Geen werk, geen auteursrechthebbende en geen inbreuk

Print pagina

B9 11460. Rechtbank ’s-Hertogenbosch, 11 juli 2012, HA ZA 11-162, Ilay Tekstil S.A. tegen Quality Textiles B.V. (met dank aan Jos van der Wijst, Bogaerts & Groenen Advocaten).

Auteursrecht. Stofdessins. Eiseres, het Turkse Ilay, levert zogenaamde flockstof (stof met fluwelige patronen) en stelt dat gedaagde Quality Textiles inbreuk heeft gemaakt op haar auteursrecht en oneerlijke handelspraktijken heeft verricht, althans onrechtmatig heeft gehandeld door imitaties op de markt te brengen van dessins van Ilay. In reconventie vordert gedaagde Quality schadevergoeding wegens reputatieschade en lichtvaardig gelegde beslagen.

De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres af, oordelend dat er geen sprake is van een werk in de zin van de auteurswet, dat eiseres bovendien geen maker en auteursrechthebbende is (naar Turks recht) en dat gedaagde bovendien geen inbreuk maakt. De reconventionele vordering tot schadevergoeding wordt wel toegewezen, maar alleen m.b.t. de schade geleden door de lichtvaardige beslagleggingen. In citaten: 

In citaten: 4.5. (…) Gelet op de verklaringen van mr. Jonker ter comparitie dat de basale prints zijn gekocht van een bedrijf en zijn bewerkt door Ilay, kan niet worden gesproken van een eigen oorspronkelijk karakter. Ilay kan niet als maker van het oorspronkelijk dessin, maar slechts als “bewerker’ daarvan worden aangemerkt. (….) Gelet hierop (…) is de rechtbank van oordeel dat Ilay onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een werk in de zin van de Aw.

4.6. (…) dat ten aanzien van het werk, waarvoor in Nederlandbescherming wordt ingeroepen, Turkije als land van herkomst moet worden aangemerkt. Dit brengt mee dat de vraag of Ilay als auteursrechthebbende moet worden aangemerkt (,,,) op grond van Nederlands IPR moet worden beantwoord naar Turks recht. (…) Voorts heeft Quality Textiles (…) geconcludeerd (…) dat nu hiervan [ een naar Turks recht vereiste akte van overdracht] niet is gebleken, geconcludeerd dient te worden dat Ilay geen auteursrechthebbend is. Hier is niets tegenin gebracht. Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat Ilay niet heeft voldaan aan haar stelplicht en dat zij niet als auteursrechthebbende op het dessin kan worden aangemerkt.

4.10. Daarbij is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden aangenomen dat Quaity Textiles inbreuk maakt op het beweerde auteursrecht van Ilay (…) Het had op de weg van Ilay gelegen om deze stof ter griffie te deponeren (…). De rechtbank kan, zoals ook ter comparitie door de rechter is aangegeven, op basis van een foto niet vaststellen of sprake is van verveelvoudiging (…). Naar het oordeel van de rechtbank heeft Ilay in strijd met de goede procesorde gehandeld door deze rol stof die niet tot de gedingstukken behoorde, onaangekondigd mee te nemen naar de comparitie (…). Voorts is de rechtbank van oordeel dat Ilay met deze rol stof niet heeft aangetoond dat de dat deze afkomstig is van Qality Textiles en dat zij deze stof heeft verkocht.

De vordering m.b.t. de gestelde slaafse nabootsing wordt op dezelfde gronden afgewezen. De vordering gebaseerd op de gestelde oneerlijke handelspraktijken faalt, nu oneerlijk handelspraktijken tussen ondernemingen of kleine zelfstandige buiten het bereik van de richtlijn OHP vallen. 1019h proceskostenveroordeling eiseres Ilay: €11.937,01.

Lees het vonnis hier.