Praktijkgebied IE |
Dossiers |
IE Agenda |
|
Hoge Raad, 13 november 2009, 08/00074, De Stichting Thuiskopie tegen NORMA & IRDA (met dank aan Dirk Visser & Adonna Alkema, Klos Morel Vos & Schaap & Tobias Cohen Jehoram, De Brauw Blackstone Westbroek).
Naburige rechten. Gelijkheids- of assimilatiebeginsel. De Hoge Raad volgt de conclusie van A-G Strikwerda (B9 8162) en vernietigt het arrest waarvan beroep (Gerechtshof Amsterdam, 13 september 2007, B9 4703).
Inzet van deze zaak is de uitleg van de “scope-rule” of reikwijdteregel van art. 32 van de Wet op de Naburige Rechten (Wnr). Amerikaanse musici en zangers hebben, aldus de Hoge Raad, wél aanspraak op de thuiskopievergoeding audio gelden, maar zij en Amerikaanse acteurs hebben géén aanspraak op thuiskopievergoeding video.
“De Hoge Raad verklaart voor recht dat buitenlandse uitvoerende kunstenaars wier uitvoeringen zijn opgenomen op een fonogram als bedoeld in art. 32 lid 1, onder c, in verbinding met lid 2 Wnr, aanspraak hebben op de thuiskopievergoeding.”
Lees het arrest hier of hier (LJN: BJ7327).
Vzr. Rechtbank Maastricht, 12 oktober 2009, LJN: BK0020, Zanger tegen Platenmaatschappij.
Auteursrecht. Naburige rechten. Titelcontracten. Stukgelopen samenwerking tussen platenmaatschappij en zanger resulteert in geschil over orkestbanden. Platenmij. Kan op grnd van titelcontract en WNR orkestbanden opeisen en/of gebruik verbieden. Platenmij hoeft geen genoegen te nemen met een vergoeding, omdat orkestbanden niet zijn aan te merken als “een voor commerciële doeleinden uitgebracht fonogram” als bedoeld in art. 7 lid 1.
Titelcontract: 4.1.1 (…) De bedingen waar het in dit geding om gaat - art. 13 “Orkestbanden” en art. 5 “Titelcontract” - geven immers de kern van de prestaties aan en zijn duidelijk en begrijpelijk geformuleerd, zodat krachtens art. 6:231 onder a BW voornoemde afdeling verdere toepassing mist. Art. 13 bepaalt dat het de artiest (gedaagde) niet is toegestaan de orkestbanden te verveelvoudigen en dat ze te allen tijde eigendom blijven van de Maatschappij (eiser 1) en steeds door haar opeisbaar zijn. De stelling van gedaagde dat de productiekosten van de orkestbanden zijn afbetaald door de verkoop van cd’s doet - ook indien juist - niet af aan het eigendomsrecht en het recht toestemming voor verder gebruik te onthouden van eiser 1, want zodanige betalingen hebben geen overgang van eigendom of andere rechten bewerkstelligd. De vordering onder 1. is dus in elk geval voor de orkestbanden van de nummers op “Lachend door ’t Leve” en “Boerum” toewijsbaar. Dit geldt slechts voor het deel van de vordering na “in het bijzonder”. In het daaraan voorafgaande deel is de gedraging waarvan een verbod wordt gevorderd (“iedere verdere inbreuk”) zo algemeen geformuleerd dat er geen dwangsom aan kan worden verbonden zonder executieproblemen uit te lokken.
