Het beeldelement is niet puur decoratief
Print pagina
B9 11639. Gerechtshof ’s-Gravenhage, 11 september 2012, zaaknr. 200.105.827/01, Foodcare Spólka Z.O.O. tegen Sumol + Compal Marcas S.A. (met dank aan Maarten Haak en Daan van Eek, Hoogenraad & Haak advertising + IP advocaten).
Merkenrecht. Beschikking van het Hof Den Haag in oppositiebeslissing in de zaak Moove tegen 4Move (frisdranken, energydrinks). Het BBIE wees de oppositie tegen het woord/beeldmerk 4Move van Foodcare toe, maar het hof vernietigt die beslissing en beveelt de inschrijving van het teken ‘4 Move’. Anders dan het BBIE , acht het hof het woordelement in ‘4 Move’ niet dominanter dan het beeldelement (dat het BBIE als ‘puur decoratief’ aanmerkte), waardoor er slecht een geringe mate van visuele overeenstemming is en verwarringsgevaar niet aannemelijk is. Sumol dient de kosten van de oppositieprocedure en de kosten van het beroep (verschotten en salaris advocaat) te betalen.
“22. Zoals uit het voorgaande blijkt, acht het hof, anders dan het Bureau, de mate van overeenstemming tussen het betwiste depot en het ingeroepen recht over het geheel genomen niet groot. Hoewel de waren van klasse 32 waarvoor beide tekens zijn ingeschreven grotendeels identiek zijn en deels soortgelijk, weegt de mate van overeenstemming op dit punt niet op tegen de aanzienlijk verschillen tussen de tekens, met name in visueel opzicht, mede in aanmerking genomen het gewicht van de visuele vergelijking. Het hof is op die grond van oordeel dat er geen reëel gevaar bestaat dat het in aanmerking komende publiek zal denken dat de door de betrokken tekens gedekte waren van dezelfde onderneming of van economisch verbonden ondernemingen afkomstig zijn. De omstandigheid dar het teken MOOVE een redelijke mate van onderscheidend vermogen heeft voor de waren waarvoor het is ingeschreven, leidt niet tot een andere conclusie."
Lees de beschikking hier.

























