De eisen voor toekenning van schadevergoeding
Print paginaB9 11617. Rechtbank Breda, 5 september 2012, HA ZA 11-1268, Michael Miller Fabrics LLC c.s. tegen Nooteboom Textiel B.V. (met dank aan Luuk Jonke, Holla Advocaten).
Auteursrecht, althans beslissing in schadestaatprocedure na Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 17 juli 2012 B9 11477, waarbij inbreuk door Nooteboom op de textieldessins van MMF c.s. (grotendeels) werd aangenomen. In het arrest stelde het hof onder meer dat het verweer dat MMF c.s. de schade onvoldoende zou hebben beperkt in de schadestaatprocedure aan de orde diende te komen. In het onderhavige vonnis wijst de rechtbank Breda alle vorderingen tot vergoeding van schade echter af en veroordeelt MMF bovendien in de 1019h proceskosten à €10.621,06.
De rechtbank stelt daarbij dat “de rechtbank slecht heeft geoordeeld dat de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden aannemelijk is. De stelling van Michael Miller Fabrics dat de rechtbank reeds heeft geoordeeld dat aannemelijk is dat zij schade hebben geleden, berust dan ook op een onjuiste lezing van het vonnis van de rechtbank.”(3.6). Dat MMF ‘enige schade heeft geleden’ is vereist voor toekenning van de schadevergoeding. “Indien in het geheel geen schade is gelden, is de weg naar toepassing van deze bepaling (27a AW) afgesneden.” (3.7). Naar oordeel van de rechtbank is daarnaast ook voor winstafdracht geen plaats als er in het geheel geen schade is geleden.
De eis voor toekenning van schadevergoeding, te weten dát MMF c.s. enige schade hebben geleden, brengt dus met zich mee dar zij tenminste feiten en omstandigheden zullen moeten stellen waaruit kan worden afgeleid dat zij als gevolg van het inbreukmakend handelen van Nooteboom Textiel schade hebben geleden of zullen lijden. MMF c.s. slagen daar naar oordeel van de rechtbank echter niet in. Niet aannemelijk is gemaakt dat MMF c.s. schade hebben geleden vanwege gederfde omzet of winst. Ook dat de reputatie en goede naam van MMF door het inbreukmakende handelen is aangetast en tot schade heeft geleid acht de rechtbank evenmin aannemelijk.
3.11. Uit het vorenstaande volgt dat Michael Miller Fabrics niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij enige schade als gevolg van het inbreukmakend handelen van Nooteboom Textiel B.V. hebben geleden. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarde om tot begroting van enig schadebedrag over te gaan. Hier wreekt zich naar oordeel van de rechtbank dat Michael Miller Fabrics LLc. c.s. het vonnis van de rechtbank van 5 januari 2012 onjuist hebben gelezen, dan wel daaraan een onjuiste betekenis hebben toegekend en vervolgens in deze procedure, ondanks dat zij door Nooteboom Textiel B.V. op hun omissie zijn gewezen, geen concrete feitelijke toelichting hebben gegeven op grond waarvan aannemelijk zou kunnen zijn dat zij daadwerkelijk enige schade hebben gelden.
Lees het vonnis hier.

