Hoge Raad, 4 september 2009, 08/00074, conclusie A-G Strikwerda in Stichting De Thuiskopie tegen Norma & IRDA (met dank aan Tobias Cohen Jehoram, De Brauw Blackstone Westbroek)
Naburige rechten. Gelijkheids- of assimilatiebeginsel. Inzet van deze zaak is de uitleg van de “scope-rule” of reikwijdteregel van art. 32 van de Wet op de Naburige Rechten (Wnr). Meer bepaald gaat het om de vraag of Amerikaanse uitvoerende kunstenaars, nu de Verenigde Staten geen partij zijn bij de Conventie van Rome maar wel bij de Conventie van Genève, aanspraak kunnen maken op de zgn. thuiskopievergoeding en om de vraag of buitenlandse (Amerikaanse) uitvoerende kunstenaars slechts met betrekking tot een door een omroeporganisatie uitgezonden “live”-uitzending”een aanspraak hebben op de thuiskopieregeling.
Het hof oordeelde eerder (Gerechtshof Amsterdam, 13 september 2007, B9 4703) dat nu de Verenigde Staten geen partij zijn bij de Conventie van Rome het ervoor moet worden gehouden dat de wetgever aan Amerikaanse uitvoerende kunstenaars in beginsel geen aanspraak heeft gegeven op een thuiskopievergoeding audio op dezelfde basis als toegekend aan onderdanen van Rome-landen. M.b.t. de thuiskopievergoeding video deelde het hof het oordeel van de rechtbank dat art. 4 sub c van de Conventie van Rome uitsluitend betrekking heeft op audio-uitvoeringen die live worden uitgezonden.
De A-G strekt, heel kort, tot vernietiging van het bestreden arrest waar het het het oordeel over de thuiskopievergoeding audio en het gestelde reciprociteitsvereiste betreft:
Rechtbank Rotterdam 5 augustus 2009, HA ZA 07-2103. Eisers tegen Adrina Produkties B.V. en Bassie Produkties B.V. (Met dank aan Marloes Bakker, Klos Morel Vos & Schaap)
Auteursrecht en naburige rechten. Vonnis over billijke vergoeding voor acteurs uit Bassie en Adriaan series (waaronder de Baron en Handige Harry) voor exploitatie van de series op dvd en herhalingen op televisie. Terugwerkende kracht art. 45d Auteurswet en art. 4 Wet op de naburige rechten.
Artikel 45d Aw regelt dat de makers van een filmwerk geacht worden hun rechten te hebben overgedragen aan de producent als gevolg waarvan de producent een billijke vergoeding verschuldigd is aan de makers voor iedere vorm van exploitatie van het filmwerk. Krachtens artikel 4 WNR geldt ditzelfde ten behoeve van een uitvoerend kunstenaar, zoals de acteurs in het filmwerk. Volgens het overgangsrecht bij artikel 45d is dit artikel niet van toepassing indien met het tot stand brengen van een filmwerk een aanvang is gemaakt voor de inwerkingtreding van dat artikel, zijnde 1 augustus 1985. Volgens artikel 33 WNR komt aan artikel 4 WNR wel terugwerkende kracht toe ten aanzien van prestaties die voor het tijdstip van inwerkingtreding van die wet tot stand zijn gekomen (1 juli 1993) maar alleen voor zover het gedragingen betreft die plaatsvinden na die datum.
Met 5 van de 9 Bassie en Adriaan series was reeds een aanvang gemaakt vóór 1 augustus 1985. Voor zover de vorderingen zien op die series worden deze daarom afgewezen. Aan artikel 4 WNR mag dan terugwerkende kracht toekomen voor 1 juli 1993, deze terugwerkende kracht gaat niet verder dan de werking van het door dat artikel van toepassing verklaarde artikel 45d.
Herman Cohen Jehoram (Emeritus hoogleraar Recht van de Intellectuele Eigendom UvA): Nederlandse naburige rechtenorganisaties delven het onderspit in hun proces tegen kabelaars. (Te verschijnen in Auteurs en Media 2009/3, Larcier, Brussel).
Sinds de beroemde kabeltv-arresten van de Hoge Raad uit de eerste helft van de jaren 80 geldt in Nederland dat kabeltv-organisaties moeten betalen voor het secundair doorgeven van werken, die primair door de omroepen zijn uitgezonden. Vanaf de erkenning van de naburige rechten geldt hiervoor hetzelfde. Volgens artikel 14 a lid 1 van de Wet op de Naburige Rechten (WNR) kunnen de rechten ten aanzien van heruitzending (=doorgifte) van uitvoeringen uitsluitend worden uitgeoefend door collectieve rechtenorganisaties.
