Verkocht als echte 'Ploegschilderijen'

Print pagina

B9 11497. Gerechtshof Leeuwarden, 24 juli 2012, LJN: BX2307 (Schilderijen Groninger Ploeg).

“Ik zie op de achtergrond vier lollies die bomen moeten voorstellen. Ik vind het schilderij simpel en eenvoudig van opzet en ook de compositie en de lucht zijn niet overeenkomstig die van Altink. Het is een geschilderd plaatje. Altink legde daarentegen in al zijn werk zijn hele ziel en zaligheid.”

Gesteld vervalste schilderijen. Bij een eerder tussenarrest (hier en hier) besliste het hof dat de koper van vijf schilderijen van de kunstenaarsgroep "De Ploeg" moest bewijzen dat die doeken vals waren. De koper had bij de rechtbank terugbetaling gevorderd van de koopsom van in totaal tien inmiddels teruggebracht tot vijf) schilderijen die als echte 'Ploegschilderijen' waren verkocht. Het zou voornamelijk gaan om doeken van de hand van de schilders Altink en Dijkstra.

In dit tweede tussenarrest komt het hof tot de conclusie dat van twee van de vijf weken met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden geconcludeerd dat ze vals zijn. Het hof gelast een comparitie van partijen gelasten om de nadere standpunten van partijen te vernemen over de afwikkeling van de schade.

32. Voor alle drie de werken resteert als bewijsmateriaal derhalve hetgeen de diverse getuigen/deskundigen daaromtrent in eerste aanleg en in hoger beroep hebben verklaard. Daarvoor geldt hetgeen hiervoor omtrent deze verklaringen is overwogen. Tegen de achtergrond van het door [getuige/deskundige 3] in 1993 afgegeven rapport (wat daar verder ook van zij) en het gegeven dat de verschillende deskundigen zich evenzeer negatief hebben uitgelaten over de vijf inmiddels uit de procedure gehaalde werken, waaromtrent naderhand kennelijk toch nog enige twijfel is ontstaan, komt het hof niet verder dan de conclusie dat weliswaar aan de echtheid van deze werken kan worden getwijfeld, doch dat de valsheid van deze werken en de daarop vermelde signatuur niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is komen vast te staan.

33. Het hiervoor weergegeven oordeel brengt mede dat het tussenvonnis van de rechtbank Assen, waarvan beroep, niet geheel in stand kan blijven en in zoverre dient te worden vernietigd dat er thans van moet worden uitgegaan dat de schilderijen Het Reitdiep en Pic de Luc vals zijn en dat het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de werken Roggestompen, Gronings Landschap en Blauwborgje moet worden bekrachtigd, terwijl de overige vijf werken geen onderdeel meer uitmaken van de procedure. Onder verwijzing naar het bepaalde in de artikelen 335 en 336 Rv is het denkbaar dat het hof de zaak ter verdere berechting terug wijst naar de rechtbank Assen. Evenzeer is het denkbaar dat het hof de zaak aan zich houdt, zeker als partijen daar prijs op zouden stellen.

34. Het hof zal een comparitie van partijen gelasten teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich op dit punt nader uit te laten en de nadere standpunten van partijen te vernemen over de afwikkeling van de schade, nu het debat op dat punt in eerste aanleg niet veel verder is gekomen dan stellingen (bij inleidende dagvaarding) door [appellant] en betwisting daarvan (bij conclusie van antwoord) door [geïntimeerden]. Van partij [appellant] wordt in ieder geval verwacht dat hij de beweerdelijk door hem geleden (immateriële) schade ten gevolge van verlies van reputatie en de restauratieschade van Het Reitdiep, meer handen en voeten geeft en zijn vorderingen aanpast aan de inhoud van de hiervoor gegeven beslissing.

Lees het arrest hier. Filmverslag Dagblad van het Noorden hier.