Praktijkgebied IE |
Dossiers |
IE Agenda |
|
Vzr. Rechtbank Haarlem, 3 september 2010, KG ZA 10-363, Feltkamp c.s. tegen GoFun (met dank aan Kriek Wille en Isabelle Wárlám van Van Doorne)
Auteursrecht. Zonder toestemming openbaarmaken van filmfragmenten in een commercial. Geen voorschot schadevergoeding. Compensatie van de gevorderde 1019h proceskosten, ondanks toewijzing inbreukverbod en dwangsom.
4.3. Slechts de overeenkomst van 22 september 2008 is op papier gezet. Die overeenkomst blinkt bovendien niet uit in helderheid en laat daardoor de nodige ruimte voor interpretatieverschillen.(…)
4.5. (…) begrijpt de voorzieningenrechter de contractsbepalingen aldus, dat Ruud Feltkamp als 'celebrity reisleider' zou deelnemen aan een door GoFun georganiseerde reis naar Lloret de Mar te Spanje. Ruud zou daarbij vergezeld worden door zijn broer Pim Feltkamp. Pim zou daarbij een aantal korte filmpjes van de reis maken, welke na terugkomst in Nederland aan GoFun ter beschikking zouden worden gesteld als verslag van de reis. (…)
4.6. Op grond van het voorgaande is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat de overeenkomst - voor zover deze betrekking heeft op de ter beschikking te stellen filmpjes - in beginsel slechts zag op het Reisverslag ten behoeve van de website van GoFun. De tekst van de overeenkomst lijkt ook in die richting te wijzen. De verwachting van Feltkamp c.s. dat voor een commercial mogelijk een (nadere) vergoeding door GoFun zou worden betaald, acht de voorzieningenrechter dan ook niet onbegrijpelijk. Zónder een dergelijke tegemoetkoming moet het gebruik van de Commercial dan ook worden gestaakt (…).
Rechtbank Amsterdam, 16 juni 2010, LJN: BN1626, Stichting BREIN tegen Gedaagden (Pirate Bay)
Auteursrecht. Herstelvonnis van 23 juni 2010. The Pirate Bay wordt geboden haar websites ontoegankelijk te maken voor internetgebruikers in Nederland. "2.1. De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 16 juni 2010 sprake is van kennelijke fouten, die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt:"
Rechtbank van Koophandel Antwerpen, 8 juli 2010, A/10/5374, Belgian Anti-Piracy Federatie (BAF) tegen Telenet & Belgacom (met dank aan John Allen, NautaDutilh)
Auteursrecht. Belgische zaak die doet denken aan het lopende geschil tussen Brein en Ziggo. Eiser BAF “vraagt aldus verweerders in hun hoedanigheid van ISP, te bevelen de websites van "The Pirate Bay" ontoegankelijk te maken voor hun klanten middels DNS blocking, en dit teneinde verdere schade in te dijken in afwachting van een uitspraak ten gronde.”
Vorderingen voorshands afgewezen: “Gelet op de lange periode dat "Pirate Bay" reeds actief is zonder dat eiseres daadkrachtig is opgetreden en gelet op de onduidelijkheid omtrent de rechten in de positie van partijen, rijst de vraag naar de opportuniteit van de gevorderde maatregel, aan wiens effectiviteit dan nog getwijfeld wordt, terwijl een uitspraak ten gronde binnen afzienbare tijd kan verwacht worden.” In citaten:
Rechtbank Amsterdam, 7 juli 2010, HA ZA 10-401, Indies Film Rights B.V. tegen American Cinema International Inc. c.s. (met dank aan Rogier Overbeek, Kennedy Van der Laan).
