aan de orde te komen doch leidt in dit stadium niet tot afwijzing van het gevorderde.

Lees het arrest hier.