De Haagse rechtbank heeft nu bij vonnis van 28 januari 2009 (B9 7522) uitspraak gedaan in een geding, aangespannen door de rechtenorganisaties van uitvoerende kunstenaars Norma en Irda tegen Nederlandse kabelaars, die geweigerd hadden te betalen voor hun doorgifte van door de omroep uitgezonden uitvoeringen, een en ander met beroep op het genoemde artikel 14 a WNR, dat hun de uitsluitende rol terzake van kabeldoorgifte had toegewezen. De kabelaars voerden aan dat de technologie van verdere kabelverspreiding gewijzigd was sinds de kabeltv-arresten van de Hoge Raad. Toen vingen de kabelaars nog primair het omroepsignaal op via een centrale antenne en distribueerden dat secundair aan hun abonnees. Tegenwoordig echter leveren de omroepen hun signaal rechtstreeks aan de kabelaars, die vervolgens met hun gelijktijdige verspreiding van het signaal onder hun abonnees niet meer een secundaire doorgifte realiseren, maar een ‘primaire’ uitzending. De rechtbank volgt dit en beslist dat artikel 14 a WNR alleen voor secundaire doorgifte is geschreven en niet voor ‘primaire’ uitzending door de kabelaars. De wettelijke grondslag van het optreden van Norma en Irda is daarmee vervallen. Norma heeft ten slotte nog gesteld dat zij ook mag optreden in het geval van primaire uitzending door de kabelaars. In de overeenkomst tussen haar en de uitvoerende kunstenaars tot overdracht van rechten is weliswaar vooral sprake van de secundaire rechten, maar de primaire rechten zouden ook onder de overdracht vallen. De rechtbank kan dit laatste echter niet lezen in de overgelegde tekst van de overeenkomst. Daarmee bijten Norma en Irda in het zand.
Tegen het vonnis is hoger beroep ingesteld, ofschoon er niets steekhoudends tegenin te brengen lijkt te zijn.
Rechtbank Amsterdam, 20 april 2009, LJN: BI5180, Julio Iglesias & Jungle Aire Limited C.V. tegen Sony Bmg Music Entertainment (Netherlands) B.V
Naburige rechten. Auteursrecht. Eerst even kort. In geschil is (primair) of de aan Iglesias [A] toekomende naburige rechten middels diverse overeenkomsten voor en na de inwerkingtreding van de Wnr. aan Sony BMG zijn overgedragen. Dat is niet het geval, maar met betrekking tot de exploitatierechten (2 Wnr.) concludeert de rechtbank dat uit de aard en strekking van de overeenkomsten en de door partijen in de overeenkomsten gehanteerde definities wel voortvloeit dat de gegeven licentie ziet op toekomstige (dus ook digitale) exploitatievormen. "Dat bepaalde exploitatiewijzen ten tijde van het aangaan van de diverse overeenkomsten nog niet voorzienbaar waren, laat onverlet dat partijen daarop in de overeenkomsten hebben geanticipeerd middels de hiervoor weergegeven ruime omschrijvingen.'(4.16)
De rechtbank concludeert dat er geen overdracht is van (nieuw verworven) naburige rechten. Ten tijde van de totstandkoming van de diverse voor 1993 (inwerkingtreding Wnr) tot stand gekomen overeenkomsten kwamen de uitvoerend kunstenaar nog geen naburige rechten toe, zodat van een overdracht van die rechten geen sprake kan zijn. De na 1993 gesloten overeenkomsten leiden niet tot een ander oordeel.
Rechtbank Arnhem, 25 maart 2009, HA ZA 08-1325, De Roode Roos B.V. tegen Reform- en Vitaminecentrum De Rooij B.V. (met dank aan Kees van Dijk, Van Veen Advocaten).
