Een redelijk vermoeden van inbreuk

Print pagina

B9 11538. Vzr. Rechtbank ’s-Gravenhage, KG ZA 12-711, 2 augustus 2012, Forax B.V. tegen Diplomatic Card S&D SA (DCC).

Auteursrecht. Geschil over opheffing van een gelegd “beslag tot bescherming van bewijs ex. Art 1019c Rv.”  In hoofdzaak ziet het geschil op de gestelde inbreuk door Forax op de software van DCC, een bedrijf dat zich richt op de ontwikkeling en verhandeling van post paid tankkaarten voor diplomaten en medewerkers van internationale instellingen. Forax, een soortgelijke onderneming, is opgericht door ex-medewerkers van DCC en het vonnis meldt o.a. dat “aanvankelijk ter uitvoering van het plan zou worden aangestuurd op een faillissement van DCC, waarna de activa, waaronder rechten opmaatwerksoftware, uit de failliete boedel zouden worden gekocht.”

DCC stelt sprake is van oneerlijke concurrentie en dat de software die Forax op dit moment gebruikt, is ontleend aan software van DCC en meer specifiek dat de Forax-software een bewerking is van specificaties die Atos voor DCC heeft opgesteld in het kader van de ontwikkeling van de software van DCC (de DCC-specificaties). DCC heeft verlof gekregen om conservatoir bewijsbeslag onder Forax en derden te leggen en Forax vordert i.c. opheffing van het beslag, omdat van auteursrecht, laat staan inbreuk geen sprake zou zijn.

De vzr. wijst de vordering van Forax af. De reconventionele vordering van DCC tot inzage dient daarnaast te worden beperkt tot de bestanden die kunnen dienen tot bewijs van de gestelde inbreuk op het auteursrecht, omdat door DCC uitdrukkelijk is verzocht om beslag ter handhaving van een recht van intellectuele eigendom in de zin van artikel 1019 Rv. Oneerlijke concurrentie valt daar niet onder.

Voor de handhaving van een beslag is volledig bewijs van inbreuk niet nodig en de vzr. oordeelt dat de Forax-software ‘ook als de software niet is ontleend aan die broncode en objectcode, de Forax-software mogelijk wel een bewerking is van de DCC-specificaties,’ aangezien medewerkers van Forax betrokken waren bij de ontwikkeling van de DCC-software, omdat op zijn minst bepaalde delen van de DCC-specificaties bruikbaar zijn geweest voor Forax en omdat Forax de specificaties voor haar software in aanzienlijk kortere tijd heeft opgesteld dan DCC.

Het betoog van Forax dat de gestelde auteursrechten met betrekking tot het software systeem dat DCC gebruikt, niet bij DCC liggen, is naar oordeel van de vzr. ten dele ongegrond. DCC betoogd dat de auteursrechten met betrekking tot de standaard software bij Atos zijn gebleven, maar dat de auteursrechten met betrekking tot de maatwerk software (Customized Software) door Atos zijn overgedragen aan DCC. “Mede gelet op het feit dat dit betoog wordt ondersteund door een verklaring van Atos , moet voorshands worden aangenomen dat in ieder geval de gestelde auteursrechten met betrekking tot de specificaties van het maatwerk bij DCC berusten. De hiervoor vastgestelde gronden voor het vermoeden van inbreuk, hebben mede betrekking op dat deel van de specificaties. Ook als dat deel heel gering zou zijn, zoals Forax suggereert (en DCC bestrijdt), kan er sprake zijn van een inbreuk.” (4.6)

Of sprake is van een auteursrechtelijk beschermd werk kan in dit geding niet worden vastgesteld, alleen al omdat geen van partijen de DCC-specificaties heeft overgelegd. “Gelet op het hiervoor voorshands vastgestelde redelijke vermoeden van inbreuk en de waarborgen die zijn getroffen ter bescherming van de vertrouwelijkheid van de gegevens, moet in dit geval worden gekozen voor handhaving van het beslag op alle gegevens.” (4.9).

De (in reconventie gevorderde)  inzage dient ten slotte te worden beperkt tot de bestanden die kunnen dienen tot bewijs van de gestelde inbreuk op het auteursrecht. “Het betoog van DCC dat de beslagrekesten en de beslagverloven mede zijn gebaseerd op de gestelde oneerlijke concurrentie door (medewerkers van) Forax, is naar voorlopig oordeel ongegrond. In het petitum van de rekesten verzoekt DCC immers uitdrukkelijk om “beslag tot bescherming van bewijs ex art. 1019c Rv”, dat wil zeggen om beslag ter handhaving van een recht van intellectuele eigendom in de zin van artikel 1019 Rv. Niet in geschil is dat de door DCC gestelde oneerlijke concurrentie niet kan worden aangemerkt als handhaving van een recht van intellectuele eigendom in de zin van die bepaling. (…) In overeenstemming hiermee heeft de voorzieningenrechter in de beschikkingen verlof verleend voor het leggen van “bewijsbeslag in de zin van artikel 1019b Rv” en is in de motivering van de beschikkingen uitsluitend de gestelde inbreuk op het auteursrecht beoordeeld.”

1019h proceskosten Forax (onbetwist): €12.387,67.

Lees het vonnis hier.