De EEX en het ‘centrum van zijn belangen'
Print pagina
B9 11390. Daan de Lange, Brinkhof: Noot JBPr onder HvJ EU 25 oktober 2011 in de gevoegde zaken C-509/09 (eDate Advertising GmbH/X) en C-161/10 (Martinez/MGN Limited).
In deze zaak geeft het Hof van Justitie van de Europese Unie een belangrijke nieuwe toepassing aan art. 5(3) EEX-verordening (verordening (EG) nr. 44/2001). Het HvJ beantwoordt tevens vragen van uitleg over richtlijn 2000/31/EG (de richtlijn elektronische handel). Deze noot zal zich alleen bezighouden met het EEX-aspect van het arrest.
(….) Het feitencomplex in beide zaken is relatief eenvoudig en komt met elkaar overeen. Er is in beide zaken sprake van een uiting op internet waardoor een natuurlijke persoon, ‘X’ respectievelijk Martinez, zich in zijn ‘persoonlijkheidsrechten’ (ik kom nog terug op deze term) voelt aangetast. Zowel X als Martinez begint een procedure, beiden voor een gerecht van de lidstaat waar hij zelf woonplaats heeft (Duitsland respectievelijk Frankrijk). De gedaagden in beide zaken hebben ieder woonplaats in een andere lidstaat. De Duitse rechter (het Bundesgerichtshof) en de Franse rechter (het Tribunal de grande instance de Paris) stelden zich de vraag of zij wel internationale rechtsmacht hebben.
(…) Het HvJ heeft naar mijn mening met het Martinez-arrest een belangrijke beslissing gegeven. Het HvJ (Grote Kamer) heeft besloten op het terrein van het internet de bestaande bevoegdheidsregels uit te breiden. Daartoe introduceert het HvJ als nieuw aanknopingspunt het begrip “centrum van zijn belangen”, dat naar mijn weten niet eerder in de rechtspraak over het EEX is voorgekomen.
Lees de volledige noot hier.

