Auteursrecht. Bevoegdheidsincident. Stukgelopen samenwerking. Eiser, de Nederlandse filmdistributeur/licentienemer Indies Film Rights, ziet af van filmdistributie, nadat is gebleken dat filmproducent/distributeur/ licentiegever ACI niet beschikt over de toestemming van alle oorspronkelijke rechthebbenden en vorder schadevergoeding. Indies stelt i.c. dat de arbitragebedingen in de distributieovereenkomst niet van toepassing zijn en dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is, aanegzien het geschil zou zien op onrechtmatige daad in plaats van wanprestatie. Vordering afgewezen. De rechtbank verklaart zich onbevoegd:
2.6. De vordering van Indies in de hoofdzaak komt er derhalve naar de kern genomen op neer dat Indies vergoeding wenst van schade die zij stelt te lijden vanwege de naar haar mening door ACI c.s. veroorzaakte onmogelijkheid om de rechten die haar in de distributieovereenkomst door ACI c.s. in licentie zijn gegeven, daadwerkelijk uit te oefenen.
2.7. Naar het oordeel van de rechtbank is deze vordering in wezen gebaseerd op een gestelde tekortkoming in de nakoming van de gesloten overeenkomst, maar in ieder geval zodanig verwant met de inhoud en rechtsgevolgen van de distributieovereenkomsten dat de daarin opgenomen arbitragebedingen, zoals hiervoor onder 2.4 weergegeven, geacht moeten worden mede op vorderingen als deze betrekking te hebben.
Lees het vonnis hier.
Gerechtshof Amsterdam, 17 juni 2010, LJN: BN0072, Strafzaak (invoer gepirateerde DVD’s Schiphol)
Strafrecht. Auteursrecht. Verstekvonnis. Invoer gepirateerde DVD's op Schiphol. Ontoereikend standaard proces-verbaal.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 18 juli 2007 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk een of meer voorwerp(en), waarin met inbreuk op eens anders auteursrecht een werk is vervat, te weten zevenentwintig (27) datadragers bestaande uit althans één of meer dvd's voorzien van onder andere de titel(s) Burnout en/of Star Wars en/of God of War, heeft ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd.
Gerechtshof ’s-Gravenhage, 23 juni 2010, rolnr. 22-004285-07, Strafzaak Shareconnector (met dank aan Arnoud Engelfriet, Ius Mentis)
Auteursrecht. Tussenarrest in de strafzaak tegen beheerders Releases4u en Shareconnector (Rechtbank Rotterdam, 24 juli 2007, B9 4427).
Het hof is van oordeel dat de officier van justitie ter terechtzitting moet worden gehoord met betrekking tot de vraag op basis van welke feiten en omstandigheden de officier van justitie heeft besloten om over te gaan tot het inzetten van strafvorderlijke bevoegdheden (in het licht van de verhouding tussen civielrechtelijke en strafrechtelijke handhaving).
Het hof van oordeel dat een aanvullend rapport dient te worden opgemaakt door de deskundige dr. J. Pouwelse ten aanzien van de navolgende vragen:
a. Of en zo ja, in hoeverre de termen hashcode en hashlink synoniemen van elkaar zijn.
b. Zo nee, wat het verschil is tussen een hashcode en een hashlink.
c. In hoeverre het ten tijde van de tenlastegelegde periode mogelijk was om door het aanklikken dan wel dubbelklikken op een hashcode of een hashlink op de website www.shareconnector.com direct toegang te krijgen tot een daarop geplaatst en/of aangeboden bestand.
Lees het tussenarrest hier.
Vzr Rechtbank Amsterdam, 11 juni 2010, KG ZA 10-601 WT/MB, VEVAM tegen NL Film Productie B.V. c.s. (met dank aan Jacqueline Schaap en Dirk Visser, Klos Morel Vos & Schaap)
Auteursrecht. Collectief beheer filmauteursrecht. CBO VEVAM (collectieve heffingen t.b.v. regisseurs) maakt bezwaar tegen aanpassing algemene voorwaarden van filmproducent NL Film, die die aanpassing weer heeft doorgevoerd als bezwaar tegen het Addendum van de VEVAM, dat is opgesteld in het licht van het komende nieuw kabelcontract (waarbij de vraag wat als primaire en wat als secundaire openbaarmaking moet worden opgevat een belangrijke rol zal spelen).
