HvJ EU: registratie-overeenkomst is geen licentie-overeenkomst

19-07-2012 Print this page

B9 11486. HvJ EU, 19 juli 2012, zaak C-376/11, Pie Optiek tegen tegen Bureau Gevers (Prejudiciële vragen Hof van Beroep Brussel).

“Wie een .eu-domeinnaam slechts mag registreren ten behoeve van een merkhouder is geen „licentiehouder van oudere rechten” Personen die een merk niet commercieel mogen gebruiken in overeenstemming met de eigen functies ervan zijn immers geen licentiehouders die tijdens de Sunrise Period de registratie van dit merk als .eu-domeinnaam kunnen aanvragen.”

Prejudiciële vragen in een geding betreffende de registratie van de domeinnaam „lensworld.eu” tussen het Belgische Pie Optiek en merkenbureau Gevers & het voor toewijzing van .eu-domeinnamen bevoegde EURid.  Pie Optiek  stelt dat Bureau Gevers geen recht heeft op registratie van de betrokken domeinnaam, aangezien zij zelf geen „houder van een ouder recht” in de zin van de verordening is. Dat recht is namelijk in handen van de Amerikaanse onderneming Walsh Optical, die echter niet bevoegd is de domeinnaam te laten registreren aangezien zij buiten de Europese Unie is gevestigd. Pie Optiek is van mening dat de twee ondernemingen een truc hebben toegepast om de voorwaarden voor registratie te omzeilen: zij hebben een contract met het opschrift „licentieovereenkomst” gesloten waarin Bureau Gevers zich ertoe verbindt, haar naam en adres in de Europese Unie ter beschikking te stellen om zo haar Amerikaanse klant de mogelijkheid te bieden de litigieuze domeinnaam te registreren.

Om te beginnen stelt het Hof vast dat het woord „licentiehouder” niet wordt gedefinieerd in het Unierecht. Vervolgens  oordeelt het Hof dat de houders van oudere rechten tijdens de Sunrise Period slechts één of meer domeinnamen in het .eu-domein kunnen laten registreren wanneer zij hun vestigingsplaats, hun hoofdbestuur, hun hoofdkantoor of hun woonplaats in de Unie hebben. Evenzo zijn de licentiehouders van oudere rechten slechts registratiegerechtigd wanneer zij aanwezig zijn op het grondgebied van de Unie en in de plaats van de houder – minstens gedeeltelijk en/of tijdelijk – beschikken over het betrokken oudere recht.

Het zou immers indruisen tegen de doelstellingen van de betrokken regeling wanneer een houder van een ouder recht die niet op het grondgebied van de Unie aanwezig is, een .eu-domeinnaam zou kunnen verkrijgen via een persoon die op dat grondgebied aanwezig is maar niet, al was het maar gedeeltelijk of tijdelijk, over dat recht beschikt.

Bovendien stelt het Hof vast dat een overeenkomst op grond waarvan de medecontractant, „licentiehouder” genoemd, zich er tegen betaling toe verplicht redelijke inspanningen te doen om ten behoeve van een merkhouder een aanvraag in te dienen en registratie te verkrijgen voor een .eu-domeinnaam, meer lijkt op een dienstenovereenkomst dan op een licentieovereenkomst. Dat is te meer het geval indien een dergelijke overeenkomt die licentiehouder geen enkel recht verleent om het merk commercieel te gebruiken.

Hieruit volgt dat een dergelijke overeenkomst uit het oogpunt van het merkenrecht niet kan worden beschouwd als een licentieovereenkomst. Bijgevolg kan een medecontractant die een .eu-domeinnaam dient te registreren voor de houder van het betrokken merk, niet worden aangemerkt als een „licentiehouder van oudere rechten” in de zin van de toepasselijke regeling. 

 Lees het arrest hier (nog niet beschikbaar) en het perscommuniqué hier.