De gedeponeerde aardbeiennamen

Print pagina

B9 11591. Vzr. Rechtbank Arnhem, 27 juli 2012,LJN: BX5624, Europlantis Sp.Zo.O tegen Vitro Bio Plant Holland B.V.

Merkenrecht. Een mogelijk onrechtmatige daad van de ene partij kan de andere partij niet meer rechten doen toekomen dan de bedoeling was. “Partijen handelen onder meer in aardbeienplanten. Partijen hadden de intentie met elkaar samen te werken teneinde twee nieuwe aardbeiensoorten te verhandelen. Gedaagde heeft op een gegeven moment de twee namen van deze aardbeiensoorten (“Pineberry White Dream” en “Framberry”) ingeschreven als woordmerk en is zodoende merkhouder geworden van de twee aardbeiennamen. Eisers vorderen overdracht aan hen van de intellectuele eigendomsrechten van gedaagde op de aardbeiennamen en gedaagde te verbieden aardbeienplanten onder deze twee aardbeiennamen te verkopen. Aan hun vorderingen leggen eisers ten grondslag dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld doordat gedaagde de aardbeiennamen uitsluitend op haar eigen naam en daarmee te kwader trouw heeft gedeponeerd als woordmerk.” De vorderingen worden afgewezen:

4.8.  Wat hiervan ook zij, de gestelde onrechtmatige daad van [gedaagde] kan er niet toe leiden dat de bedoelde merkinschrijvingen door [gedaagde] moeten worden overgedragen en op naam van één van de eisers moeten worden gezet. De bedoeling van partijen kan hoogstens geweest zijn, zoals [eiser sub 1] en Europlantis ook stellen, dat de merkinschrijvingen van de aardbeiennamen “Pineberry White Dream” en “Framberry” op naam van beide partijen gezamenlijk moesten komen. Dit betekent dat het uitdrukkelijk niet de bedoeling van partijen was, dit hebben [eiser sub 1] en Europlantis ook niet gesteld, dat de merkinschrijvingen uitsluitend op naam van [eiser sub 1] en Europlantis c.q. één van hen zouden komen, zodat de vordering onder 1 tot toekenning van een exclusief recht - het uitsluitend recht op de woordmerken “Pineberry White Dream” en “Framberry” - aan [eiser sub 1] dan wel Europlantis niet kan worden toegewezen. Een deugdelijke rechtsgrond ontbeert daarvoor.

4.9.  Voor de vordering onder 2 geldt dat aan [eiser sub 1] en Europlantis, dan wel aan één van hen, geen exclusief recht toekomt op de benamingen “Pineberry White Dream” en “Framberry”. Bij de vordering onder 2 pretenderen [eiser sub 1] en Europlantis dat zij exclusieve rechten hebben op deze merknamen. Dat is echter niet zo, nu zij niet zijn ingeschreven als rechthebbende van die woordmerken. Uit de overgelegde stukken blijkt dat juist [gedaagde] merkhouder is van deze woordmerken en dat dus in beginsel het uitsluitend recht op deze merken aan [gedaagde] toekomt. Daarnaast wordt de vordering onder 1 niet toegewezen, zodat [eiser sub 1] en Europlantis ook op die grond [gedaagde] niet kunnen verbieden aardbeienplanten onder de benaming “Pineberry White Dream” en “Framberry” te verkopen. Dit betekent dat de vordering onder 2 evenmin voor toewijzing in aanmerking komt.

Lees het vonnis hier.