Het gevaar van tegenstrijdige beslissingen
Print pagina
B9 11457. Rechtbank ’s-Gravenhage, 11 juli 2012, HA ZA 11-2743, H&M Netherlands B.V en H& AB. tegen G-Star Raw c.s.
Merkenrecht. Vonnis in incident in bodemprocedure na Gerechtshof ’s-Gravenhage 5 juni 2012, B9 11312. In het kort geding oordeelde het hof dat G-Stars woordmerk RAW wel degelijk onderscheidend vermogen heeft en niet beschrijvend is voor kleding. Ook van verwording tot soortnaam was naar mening van het hof geen sprake.
In de onderhavige procedure zijn de inbreukvorderingen van G-Star in een verstekvonnis toegewezen, zij het beperkt tot Nederland. In het incident werpt H&M de exceptie van onbevoegdheid op. H&M vordert in de verzetdagvaarding dat de rechtbank haar ontheft van de veroordeling en zich onbevoegd zal verklaren, omdat H&M AB slechts een holding is en de kleding niet via een op Nederland gerichte website heeft aangeboden en dat van medegedaagde H&M B.V. geen aankopen in het arrondissement Den Haag zijn aangetoond.
Bevoegdheid m.b.t. inbreuk op de Beneluxmerken van G-Star wordt aangenomen, maar m.b.t. inbreuk op de Gemeenschapsmerken houdt de rechtbank de zaak aan, onder verwijzing naar het op het moment van aanhouding nog uit te spreken, maar inmiddels gewezen arrest van het HvJ EU inzake Solvay (B9 11455), wederom, net als in de Ten Cate- zaak hieronder (B9 11456), vanwege het mogelijke gevaar van onverenigbare beslissingen:
4.9. In het genoemde arrest Roche-Primus heeft het Hof van Justitie echter gewezen op de vraag of voor de toepassing van artikel 6 lid 1 EEX-Vi voldoende is dat bij afzonderlijke berechting het gevaar bestaat van tegenstrijdige beslissingen, dan wel dat gevaar moet bestaan op rechtsgevolgen die elkaar uitsluiten, zonder deze vraag te beantwoorden, omdat dat voor die beslissing niet nodig was. Deze rechtbank heeft onder meer op dit punt in de procedure Solvay-Honeywell, waarin beantwoording van deze vraag wel noodzakelijk is geacht, prejudiciële vragen gesteld,.
4.10. In deze laatste procedure wijst het Hof van Justitie op 12 juli arrest. Deze beslissing kan ook voor de beslissing in het onderhavige incident doorslaggevend zijn. De rechtbank ziet daarom aanleiding partijen gelegenheid te geven zich over het arrest uit te laten.
Lees het vonnis hier.

























