De bijdragen van de auteurs kunnen niet van elkaar gescheiden worden

Print pagina

B9 11711. Vzr. Rechtbank Amsterdam, 4 oktober 2012, KG ZA 12-1133 HJ/BB, Klerk h.o.d.n. Harlequins Interactive tegen Bell h.o.d.n. Bell Curve (met dank aan Dieuwke Levinson-Arps, LA-Law).

“Uit de aard van het werk, te weten een computerprogramma, volgt dat de bijdragen van de auteurs niet van elkaar gescheiden kunnen worden. Weliswaar zou wellicht op broncodeniveau kunnen worden uitgemaakt wie welke code geschreven heeft. De broncode is echter geen doel op zich maar een tussenstap om tot het computerprogramma te komen en na compilatie van de broncode is één geheel ontstaan, waarin in ieder geval voor derden niet meer aanwijsbaar is welke auteur welk deel van het programma heeft geschreven. Voorshands is dan ook een gezamenlijk auteursrecht het meest waarschijnlijk.”

Auteursrecht. Software. Stukgelopen samenwerking. Gedaagde Bell is programmeur en heeft als ‘software architect’ voor dan wel met K. aan opdrachten voor derden gewerkt, waaronder het zogenoemde CloudOrderBook-project, kort gezegd, een app waarmee (mode)bedrijven hun klanten bestellingen kunnen laten doen. Nadat Bell de applicatie-broncode aan CloudOrderBook ter beschikking had  gesteld, maar voor de verrichte werkzaamheden  niet meer dan een voorschot had gekregen, zegt Bell de samenwerking op en gaat als ZZP-er in opdracht van CloudOrderBook verder met de ontwikkeling van de applicatie. CloudOrderBook heeft vervolgens haar opdracht bij K. ingetrokken. K. heeft, na een schikking, afstand  gedaan van zijn aandelen en CloudOrderBook heeft een bedrag van € 28.500,= aan K. betaald. De factuur van Bell van €55.000,- is onbetaald gebleven. 

K. stelt i.c. dat Bell inbreuk maakt op zijn auteursrechten op de App, doordat Bell zonder toestemming van Klerk de broncode van de App aan CloudOrderBook ter beschikking zou hebben gesteld en vervolgens heeft meegewerkt aan de verdere ontwikkeling daarvan, maar ziet zijn vorderingen afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelt dat niet met zekerheid is vast te stellen bij wie het auteursrecht op de App rust, nu beiden aan de applicatie hebben gewerkt:

5.2. (…) “Uit de aard van het werk, te weten een computerprogramma, volgt dat de bijdragen van de auteurs niet van elkaar gescheiden kunnen worden. Weliswaar zou wellicht op broncodeniveau kunnen worden uitgemaakt wie welke code geschreven heeft. De broncode is echter geen doel op zich maar een tussenstap om tot het computerprogramma te komen en na compilatie van de broncode is één geheel ontstaan, waarin in ieder geval voor derden niet meer aanwijsbaar is welke auteur welk deel van het programma heeft geschreven. Voorshands is dan ook een gezamenlijk auteursrecht het meest waarschijnlijk.”

Of het auteursrecht aan CloudOrderBook is overgedragen kan zonder nader onderzoek naar de feiten niet worden vastgesteld. Of het ter beschikking stellen van de broncode, zoals Bell stelt, in opdracht van K. is gebeurd, of juist zonder medeweten van K. zoals K stelt, kan eveneens niet in dit kort geding worden vastgesteld, waardoor niet kan worden gezegd of de gestelde auteursrechtinbreuk aannemelijk is geworden.

5.4. Of het CloudOrderBook vrijstond de applicatie zoals deze door Klerk en Bell was ontwikkeld verder te ontwikkelen zal afhangen van de vraag of haar het auteursrecht is overgedragen in het kader van de schikking. De werkzaamheden die Bell in dat kader heeft verricht vormen naar het voorlopig oordeel van de voorzieiengenrechter geen zelfstandige auteursrechtinbreuk, omdat deze noch als verveelvoudiging noch als openbaarmaking kunnen worden gezien. Het verveelvoudigen had immers al plaatsgevonden toen de broncode aan CloudOrderBook ter beschikking werd gesteld; het verder bewerken van die broncode ten behoeve van CloudOrderBook kan niet als verveelvoudiging door Bell worden gezien. Een openbaarmaking heeft nog steeds niet plaatsgevonden.
Van auteursrechtinbreuk of onrechtmatig handelen door Bell is derhalve geen sprake.

De reconventionele vordering van Bell wordt afgewezen waar het de op een uurtarief gebaseerde bedrag van €50.000,- betreft, aangezien een afspraak over een uurtarief geen onderdeel van de overeenkomst van opdracht was. Wel wordt Bell een voorschot op een vergoeding toegekend voor de in het kader van de samenwerking door hem verrichtte arbeidsprestatie, berekend naar de mate waarin ieder tot het programma heeft bijgedragen (65% Bell, 35% Klerk). Het voorschot op deze geschatte vergoeding wordt vastgesteld op €2.800,-.

De proceskosten in reconventie worden gecompenseerd, de (1019h?) proceskosten in conventie worden vastgesteld op €1.083,- ten laste van K.

Lees het vonnis hier.