Ook bij auteursrechten is de bescherming territoriaal

Print pagina

B9 11688. Hoge Raad, 28 september 2012, conclusie A-G Vlas in zaak 11/03520, H&M c.s. v G-Star International B.V. (met dank aan Antoon Quaedvlieg en Moïra Truijens, Klos Morel Vos & Schaap).

 

Auteursrecht (Elwood-jeans). Procesrecht. IPR. Conclusie A-G Vlas in cassatieprocedure na Gerechtshof 's-Gravenhage, 19 april 2011, IEPT20110419. In hoger beroep heeft het Hof het vonnis waarvan beroep (grotendeels) bekrachtigd en heeft bevestigd dat door H&M c.s. in Nederland inbreuk, mede via een website, is gemaakt op het auteursrecht van G-Star met betrekking tot de Elwood-spijkerbroek. H&M c.s. hebben voor alle weren een beroep gedaan op de onbevoegdheid van de rechtbank Dordrecht; zij hebben zowel de internationale bevoegdheid in de zaak tegen de Zweedse H&M AB als de relatieve bevoegdheid in de zaak tegen H&M BV betwist.

 

A-G Vlas concludeert, na de arresten eDate en Martinez (B9 10326), en Wintersteiger (B9 11111) van het Hof van Justitie te hebben aangehaald, dat artikel 5 sub 3 EEX- Vo zo moet worden uitgelegd dat voor gevallen van schending van intellectuele eigendomsrechten, in tegenstelling tot schending van persoonlijkheidsrechten, het slachtoffer van inbreuk door middel van op internet geplaatste content zich niet kan wenden tot de rechter van de lidstaat waar die content toegankelijk is of is geweest. De bescherming van intellectuele eigendomsrechten, en dus ook het auteursrecht, is territoriaal. De rechter van de lidstaat waar de auteursrechtelijke bescherming wordt ingeroepen is, zoals naar zijn mening volgt uit het Wintersteiger-arrest, wel bevoegd kennis te nemen van de vordering tot beëindiging van inbreuk, voor zover dat auteursrecht in die lidstaat voor bescherming in aanmerking komt. Conclusie is dat rechtbank Dordrecht in onderhavig geval wel internationaal bevoegd is krachtens art. 5 sub 3 EEX-Vo:

  

2.10 Op het moment van het stellen van deze prejudiciële vragen had het HvJEU het arrest Wintersteiger nog niet gewezen, zodat de Cour de cassation met recht eraan mocht twijfelen of uit het arrest eDate en Martinez voortvloeit dat het slachtoffer van een schending van auteursrechten door middel van op internet geplaatste content zich kan wenden tot de rechter van de lidstaat waar die content toegankelijk is of is geweest. Uit het arrest Wintersteiger blijkt thans dat deze conclusie niet mag worden getrokken voor gevallen van schending van intellectuele eigendomsrechten. Hoewel het arrest Wintersteiger betrekking heeft op het geval van schending van een merkrecht, zie ik niet in dat de daarin gegeven uitleg van art. 5 sub 3 EEX-Vo niet zou gelden voor een geval van beweerde schending van auteursrechten. Ook bij auteursrechten is de bescherming territoriaal. De rechter van de lidstaat waar de auteursrechtelijke bescherming wordt ingeroepen is, zo laat zich naar mijn mening uit het arrest Wintersteiger afleiden, bevoegd kennis te nemen van de vordering tot beëindiging van de inbreuk op het desbetreffende auteursrecht voor zover dat auteursrecht in die lidstaat voor bescherming in aanmerking komt. Door het arrest Wintersteiger is inmiddels sprake van een 'acte éclairé', zodat ik geen reden aanwezig acht voor aanhouding van de onderhavige zaak totdat het HvJEU in de zaak Pinckney zal hebben beslist. Evenmin zie ik aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen. Daarbij komt dat in de onderhavige zaak de kortgedingrechter zijn oordeel heeft afgestemd op dat van de bodemrechter (zie hierboven onder nr. 2.4), de vordering van G-Star tot Nederland beperkt is en H&M c.s. hebben aangegeven, onder voorbehoud van alle rechten, in het onderhavige kort geding ervan uit te gaan dat G-Star auteursrechtelijke bescherming voor de Elwood geniet.

2.11 Aangezien in de voorliggende zaak vast is komen te staan dat 1) H&M AB eigenaar is van de website www.hm.com en verantwoordelijk is voor de verkoop via deze website (vgl. rov. 24 van het bestreden arrest), 2) alle in H&M winkels aangeboden kleding ook via deze website te verkrijgen zullen zijn (zie rov. 24 van het bestreden arrest), 3) de website mede is gericht tot de Nederlandse markt en technisch niet is afgesloten voor potentiële klanten in Nederland, en dus 4) het voor mogelijk moet worden gehouden dat de litigieuze spijkerbroeken worden besteld vanuit en/ of worden geleverd in Dordrecht, is de rechter in het arrondissement Dordrecht internationaal bevoegd krachtens art. 5 sub 3 EEX-Vo kennis te nemen van de onderhavige vordering. Dit leidt tot de slotsom dat de kortgedingrechter in het bestreden arrest internationaal bevoegd is in de zaak tussen G-Star en H&M AB. Het onderdeel faalt derhalve.

Lees de gehele conclusie hier.