De gegrondheid van het transito-verweer
Print pagina
B9 11527. Vzr. Rechtbank Amsterdam, 3 augustus , D.I.F Ltd. Tegen The Goodyear Tire & Rubber Company (met dank aan Hidde Koenraad, Vondst Advocaten).
Merkenrecht. Parallelimport. Geschil m.b.t. “een zending autobanden, afkomstig uit Senegal, welke mogelijk inbreuk maken op en aan Goodyear toekomend intellectueel eigendomsrecht.” Eisers i.c. DIF. stelt dat de banden originele Goodyearbanden zijn, die bovendien in transito en bedoeld voor doorvoer naar een bestemming buiten de EER zouden zijn. DIF vordert daarom de opheffing van het inmiddels door gedaagde Goodyear gelegde beslag. In reconventie vordert Goodyear een inbreukverbod m.b.t. het merk Goodyear en opgave van aantallen, toeleveranciers en afnemers. Goodyear stelt dat uit niets blijkt dat de banden niet bestemd zouden zijn voor de Nederlandse markt.
Zowel de vorderingen van DIF als die van Goodyear worden afgewezen. Uit een rapport van S.G.S. blijkt naar mening van de vzr. voorshands afdoende dat het gaat om door Goodyear zelf geproduceerde banden. De gestelde bedoeling om de banden in transito te houden, als ze zich überhaupt al in transito bevinden, is onvoldoende aannemelijk geworden en het beslag kan derhalve in stand blijven. Aangaande de gestelde dreigende merkinbreuk, omdat de goederen zonder toestemming verhandeld dreigen te worden op de Nederlandse markt, oordeelt de vzr. (in reconventie) echter wèl dat nader onderzoek nodig is om de gegrondheid vast te stellen van het transito-verweer van DIF.
5.7. (…) Voorop wordt gesteld dat de goederen geadresseerd waren aan Pregon, zodat uitgangspunt is dat zij bestemd waren voor een in Nederland gevestigde onderneming. Tussen partijen is niet in geschil dat in dat geval merkinbreuk zou worden gemaakt. DIF heeft het tegendeel, namelijk dat de banden niet in de EER zijn of zouden worden ingevoerd, voorshands niet aannemelijk gemaakt. Ook als met DIF wordt aangenomen dat het mogelijk is na de aankomst van de goederen in Nederland de douane/technische status daarvan te bepalen (al dan niet bestemd voor de EER), is in dit geval de gestelde bedoeling om de banden in transito te houden voorshands onvoldoende aannemelijk geworden. De enkele stelling van DIF dat Prego een bonded warehouse heeft, waar de goederen in transito zouden kunnen blijven, hetgeen door Goodyear wordt betwist en verder nergens uit blijkt, is daarvoor onvoldoende. Prego zelf heeft zich op de vlakte gehouden, door niet meer te verklaren dan dat zij niet de koper van de banden was.
6.3. (…) In conventie is reeds overwogen dar een nader onderzoek naar de gegrondheid van het verweer van DIF noodzakelijk is om vast te kunnen stellen of er ten aanzien van de banden waarop thans beslag is gelegd al dan niet sprake is van een (dreigende) merkinbreuk. En zijn geen concrete aanwijzingen dat DIF daarnaast andere artikelen heeft ingevoerd waarvan wel vast staat dat daarmee inbreuk wordt gemaakt op een aan Goodyear toekomend intellectueel eigendomsrecht. Gelet hierop is op dit moment onvoldoende aannemelijk dat sprake is van daadwerkelijke merkinbreuk, De vordering in reconventie zal daarom worden afgewezen.
1019h proceskosten in reconventie (DIF): €6.5757,-. De proceskosten in reconventie worden gecompenseerd.
Lees het vonnis hier.

























