De overeenstemming sluit auteursrechtinbreuk uit
Print pagina
B9 11676. Gerechtshof ’s-Gravenhage, 11 september 2012, LJN: BX8175, RTV Company Interactive Communications B.V. tegen Pabo B.V.
Auteursrecht. Geschil om factuur met auteursrechtelijke component. RTV heeft in opdracht van Pabo vier filmpjes en één bedrijfsfilm geproduceerd voor de Nederlandse markt. Daarnaast zijn door RTV aan Pabo versies van deze film voor acht andere landen ter beschikking gesteld. Het geschil ziet op de betaling van het meerwerk m.b.t. die laatste acht films, waarbij RTV zich er o.a. op beroept dat Pabo “door het laten vervaardigen van de acht buitenlandse versies inbreuk maakt op de aan RTV toekomende auteursrechten, bestaande uit het mogen openbaar maken en verveelvoudigen van de bedrijfsfilm en het daarin mogen aanbrengen van ondertitels en/of het synchroniseren van teksten.”
In eerste aanleg heeft de rechtbank de vordering van RTV toegewezen tot een bedrag van € 1.000,-. De rechtbank overwoog daarbij echter wel dat de stelling van RTV dat Pabo zonder haar instemming en medeweten de bedrijfsfilm heeft laten vermenigvuldigen, onjuist was. Het hof bekrachtigt het bestreden eindvonnis van de rechtbank Middelburg van 20 oktober 2010 en oordeelt over de gestelde auteursrechtinbreuk:
8.8.1. Tussen partijen is niet in geschil dat RTV medio juni 2009 aan Pabo de (door Global Joy vervaardigde) acht buitenlandse versies ter beschikking heeft gesteld en dat over dit ter beschikking stellen door RTV als zodanig tussen partijen op dat moment overeenstemming bestond. (…) Gelet op het voorgaande bestond er tussen partijen een overeenkomst over het van de kant van RTV ter beschikking stellen van de acht buitenlandse versies, zodat niet aan de subsidiaire grondslag van de vordering van RTV onder 8.4. sub a) wordt toegekomen en er van de door RTV gestelde inbreuk op auteursrecht van RTV ook geen sprake kan zijn. Daarbij wordt nog in aanmerking genomen dat ook naar eigen zeggen van RTV de aan Pabo ter beschikking gestelde acht buitenlandse versies bedoeld waren voor gebruik in de acht andere landen.
8.8.2. Dat Pabo zich mogelijk eerst rechtstreeks tot Global Joy heeft gewend voor het laten vervaardigen van de acht buitenlandse versies, kan niet tot een ander oordeel leiden. Zoals ook uit overgelegde e-mailberichten tussen Global Joy en RTV kan worden afgeleid, heeft Global Joy de acht buitenlandse versies aan RTV gezonden. Vervolgens is RTV overgegaan tot het ter beschikking stellen van de acht buitenlandse versies aan Pabo, waarover zoals hierboven al overwogen tussen partijen toen overeenstemming bestond. Daar komt nog bij dat uit het e-mailbericht van 23 april 2009 (zie 8.1.3.) volgt dat RTV vanaf genoemde datum bekend was of in elk geval kon zijn met de wens van Pabo om de bedrijfsfilm in “alle talen” beschikbaar te krijgen. Gelet op het voorgaande, faalt bovengenoemd beroep van RTV op inbreuk op haar auteursrecht en zal de in dit kader gevorderde schadevergoeding (€ 40.000,-- danwel een bedrag dat het hof redelijk en billijk acht) worden afgewezen.
1019 h proceskosten: € 4.635,28 (50% IE van € 9.270,55 totaal).
Lees het vonnis hier.

























