Richtlijn Collectief Beheer: het kabinet heeft nog veel vragen bij de uitwerking

Print pagina
Richtlijn Collectief Beheer: het kabinet heeft nog veel vragen bij de uitwerking

B9 11672. Kamerbrief over nieuwe Commissievoorstellen Fiche 4: Richtlijn Collectief beheer auteurs- en naburige rechten en muziekrechten op internet.

Over (o.a.) een goede omgang met gebruikers, minimumharmonisatie, verbod op risicovolle beleggingen, de normering van salarissen van bestuurders, eigen recht organisaties, multiterritoriaal licentiëren, en, een nieuwe term?, paspoortcbo’s.

Korte inhoud voorstel. Het voorstel richt zich op de verbetering van het functioneren van organisaties die zich bezighouden met het beheer van auteurs- en naburige rechten (collectieve beheersorganisaties (hierna: cbo’s) door eisen aan governance en transparantie te stellen en op verbetering van de auteursrechtlicentiëring van online muziekdiensten (zoals download- of streamingwebsites). 

Nederlandse positie: Het kabinet verwelkomt het richtlijnvoorstel maar heeft nog veel vragen bij de uitwerking. Voorop staat dat een Europees kader voor governance en transparantie het functioneren van cbo’s kan verbeteren. Een minimumregeling op Europees niveau kan ervoor zorgen dat het functioneren van cbo’s in andere lidstaten verbetert, waardoor de positie van Nederlandse rechthebbenden bij grensoverschrijdende royaltybetalingen beter wordt beschermd. Er zal duidelijkheid moeten komen over de wijze waarop de regels voor transparantie en governance worden gehandhaafd in lidstaten waar geen overheidstoezicht bestaat. Nederland zet op dit punt in op aanscherping van de richtlijn.

De richtlijn legt een basis voor een goede omgang met gebruikers. Het voorstel lijkt echter voornamelijk gericht te zijn op de positie van de rechthebbenden en besteedt relatief weinig aandacht aan die van de gebruikers. Dit is voor Nederland een belangrijk aandachtspunt in de onderhandelingen over het richtlijnvoorstel.

Het richtlijnvoorstel vertoont overlap met het bij de Eerste Kamer aanhangige wetsvoorstel dat het toezicht op cbo’s versterkt (Eerste Kamer, vergaderjaar 2011-2012, 31 766 A). Voor het kabinet is uitgangspunt dat de richtlijn moet voorzien in minimumharmonisatie. Het richtlijnvoorstel moet wat Nederland betreft de nodige flexibiliteit bieden om op nationaal niveau aanvullende regelingen te treffen, bijvoorbeeld om gebruikers te beschermen. De richtlijn moet aansluiten bij voortzetting van het beleid dat zich richt op één factuur voor ondernemingen (werkgroep Pastors) en aan de instelling van één loket voor de incasso van vergoedingen door cbo’s in de offline omgeving. Ook hecht het kabinet veel waarde aan het in het wetsvoorstel toezicht cbo’s opgenomen verbod op risicovolle beleggingen, de normering van salarissen van bestuurders en het preventieve toezicht op tariefstijgingen. Op deze punten zet Nederland in op een niveau van regelgeving dat aansluit bij de Nederlandse wetgeving voor cbo´s.

Nederland is er nog niet van overtuigd dat de vrijheid die rechthebbenden wordt geboden om rechten, rechtencategorieën of soorten werk terug te trekken en onder te brengen bij een andere cbo in de offline omgeving het gewenste effect heeft en leidt tot een verbetering van de positie van rechthebbenden en gebruikers. Onduidelijk is hoe dit voorstel in de praktijk uitpakt en of de rechthebbende daadwerkelijk kan kiezen voor een andere cbo. Onduidelijk is bijvoorbeeld hoe het richtlijnvoorstel zich op dit punt verhoudt tot de positie van zogenaamde eigen recht organisaties als SENA en Stichting Reprorecht. Deze organisaties opereren namelijk niet op basis van een machtiging van de rechthebbende, maar op basis van een wettelijk mandaat.

De regeling voor multiterritoriaal licentiëren van muziekauteursrecht op internet kan bijdragen aan het versterken van het legale aanbod van muziekwerken op internet. Dat is een wenselijk streven. Het richtlijnvoorstel kiest voor een benadering waarin de nadruk ligt op bescherming van de rechthebbenden. Rechthebbenden krijgen de mogelijkheid om hun repertoire onder te brengen bij een cbo naar keuze. De Commissie verwacht dat cbo’s hun krachten bundelen in zogenaamde ‘hubs’ waarin repertoire wordt geaggregeerd en waarin door schaalvergroting kostenvoordelen kunnen ontstaan. Onduidelijk is of deze voordelen met het voorstel worden gerealiseerd. Ook is nog niet duidelijk welke gevolgen het voorstel heeft in de praktijk, hoeveel ‘paspoortcbo’s’ er bijvoorbeeld zullen ontstaan en hoe dit uitpakt voor de gebruikers die een licentie willen afnemen. In het systeem bij de naburige rechten op uitzendingen (simulcasting agreement) bieden de verschillende cbo’s uit de lidstaten het wereldrepertoire aan via multiterritoriale licenties en worden de tarieven uit de lidstaten waarvoor de licentie wordt verstrekt bij elkaar opgeteld. De cbo’s concurreren daarbij ten opzichte van de gebruikers op serviceverlening en beheerskosten.

Nederland wil graag een verduidelijking van de afweging die de Commissie heeft gemaakt bij de keuze in het richtlijnvoorstel om voor het online beheer van muziekauteursrecht te concurreren op repertoire. Deze keuze roept namelijk de vraag op of het risico aanwezig is dat de gebruiker uiteindelijk wordt geconfronteerd met een versnippering van het repertoire over een groot aantal cbo’s. Dit zou niet passen in het streven naar verbetering van de verlening van grensoverschrijdende licenties. Andere aandachtspunten voor Nederland zijn de gevolgen voor de culturele diversiteit, de positie van Nederlands repertoire, de gevolgen voor de positie van de individuele auteur, de bescherming van persoonsgegevens en het uiteindelijke effect van deze richtlijn op het aanbod van legale muziekdiensten en op het aantal cbo’s dat overgaat tot multiterritoriale licentiëring.

Nederland zal bij de Commissie vragen om een nadere uitleg op deze punten. Ook zal een internetconsultatie worden georganiseerd waarin Nederlandse belanghebbenden gelegenheid krijgen om aan te geven hoe zij tegen deze punten aankijken.
 

Lees hier meer.