Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen

Print pagina

B9 11778. Raad van State, 24 oktober 2012, LJN: BY1040, Koninklijke Philips Electronics N.V. tegen NL Octrooicentrum.

 

“De omstandigheid dat binnen het Koninkrijk meer talen een officiële status hebben, betekent niet dat dit officiële talen zijn voor de toepassing van de Rijksoctrooiwet.”

 

Octrooirecht. Uitspraak Raad van State in een beroepszaak m.b.t een besluit van het NL Octrooicentrum.  Bij brief van 14 juni 2010 heeft NL Octrooicentrum aan Philips één maand de tijd gegeven om twee vormgebreken (het niet onbeschreven zijn van de marges en het ontbreken van het juiste octrooinummer) m.b.t. de door haar ingediende Nederlandse vertaling van de conclusies van een Europees octrooi (‘het besturen van een verlichtingsinrichting’) op te heffen. Indien de vormgebreken niet binnen deze termijn zouden zijn opgeheven, zou het Europees octrooi geacht worden van de aanvang af niet de in artikel 49 Row 1995 bedoelde rechtsgevolgen te hebben gehad. Bij brief van 9 augustus 2010 heeft NL Octrooicentrum aan Philips medegedeeld dat het bedoelde rechtsverlies was ingetreden en bij uitspraak van 13 juli 2011 heeft de rechtbank het door Philips ingestelde beroep daartegen ongegrond verklaard.

 

De Raad van State acht het beroep gegrond waar het het onjuiste oordeel van de rechtbank betreft dat de brief van 9 augustus 2010 geen besluit zou zijn,  maar “doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen,” acht de Raad van State het beroep van Philips verder ongegrond en bevestigt het de uitspraak van de rechtbank voor het overige:

 

Het NL Octrooicentrum (‘de organisatie die optreedt onder die naam is het  in artikel 15 van de Row 1995 bedoelde bureau’, benadrukt de RvS), was wel bevoegd om het besluit te nemen en de rechtbank verwerpt het betoog van Philips dat een Nederlandse vertaling van de conclusies niet geëist kon worden , “aangezien de Engelse taal, waarin het Europees octrooi is opgesteld, een officiële taal van het Koninkrijk der Nederlanden is, omdat dat het Engels ten tijde van de besluitvorming een officiële taal was van de Nederlandse Antillen en thans van Sint Maarten.” De omstandigheid dat binnen het Koninkrijk meer talen een officiële status hebben, betekent echter niet dat dit officiële talen zijn voor de toepassing van de Rijksoctrooiwet.  Ook ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat het vertalen in het Nederlands van de conclusies of het voldoen aan vormeisen onnodig kostbaar of ingewikkeld zou zijn, noch dat het onnodig kostbaar of ingewikkeld zou zijn om bij het opstellen daarvan aan de genoemde vormeisen te voldoen.

 

Lees de uitspraak hier.