Kwekersrecht: verzoek tot informatie van een overheidsinstantie
Print pagina
B9 11447. Rechtbank van Koophandel Brussel, 22 juni 2012, A/11/03197, Agrico U.A. & N.V. Breeders Trust tegen FAVV (met dank aan Philippe de Jong, Altius).
(Communautair) Kwekersrecht. Nederlandse eiseres in Belgische geschil over het recht van een (exclusieve) licentiehouder van een kwekersrecht om informatie op te vragen over het gebruik van zgn. “hoevepootgoed” van aardappelen bij een officiële instantie en over de privacy van de landbouwers. Een officiële instantie is één van de drie bronnen tot wie een kweker zich krachtens artikel 14 van Verordening 2100/94 (Communautaire Kwekersrechtverordening) en artikel 11 van Verordening 1768/95 (de Uitvoeringsverordening) kan wenden om zulke informatie te bekomen. De twee andere bronnen zijn de landbouwer zelf en de loonwerker. Het vonnis is waarschijnlijk het eerste vonnis waarbij een rechtbank zich uitspreekt over een dergelijk verzoek. Het HvJ EU heeft zich al verschillende keren gebogen over informatieverzoeken aan landbouwers en loonwerkers, maar niet over verzoeken aan overheidsinstanties.
De vordering wordt toegewezen. In dit geval hadden de Nederlandse firma Agrico, exclusief licentiehouder van het Communautair kwekerscertificaat voor het aardappelras Fontane, en Breeders Trust, die de belangen van aardappelkwekers vertegenwoordigt, aan het Belgische Federale Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) informatie opgevraagd over het gebruik door een groep Belgische landbouwers van materiaal van Fontane als hoevepootgoed. Het betrof onder meer de adresgegevens van de landbouwers en de hoeveelheid hoevepootgoed die ze vermeerderden. Het FAVV had die informatie in haar bezit aangezien zij die automatisch verzamelt in het kader van de uitoefening van haar toezicht op de gezondheid van hoevepootgoed. Er bestonden aanwijzingen dat de betrokken landbouwers het hoevepootgoed gebruikten zonder hiervoor de in artikel 14(3) van de Kwekersverordening voorziene billijke vergoeding te betalen. Het FAVV weigerde de gevraagde informatie te verschaffen om verschillende redenen.
Naast enkele bevoegdheidsexcepties die het FAVV opwierp, hadden volgens het FAVV noch Agrico, noch Breeders Trust het recht om deze informatie op te vragen. Agrico was volgens het FAVV slechts een exclusieve licentiehouder en geen “houder” in de zin van artikel 14(3) van de Kwekersverordening (en de relevante bepalingen van de Uitvoeringsverordening). Enkel die houder zou volgens het FAVV het recht hebben om de gevraagde informatie op te vragen. De Brusselse handelsrechtbank oordeelt echter dat, net als voor inbreukvorderingen in het algemeen (artikel 104(1) van de Kwekersverordening), ook ten behoeve van het uitoefenen van de rechten verbonden aan het landbouwersvoorrecht, de rechten van de (exclusieve) licentiehouder gelijk dienen gesteld te worden met die van de houder van het kwekersrecht.
Daarnaast wordt het argument van het FAVV over de privacy van de landbouwers verworpen. De rechtbank oordeelt dat het FAVV zich enkel kan steunen op de limitatief opgesomde weigeringsgronden in artikel 11(2) van de Uitvoeringsverordening. De privacy staat weliswaar vermeld in artikel 12 van die Verordening, maar kan enkel meegenomen worden in de afweging van het recht op informatie, enerzijds, en de belangen van de landbouwer, anderzijds. Het is geen absolute weigeringsgrond op zich en in casu waren de door het FAVV opgeworpen privacy-argumenten onterecht. Van de gronden in artikel 11(2) had het FAVV enkel die m.b.t. het extra werk of kosten ingeroepen die beweerdelijk verbonden zijn met het overmaken van de gevraagde informatie, maar ook dat argument wordt verworpen, nu verweerder niet heeft bewezen dat zij extra werk of kosten heeft moeten maken.
Lees het vonnis hier.

























