Geen executie totdat over de rechtmatigheid van de executie is beslist

01-11-2012 Print this page

B9 11805. Vzr. Rechtbank Breda, 31 oktober 2012, KG ZA 12-572, Beckers Benelux B.V. tegen JMQ Trading B.V. (met dank aan Wim Maas, Deterink).

Octrooirecht, althans incidenteel tussenvonnis in executiegeschil in de krokettenzaak Beckers/JMQ. (eerdere uitspraken hier). Beckers verzoek om (‘vandaag nog’) bij wijze van voorlopige voorziening ex, artikel 223 Rv gedaagde JMQ te bevelen om de verdere executie van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 22 augustus 2012 te staken tot de vzr. in het executiegeschil heeft beslist. De vordering wordt toegewezen en JMQ dient zich aan haar toezegging daartoe te houden, nu deze toezegging, anders dan JMQ stelt, niet beperkt was totdat er ‘een’ vonnis zou zijn gewezen, maar tot er een inhoudelijk vonnis zou zijn gewezen. Het eerdere verwijzingsvonnis kwalificeert niet als zodanig. 

3.2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat partijen over en weer van elkaar redelijkerwijs mochten verwachten dat de gelegde beslagen niet zouden worden uitgewonnen totdat er over de rechtmatigheid van de executie van het vonnis  zou zijn beslist. Dit geldt temeer nu die toezegging is gedaan in reactie op het verzoek van Beckers om een status quo situatie te creëren totdat er beslist is over de rechtmatigheid van de executie van het vonnis, Nu de zaak door de voorzieningenrechter te Den Haag in de stand waarin deze zich bevindt is verwezen naar de  naar de voorzieningenrechter te Breda en een inhoudelijk vonnis nog niet is gewezen, is nog niet beslist over de rechtmatigheid van de executie en dient JMQ zich te houden aan haar toezegging.

Lees het vonnis hier.