Geschikt voor het toepassen van die werkwijze
Print pagina
B9 11522. Gerechtshof ’s-Gravenhage 31 juli 2012, HA ZA 10-1264, John Bean Technologies Corporation (JBT) tegen Immo Afo en Y. de Kock (Afoheat) (met dank aan Michiel Rijsdijk Arnold + Siedsma).
Octrooi EP1321044 betreft een werkwijze voor het ononderbroken koken van vleesvoedingsproducten. JBT heeft vernietiging gevorderd van het Nederlandse deel van het octrooi vanwege een gebrek aan nieuwheid en inventiviteit. De rechtbank heeft de vorderingen van JBT op 23 februari 2011 afgewezen. Daartegen is JBT in hoger beroep gegaan.
2. EP 044 heeft betrekking op een werkwijze en een inrichting om vleesproducten te koken waarbij deze producten op een transportband in een tunneloven met daarin Metal Fibre Burners – hierna: MF-branders of MFB – worden getransporteerd.
JBT heeft, onder verwijzing naar de Guidelines C III 4.13, onbetwist gesteld dat de woorden in conclusie 3 “inrichting voor het verwezenlijken van de werkwijze volgens conclusie 1 of 2” aldus moeten worden begrepen dat de inrichting geschikt voor het toepassen van die werkwijze, dus voor het koken van vleesvoedingsproducten, moet zijn, zodat voor de beoordeling van de nieuwheid van de conclusies die zien op de inrichting niet relevant is of op de prioriteitsdatum bestaande inrichtingen ook werden gebruikt voor het bereiden van vleesvoedingsproducten.
16. De desbetreffende oven werd (in ieder geval) aangeboden als pizza oven. JBT heeft gesteld dat deze ook geschikt was voor het koken (in de zin van het octrooi: het worden onderworpen aan warmte) van andere voedingsproducten, zoals vleesproducten, waaronder voedingsproducten die ten minste 50% vlees bevatten van dierlijke herkomst. (…) Dat de oven, zoals Afoheat stelt bedoeld is voor pizza’s en een naam heeft waaruit die bedoeling is af te leiden, betekent nog niet dat de oven niet geschikt is voor het koken (het worden onderworpen aan warmte) van vleesproducten.
17. Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat op de Food & Meat beurs in maart 2001 een tunneloven (voorzien van een transportband en een inlaat aan de voorkant en uitlaat aan de achterkant) voorzien van MF branders en geschikt voor het koken van vleesvoedingsproducten is getoond, derhalve een oven met de essentiële kenmerken van conclusie 3. (…) Het bovenstaande brengt mee dat de inrichting volgens conclusie 3 niet nieuw is.
18. Overigens is het hof van oordeel dat de inrichting volgens conclusie 3, los van het hiervoor overwogene, ook niet inventief is op grond van hetgeen hierna wordt overwogen.
22. De vakman – kort gezegd, een ovenbouwer, - zou (would) op basis van zijn voormelde algemene vakkennis begrijpen dat de gewenste verbetering (van de capaciteit) bereikt kan worden door de bekende MF branders toe te passen en zou (would) daartoe ook overgaan, tenzij er redenen zouden zijn om daarvan af te zien.
24. JBT heeft in de memorie van grieven (en in de inleidende dagvaarding) onderbouwd gesteld dat en waarom de afhankelijke conclusies 4 tot en met 13 en 15 nieuwheid of inventiviteit ontberen wanneer de inrichting volgens conclusie 3 niet nieuw of niet inventief is. Zijn stellingen komen er op neer dat de toegevoegde kenmerken standaard waren en begrijpt het hof, behoorden tot de algemene vakkennis, althans in een te combineren document waren terug te vinden. Nu dit door Afoheat op zichzelf (dus als ervan wordt uitgegaan dat de inrichting volgens conclusie 3 niet nieuw of niet inventief is) niet is betwist (zij stelt slechts dat de afhankelijke conclusies geldig zijn doordat de onafhankelijke conclusies 1 en 3 geldig zijn), gaat het hof daarvan uit.
30. Het bovenstaande brengt mee dat het hof van oordeel is dat het Nederlands deel van het octrooi alsnog dient te worden vernietigd.
31. Afoheat heeft (meer) subsidiair nog verzoeken gedaan om het octrooi slechts gedeeltelijk te vernietigen en voor het overige beperkt in stand te laten overeenkomst een door haar geformuleerd hoofd- en hulpverzoek. Deze teksten heeft het hof geweigerd, omdat zij te laat voor het pleidooi waren toegezonden. Dat doet er niet aan af dat het hof ook los daarvan de octrooien slechts gedeeltelijk zou kunnen vernietigen. De door Afoheat tijdens het pleidooi in hoger beroep genoemde beperkingen – waarbij de inrichtingsconclusies worden vervangen door gebruiks-en/of werkwijzeconclusies en het opnemen van de definitie van vleesvoedingsproducten in de hoofdconclusie – leiden er echter niet toe dat het aldus beperkte octrooi geldig is. Zoals hiervoor is overwogen zijn ook de gebruiksconclusies niet inventief en geldt dat ook als de definitie van vleesvoedingsproducten in de hoofdconclusie wordt opgenomen.
33. Over de kosten in hoger beroep hebben partijen overeenstemming bereikt dat deze moeten worden gesteld op € 80.000,-
(…) Ook in hoger beroep heeft JBT geen nadere specificatie van de door haar in eerste aanleg gemaakte kosten overgelegd. Nu het hof begrijpt dat Afoheat het door haarzelf ter zake gevorderde bedrag van € 51.014,60 in ieder geval redelijk en evenredig acht, zal het hof, in aanmerking nemende dat de advocaten van JBT meer werk hebben moeten verrichten om nietigheidsargumenten te vinden en aan te voeren, het aan JBT te vergoeden bedrag aan kosten van de eerste aanleg ex aquo et bono begroten op € 80.000,-
Klik hier voor het arrest.

