NL Film stelt dat Vevam met het Addendum meer rechten overgedragen zou krijgen dan voorheen en dan nodig en gewenst. Door de nieuwe algemene voorwaarden van NL Film worden nu alleen de ‘oude’ rechten (leenrecht, thuiskopierecht, reprorecht en heffingen inzake secundaire openbaarmaking) aan Vevam overgedragen, de ‘overige’ rechten, dus ook die onder het Addendum vallen (zoals primaire doorgifte via kabel etc) worden overgedragen aan NL Film. Die constructie is niet onrechtmatig en de vorderingen van Vevam worden afgewezen. Een door de overdrager ondertekende overeenkomst, deels bestaand uit Algemene Bepalingen, kan als een akte van overdracht worden aangemerkt. De vergoeding op basis van artikel 45d AW kan in één keer worden afgekocht.
The Hague District Court, Judgment in Preliminary Proceedings of 2 June 2010, KG ZA 10-639, FTD BV vs Eyeworks Film & TV Drama BV (translated judgement)
Copyright. Facilitating the downloading of copyrighted content is considered ‘making available to he public’. “Instead it is important whether the behavior of FTD allows users to download copyrighted files (in an easier manner) and that it thus makes such files in fact available to the public. This is the case, provisionally judging.”
2.1. The issue of this case is the downloading from Usenet of copyrighted material and the role played by FTD in this. (…)
2.6. FTD provides a service by which users can find and download files on Usenet in an easy way. To that end it gives access to a computer application, referred to hereinafter as FTD Application, by which users can share information about files stored in Usenet servers. In the FTD Application users post so-called spots, data regarding files which are considered interesting by users. A spot comprises the name under which the file in question can be found on Usenet.
4.3. The present preliminary proceedings concern the question whether by its behavior FTD makes the work available to the public.
4.4. FTD argues that it does not make available, because the copyrighted files are not within its power at any time. The servers in which the files are stored are not controlled by it, nor does it have any influence on the downloading by users, so it argues. Be that as it may, provisionally judging it is not relevant whether the copyrighted files are actually in the power of FTD at any time. Instead it is important whether the behavior of FTD allows users to download copyrighted files (in an easier manner) and that it thus makes such files in fact available to the public. This is the case, provisionally judging.
Read the translated judgment here. Original judgment here.
Vzr. Rechtbank ‘s-Gravenhage, 2 juni 2010, KG ZA 10-639, FTD B.V. tegen Eyeworks Film & TV Drama B.V.
Auteursrecht. Opheffings kortgeding na ex parte Vzr. Rb ’s-Gravenhage, 11 mei 2010, B9 8829. Downloaden via Usenet van auteursrechtelijk beschermd materiaal. Vorderingen afgewezen: inbreuk. FTD maakt door haar handelwijze het werk openbaar maakt, dat wil zeggen stelt het ter beschikking aan het publiek.
Van belang is of de handelwijze van FTD gebruikers in staat stelt auteursrechtelijk beschermde bestanden (eenvoudiger) te downloaden en zij daarmee die bestanden de facto ter beschikking stelt van het publiek. Feitelijke bemoeienis (actieve, inhoudelijke bemoeienis) FTD is daarbij van belang. Dat het publiek de auteursrechtelijk beschermde bestanden ook langs andere weg tot zijn beschikking kan krijgen, maakt het ter beschikking stellen door FTD niet minder onrechtmatig. Vergelijk met Mininova-zaak, aansluiting bij recente beslissing Engelse rechter. De vraag of downloaden uit illegale bron illegaal is komt in deze zaak niet aan de orde.
