De vorm is bepaald gedurende de samenwerking

24-10-2012 Print this page

B9 11779. Rechtbank ’s-Gravenhage, 24 oktober 2012, HA ZA 11-1345,  [S] & Somebo tegen [V] h.o.d.n. Vesta Air Schoorsteenkappen (met dank aan Kees Capel & Leonie Gerding, Kneppelhout & Korthals).

Modellenrecht. Slaafse nabootsing. Maar vooral een stukgelopen samenwerking. “De zaak betreft rechten of aanspraken m.b.t. drie typen schoorsteenkappen, door partijen aangeduid als de vierkante kap, de twaalfhoekige kap en de ronde kap (Spinner).”

Eiseres [S] is houdster  van een Benelux- en Gemeenschapsmodelrecht m.b.t. een vierkante schoorsteenkap voor  met name houtkachels en open haarden. Partijen Somebo en [V] hebben nauw samengewerkt aan een ronde versie en na beëindiging van de samenwerking hebben partijen een minnelijke regeling getroffen. Eisers stellen nu dat gedaagde V. inbreuk maakt op haar modelrechten door de verhandeling van vierkante schoorsteenkappen en dat de door gedaagde verrichte modeldepots (voor ronde en vierkante kappen) aan [S] toekomen dan wel nietig zijn.

De rechtbank wijst de vorderingen van Somebo echter af, voornamelijk op grond van de beperkte modelbescherming die aan een in hoofdzaak technisch bepaalde vorm kan worden gegeven. De reconventionele vorderingen van V. m.b.t. afgifte van productiematerialen en m.b.t. een verklaring voor recht dat Somebo geen ongeregistreerd Gemeenschapsmodelrecht heeft met betrekking tot haar vierkante kap worden wel toegewezen.

Aangaande de vierkante kap oordeelt de rechtbank dat de verschillen tussen de modeldepots en [S] en die van [V] niet zeer groot zijn. “Dit dient evenwel te worden afgezet tegen de beperkte modelbescherming die aan een in hoofdzaak technisch bepaalde vorm kan worden gegeven. De modellen van [V] onderscheiden zich dan ook voldoende en zijn mitsdien geldig te achten.” De opeising slaagt derhalve niet. Ook de feitelijk door [V] verhandelde vierkante kappen worden niet als inbreukmakend aangemerkt en ook van slaafse nabootsing is geen sprake.

Aangaande de twaalfhoekige kap oordeelt de rechtbank dat het modelrecht van [V] niet nietig is. Uit het overgelegde beeldmateriaal blijkt onvoldoende  dat Somebo al eerder een identieke kap zou hebben aangeboden, waarbij ook de hoofdzakelijk technisch bepaalde vormen meespelen. “Dit brengt mee dat ook bij relatief kleine verschillen niet meer sprake is van een merkenrechtelijk (sic) de zelfde indruk, laat staan van een identiek model.” De reconventionele vordering van [V] tot afgifte van de stempels en andere materialen en die betrekking hebben op de productie wordt wel toegewezen.

Aangaande de ronde ‘Spinner’ oordeelt de rechtbank dat [V] als deposant heeft te gelden als rechthebbende. “De rechtbank gaat ervan uit dat die vorm is bepaald gedurende de samenwerking. Bij beëindiging van de samenwerking is het modelrecht niet aan Somebo is toebedeeld.” Een reconventioneel inbreukverbod wordt als onvoldoende onderbouwd afgewezen.

De verklaring voor recht dat dat Somebo geen ongeregistreerd Gemeenschapsmodelrecht heeft met betrekking tot haar vierkante kap wordt wel toegewezen, eenvoudigweg omdat de periode van drie jaar ruimschoots is verstreken.

De 1019h proceskosten worden gecompenseerd, “rekening houdende met de maatstaf van evenredigheid en redelijkheid en de samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie.”

Lees het vonnis hier.