Auteursrecht. Databankenrecht. Eerst even voor jezelf lezen. Eiser de Roode Roos (orthomoleculaire voedingssupplementen) constateert dat gedaagde De Rooij foto’s en teksten toont op haar website die volgens haar identiek zijn aan de foto’s en teksten op haar eigen website. Interessant vonnis voor webwinkeliers.
Bij vonnis in kort geding (Vzr. Rechtbank Arnhem 22 mei 2008, B9 6164) heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank De Rooij veroordeeld om elk gebruik van de foto's en de teksten die zij heeft ontleend aan De Roode Roos te staken en gestaakt te houden. De voorzieningenrechter heeft deze veroordeling niet gegrond op auteursrechtinbreuk of inbreuk op een databankenrecht, maar op onrechtmatig handelen van De Rooij in de zin van artikel 6: 162 B W. De gevorderde betaling van een voorschot op schadevergoeding is afgewezen.
De bodemrechter concludeert dat er weliswaar sprake is van auteursrecht op de gegevensverzameling, maar niet van inbreuk. Geen auteursrecht op de productfoto’s en de productinformatie. Geen beschermde databank (een investering in een webwinkel valt niet onder de doelomschrijving van de rechtbank). Wel geschriftenbescherming. Wel strijd met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt.
Lees het vonnis hier.
Persbericht Europees Parlement: Music copyright to be extended to 95 years. Copyright term for music recordings must be extended from 50 years to 95 years, says legislation approved on Thursday by the Legal Affairs Committee.
Increasing the term of copyright protection would ensure that performers and producers continue to receive royalties for 95 years from the first publication or performance of their song, according to a Commission proposal backed by the committee. The approved report, drafted by Brian Crowley (UEN, IE), amends existing legislation to increase the copyright protection for music compositions on physical devices (i.e. digital forms are excluded) to 95 years. A dedicated fund for session musicians was also approved by the committee.
Lees het persbericht hier.
HvJ EG, 20 januari 2009, zaak C- 240/07, Sony Music Entertainment (Germany) GmbH tegen Falcon Neue Medien Vertrieb GmbH (prejudiciële vragen Bundesgerichtshof (Duitsland))
Naburige rechten. Rechten van producenten van fonogrammen. Toepasselijkheid van de beschermingstermijn op een werk dat niet eerder was beschermd in de lidstaat waarin de bescherming wordt verzocht en waarvan de rechthebbende geen onderdaan van een lidstaat van de Gemeenschap is
Sony vordert dat Falcon het verbod wordt opgelegd, de cd’s „Bob Dylan – Blowin’ in the Wind” en „Bob Dylan – Gates of Eden” te reproduceren of te laten reproduceren en te distribueren of te laten distribueren. Falcon voert aan dat de Duitse regelgeving de rechten van een platenmaatschappij op de Bob Dylan-albums die vóór 1 januari 1966 werden opgenomen, niet beschermt.
Het Hof van Justitie (Grote kamer) verklaart voor recht:
1) De beschermingstermijn die is vastgelegd in richtlijn 2006/116/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de beschermingstermijn van het auteursrecht en van bepaalde naburige rechten, is overeenkomstig artikel 10, lid 2, van deze richtlijn eveneens van toepassing wanneer het betrokken voorwerp nooit eerder werd beschermd in de lidstaat waarin bescherming wordt gezocht.
2) Artikel 10, lid 2, van richtlijn 2006/116 moet aldus worden uitgelegd dat de in deze richtlijn vastgelegde beschermingstermijnen van toepassing zijn wanneer het betrokken werk of voorwerp op 1 juli 1995 in ten minste één lidstaat als zodanig werd beschermd door de nationale wetgeving van deze lidstaat op het gebied van het auteursrecht of de naburige rechten en de houder van dergelijke rechten op dit werk of dit voorwerp die onderdaan is van een derde land, op die datum door deze nationale wetgeving werd beschermd.
