Veel vragen over het wetsvoorstel auteurscontractenrecht

Print pagina
Veel vragen over het wetsvoorstel auteurscontractenrecht

B9 11693. Kamerstukken Tweede Kamer. Kamerstuk 33308 nr. 5. Wijziging van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten in verband met de versterking van de positie van de auteur en de uitvoerende kunstenaar bij overeenkomsten betreffende het auteursrecht en het naburig recht (Wet Auteurscontractenrecht).

Uitgebreid verslag van het overleg de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie over het overleg m.b.t. het wetsvoorstel auteurscontractenrecht (inclusief en artikelsgewijze toelichting). Veel (doordachte) vragen (welke wetenschappers en advocaten zouden welke fractie adviseren?) over het wetsvoorstel van het inmiddels demissionaire kabinet, dat de vragen mogelijk zal overlaten aan het volgende kabinet. Enkele citaten: 

De leden van de VVD-fractie vragen wat de reden is van de zwakke positie van de maker. Is het niet zo dat het aanbod te hoog is en de vraag te laag, wat logischerwijs de positie van de aanbieder zwakker maakt? Bovendien kan een goede componist wel degelijk een hogere prijs voor zijn muzikale stuk vragen als de vraag naar zijn product groot is. De positie van een goede maker is dus niet zwak.

SP: Deze leden vernemen graag hoe het zit met de rechtszekerheid voor kunstenaars die hun ideeën hebben vastgelegd of uitgevoerd, waarbij het duidelijk is dat het een kunstwerk betreft. Een commercieel bedrijf zou bij een uitvinding of idee direct een patent of octrooi aanvragen. Gezien het hier om kunstenaars gaat (bijvoorbeeld technisch kunstenaars), die een idee ontwikkelen vanuit een creatieve inslag in plaats van een commerciële inslag, is de vraag hoe zijn hun uitvinding, kunstwerk of idee kunnen beschermen. Biedt het auteurscontractenrecht hier mogelijkheden voor?

D66: Voornoemde leden nemen een paradigma verschuiving waar, waarbij de rol van exploitanten door de opkomst van het internet misschien wel overbodig worden. Deze leden vragen of en hoe het onderhavige wetsvoorstel daarop inspeelt. Ook willen zij weten of de lange tijd dat dit wetsvoorstel op zich heeft laten wachten het benutten van de kansen van het internet heeft gehinderd.Deze leden willen voorts weten hoe de voorgestelde regels rondom filmwerken de exploitatie van bijvoorbeeld televisieseries verandert. Zij verzoeken de regering hierbij specifiek in te gaan op de mogelijkheden die het internet biedt voor “streaming” van audiovisuele werken.

De leden van de PvdA-fractie merken op dat in het moeizame traject naar indiening bij de Kamer een aantal bepalingen is gesneuveld dan wel minder ambitieus is geworden. (…) Is de regering het met deze leden eens dat het niet invoeren van een periodieke opzegbaarheid van vijf jaar geen stok achter de deur meer biedt om onderhandelingsresultaten te bereiken?

Graag vernemende leden van de SP-fractie waarom het auteurscontractenrecht niet voor alle auteursrechthebbenden geldt en waarom ondernemingen, dus ook ondernemingen waar creatieven samenwerken en die onderhandelingstechnisch gezien in eenzelfde positie kunnen verkeren als individuele makers, worden uitgesloten. Ook makers die ervoor kiezen om hun werk te doen vanuit een rechtspersoon, bijvoorbeeld een besloten vennootschap, dreigen te worden uitgesloten van dit contractrecht. Op basis van welke argumenten is deze keuze gemaakt? 

De leden van de SGP-fractie begrijpen dat de regering nadelen ziet als er een periodiek opzegrecht wordt ingevoerd. De regering stelt dat een dergelijke regeling vooral bij exploitanten bezwaren oproept. In hoeverre is de regering van mening dat de bezwaren van de makers ondervangen kunnen worden door een nadere uitwerking van de non-ususregeling

PVV: Voornoemde leden vragen of de versterking van het auteurscontractenrecht met zich meebrengt dat de huidige thuiskopieheffing niet langer meer noodzakelijk is.  In navolging van de reactie Platform Makers vragen deze leden wat er precies bedoeld wordt met exploitatie. Waarom is hoofdstuk 1A alleen van toepassing op exploitatiecontracten?

De leden van de PvdA-fractie merken op dat door de bewijslastenverschuiving noodzakelijkerwijs lasten aan de zijde van de exploitant ontstaan. Hoe hoog zijn deze lasten? Kan de regering een overzicht geven van de administratieve lasten die het wetsvoorstel met zich meebrengt?