Lees het arrest hier.
Gerechtshof Arnhem , 6 januari 2009, LJN: BG9938, Appellant tegen Noordkaap TV Producties B.V.
Auteursrecht. Eerst even voor jezelf lezen. Billijke exploitatievergoeding voor "voice-over" ex artikel 4 Wnr juncto artikel 45d Aw.
“8. Indien echter de gestelde mondelinge afspraak al zou vaststaan, geldt voorts het volgende. Uit de 5e volzin van artikel 45d Aw volgt dwingendrechtelijk dat afspraken ter vastlegging (of beperking of afstand) van de in dat artikel bedoelde vergoedingen schriftelijk moeten worden overeengekomen. Bij de door Noordkaap gestelde afspraak is dat niet het geval. [appellant] beroept zich dan ook terecht op strijd met deze wettelijk eis en de beschermingsdoelstelling daarvan. Ook om die reden moet aan de gestelde mondelinge afspraak worden voorbijgegaan.
9. Het ontbreken van een schriftelijke afspraak betekent niet dat de uitvoerend kunstenaar geen recht heeft op een billijke beloning, zoals Noordkaap lijkt te stellen.
12. Aangezien de hoogte van de billijke vergoeding ad € 4.000,00 door Noordkaap niet is betwist, is de vordering in zoverre toewijsbaar.
Kamerstuk 21501-30, nr. 199, 2e Kamer, Raad voor Concurrentievermogen; Verslag algemeen overleg gehouden op 27 november 2008
Verlenging van de beschermingstermijn naburige recht. Gemeenschapsoctrooi.
Minister Van der Hoeven: “Dan de naburige rechten. Ik ben het eigenlijk met de Kamer eens. De onderbouwing van het voorstel over de verlenging van de beschermingstermijn is gewoon zwak. De onderbouwing van het gestelde over de prijseffecten voor consumenten berust in feite op een studie die betrekking heeft op 129 albums. Ik vind dat veel te rigoureus. De inkomenseffecten zijn beperkt. De onderbouwing van de prijseffecten is smal. De vraag is verder wie de rekening betaalt, de consument of de detailhandel. Zolang niet overtuigend kan worden aangetoond dat hetzelfde resultaat dat men wil bereiken niet met minder ingrijpende middelen kan worden bereikt, wijzen wij dit voorstel gewoon af. Je kunt het ook niet amenderen. Hier zeg je ja of neen tegen, maar ik zeg er neen tegen.
Het krachtenveld op dit punt is enorm verdeeld. Een aantal landen is nog bezig met het consultatieproces of heeft een parlementair voorbehoud gemaakt. De kritiek zit vooral bij Zweden, Tsjechië, Denemarken, Luxemburg, Italië, het Verenigd Koninkrijk, Polen, Finland, Roemenië, Oostenrijk, Letland, Nederland en Slowakije. Dat is dus heel breed. De kritiek is echter niet helemaal homogeen. Er zijn ook landen die een kortere verlenging willen, bijvoorbeeld tot 70 jaar. Er is in ieder geval geen helderheid over. Het lijkt mij daarom van belang heel goed te kijken naar de oppositie, ook vanuit wetenschappelijke kring. Er wordt gesteld dat er geen economische of culturele noodzaak is. Wij hebben de Commissie om een non-paper gevraagd, waarin gemotiveerd op die kritiek wordt ingegaan. Wij hebben dat inmiddels gekregen, maar ook dat is niet erg overtuigend. Onze positie op dit punt is dus niet gewijzigd.
Kamerstukken 31 766, nr. 6 Wijziging van de Wet van 6 maart 2003, houdende bepalingen met betrekking tot het toezicht op collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten. Verslag, vastgesteld 24 december 2008
De vaste commissie voor Justitie, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het voorstel van wet genoegzaam voorbereid.