PvdA: Deze leden vragen waarom niet is gekozen voor een uitzondering op het mededingingsrecht, zoals al jaren opgenomen in de Duitse auteurswet. Waarom vindt de regering het gekozen model, gezien de moeizame totstandkoming van het wetsvoorstel, de beste optie? Kan de regering deze vraag ook beantwoorden vanuit economisch perspectief? Kan de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een rol (gaan) spelen? Waarom (niet)? Kan de regering nader ingaan op verwachting dat het resultaat van de bepaling in Nederland anders zal zijn dan in Duitsland?

De leden van de PVV-fractie merken op dat ingevolge de artikelen 7 en 8 Auteurswet (Aw) de extra maatregelen uit de wet niet gelden voor de zogenaamde fictieve makers. Deze leden vragen of de regering zich ervan bewust is dat hierdoor ook kleinere ondernemingen van creatieven de bescherming van dit wetsvoorstel moeten ontberen. Acht de regering dit gevolg wenselijk?

De leden van de VVD-fractie lezen dat in artikel 25b het toepassingsbereik van het voorgestelde auteurscontractenrecht wordt afgebakend. In het eerste lid wordt gesteld dat het hoofdstuk van toepassing is op een overeenkomst die de verlening van exploitatiebevoegdheid ten aanzien van het auteursrecht van de maker aan een wederpartij tot hoofddoel heeft, tenzij artikel 3.28 Beneluxverdrag voor de Intellectuele Eigendom (BVIE)van toepassing is. Deze leden vragen waarom niet ook expliciet zijn uitgezonderd de gevallen waarin artikel 3.29 BVIE1 van toepassing is. Zij hebben begrepen dat sinds het arrest van het Benelux Gerechtshof van 22 juni 2007 (NJ 2007, 500, Electrolux / SOFAM) er even zeer sprake is van samenloop tussen auteursrecht en modellenrecht. Zij zouden daar graag een toelichting op vernemen.

De leden van de SGP-fractie begrijpen dat het hoofdstuk over exploitatieovereenkomsten niet van toepassing is op onder meer het ontwerpen van logo’s en websites. Deze leden vernemen graag wat hiervan de achtergrond is.

De leden van de VVD-fractie merken op dat het meest complexe onderdeel van het wetsvoorstel lijkt te zijn de bepaling die de mogelijkheid introduceert om bij algemene maatregel van bestuur de hoogte van een billijke vergoeding vast te stellen voor een specifieke branche. (…) De leden van de VVD-fractie vragen welke garanties er zijn dat deze constructie nu werkelijk mededingingsrecht-proof is en welke risico’s brancheorganisaties lopen wanneer zij er meewerken aan de totstandkoming ervan.

De volgende, moeilijkere vraag die leeft bij de leden van de VVD-fractie is wanneer een exploitatievorm daadwerkelijk nieuw is en nieuwe inkomsten genereert en niet vervangend en dus kannibaliserend is ten opzichte van bestaande exploitatievormen. Is verhuur van films op dvd aan te merken als een relevante nieuwe, voorheen onbekende exploitatievorm vergeleken met de verhuur van videobanden?

De bestsellerparagraaf is een prima uitlaatklep voor extreme gevallen. Als het daar niet toe beperkt blijft, leidt de toepassing van een dergelijke bepaling echter tot veel rechtsonzekerheid. De leden van de VVD-fractie zouden graag vernemen hoe deze rechtsonzekerheid beperkt kan worden.

De leden van de PvdA-fractie vragen wat de regering een redelijke termijn vindt als het gaat om het ontbinden door de maker van de overeenkomst ter exploitatie van het auteursrecht. De wet voorziet niet in een specifieke termijn waarbinnen de rechten door de wederpartij van de maker moeten worden geëxploiteerd. Op welke andere wijze dan modelcontracten kan dit nader worden uitgewerkt? Kan dit per mediasector verschillen? Op welke manier?

VVD:  Wanneer een rechtskeuze voor buitenlands recht wordt gecombineerd met een forumkeuze voor een buitenlandse rechter, is volgens deskundigen de kans dat het Nederlandse auteurscontactenrecht helemaal niet van toepassing is nog groter. Voornoemde leden zouden hier graag een reactie op vernemen.

Is het de bedoeling van het wetsvoorstel dat (slechts) de aanspraak op een billijke vergoeding kan worden overgedragen aan een collectieve beheersorganisatie of dat ook de exclusieve verbodsrechten aan een dergelijke organisatie worden overgedragen?

Lees alle vragen en opmerkingen hier.