Met inhoudsopgave:
1. Inleiding
2. Tussenbalans
3. Versterking van het toezicht
4. Verbreding van het toezicht
5. Buitenlandse organisaties
6. Overige toezichtsaspecten
7. Geschillencommissie voor tariefgeschillen
7.1 Inleiding
7.2 Doelstelling geschillencommissie
7.3 Positionering van de geschillencommissie
7.4 Samenstelling van de geschillencommissie
8. Europese en internationale context
9. Consultatie over de verbreding en versterking van het toezicht
10. Gevolgen voor het bedrijfsleven en collectieve beheersorganisaties
11. Gevolgen voor de Rijksbegroting
Lees het volledige kamerstuk hier.
Kamerstukken II 2008/09, 31766, nr. 5H. Wijziging van de Wet van 6 maart 2003, houdende bepalingen met betrekking tot het toezicht op collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten; Nota van verbetering
"In het voorstel van wet (stuk nr. 2) worden de volgende verbeteringen aangebracht:
I In artikel I, onderdeel E, wordt in artikel 3, vierde lid, «bedoeld in het tweede lid, onderdeel c» vervangen door: bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
II In artikel I, onderdeel Q, wordt «auteursen» vervangen door: auteurs-
en.
III In de bijlage wordt «Stichting Musiopy»vervangen door: Stichting Musi©opy>"
Lees de nota hier, eerder bericht hier
Herman Cohen Jehoram, emeritus hoogleraar Recht van de Intellectuele Eigendom aan de Universiteit van Amsterdam: Het toezicht op collectieve beheersorganisaties en de goededoelenfondsen. (Oorspronkelijk verschenen in AMI 2008/1 ,pp. 8-13).
Op 7 november 2008 is bij de Tweede Kamer een Wetsvoorstel ingediend tot wijziging van de Wet van 6 maart 2003, houdende bepalingen met betrekking tot het toezicht op collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten,Kamerstukken II 2008/09, 31766, nrs 1-4 (zie: B9 7260).
Het valt te verwachten dat het ontwerp ook buiten het parlement tot vele discussies aanleiding zal geven. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de rapportages die in 2005 en 2006 zijn gegeven door het College van Toezicht collectieve beheersorganisaties, hieronder mede begrepen de voorstellen voor een grondige herziening van de wet op dit onderwerp uit 2003. Hierop is een voorontwerp van wet van het Ministerie van Justitie gevolgd, en een brede discussie waarin vooral de werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB Nederland zich duchtig geroerd hebben, met onder meer een paradoxaal pleidooi voor prijsbeheersing in de vrije markt.
Nader wordt ingegaan op één specifiek onderwerp uit het Jaarverslag 2006 van het College van Toezicht, waar uiterst voorzichtige twijfel wordt geuit aangaande de wenselijkheid van de inhouding van voornamelijk buitenlandse auteursrechtroyalty’s ten bate van nationale sociale en culturele fondsen, de goededoelenfondsen of gdf’s. De auteur tracht deze twijfel van het College van Toezicht aan te wakkeren.
Lees het volledige artikel hier.
Hoge Raad, 5 december 2008, LJN: BB0678, De staatssecretaris van Financiën tegen Fiscale eenheid X Holding B.V. c.s.
Fiscaal-cultureel recht. De Hoge Raad is van oordeel dat voor het toegang verlenen voor peepshows het verlaagde btw-tarief van toepassing is. Het hof heeft vastgesteld dat bij deze peepshows sprake is van een toneel waarop een voorstelling wordt gegeven die door een aantal personen tegen betaling wordt bijgewoond. Volgens het hof was sprake van een toneelvoorstelling. De begrippen muziek- en toneeluitvoeringen moeten ruim worden opgevat en het culturele karakter of het culturele niveau van een voorstelling of uitvoering is niet van belang. Het verlaagde BTW-tarief is van toepassing
Lees het arrest hier. Samenvatting HR hier.