Openbaar maken: 4.4. FTD betoogt dat zij niet openbaar maakt, omdat de auteursrechtelijk beschermde bestanden op geen enkel moment in haar macht zijn. De servers waarop de bestanden zijn opgeslagen worden niet door haar beheerd en zij heeft geen invloed op het downloaden door gebruikers, zo stelt zij. Wat daar ook van zij, naar voorlopig oordeel is niet relevant of de auteursrechtelijk beschermde bestanden op enig moment daadwerkelijk in de macht van FTD zijn. Veeleer is van belang of de handelwijze van FTD gebruikers in staat stelt auteursrechtelijk beschermde bestanden (eenvoudiger) te downloaden en zij daarmee die bestanden de facto ter beschikking stelt van het publiek. Dit is naar voorlopig oordeel het geval.
Feitelijek bemoeienis: 4.5. Voor dit oordeel acht de voorzieningenrechter mede van belang dat aannemelijk is geworden dat FTD actieve, inhoudelijke bemoeienis heeft met de spots. Zo controleren de door FTD aangestelde moderatoren, al dan niet op eigen initiatief, de kwaliteit van de geplaatste spots, worden gebruikers – onder meer door middel van zogeheten kudo’s – gestimuleerd spots te plaatsen van bestanden waarvan FTD moet vermoeden dat ze auteursrechtelijk beschermd zijn, en heeft FTD – door uitvoering te geven aan het ex parte verbod – laten zien met een aanzienlijke mate van precisie te kunnen voldoen aan een bevel de inbreuk op specifieke auteursrechten te staken door spots die verwijzen naar een bepaald werk te verwijderen. Dit geheel van feitelijke bemoeienis leert dat FTD in de openbaarmaking een sleutelrol vervult. Zij is de maker, eigenaar en beheerder van een sleutel waarmee de individuele gebruiker toegang krijgt tot auteursrechtelijk beschermd materiaal. Zonder de sleutel van FTD is het voor de gebruiker aanzienlijk lastiger die toegang te verkrijgen en bovendien zou het materiaal dat hij dan ter beschikking krijgt van mindere kwaliteit kunnen zijn.
Gerechtshof Amsterdam, 2 maart 2010, zaaknr. 200.015.797/01, Proctor Media Projects B.V. tegen Dullaert & Dumas Film & TV Producties B.V. (met dank aan Marcel de Zwaan, Bremer & De Zwaan).
Mediarecht. Scenario-opdracht. Hof stelt Proctor alsnog in het gelijk in geschil over schade na uitblijven vervolgopdracht.
Proctor ontwikkelt in opdracht een scenario voor de kindertelevisieserie Spetter, geproduceerd door D&D voor het Dolfinarium Harderwijk. D&D deed een aan Proctor verleend right of first refusal (de mogelijkheid om af te zien van het schrijven van scenario’s voor vervolgseries) niet gestand, omdat het Dolfinarium niet tevreden zou zijn geweest met de kwaliteit van de scripts. De Rechtbank Amsterdam (7 mei 2008, niet gepubliceerd) wees de vorderingen van Proctor aanvankelijk af, bij gebreke van een causaal verband tussen de schade en de niet gestand gedane optie.
Het Hof vat de verplichtingen van de producent jegens de scenarioschrijver ruimer op. Proctor had redelijkerwijs kunnen begrijpen dat het in beginsel de vervolgopdracht zou worden verstrekt en de producent had de scenarioschrijver over de bezwaren, het Dolfinarium was aanvankelijk wel tevreden, moeten informeren en de scenarist in de gelegenheid stellen die bezwaren weg te nemen en producent had met de opdrachtgever de bezwaren nader moeten onderzoeken. Causaal verband tussen de toerekenbare niet nakoming van deze verplichtingen en de door Proctor geleden schade wordt wel aanwezig geacht.
Lees het arrest hier.
Gerechtshof Amsterdam, 12 januari 2010, zaaknr. 200007.894/01, IJswater films B.V. tegen Tommy Wieringa (met dank aan Jacqueline Schaap, Klos Morel Vos & Schaap)
Auteursrecht. Hoger beroep tegen Rechtbank Amsterdam, 19 maart 2008, B9 5867. Hof Amsterdam bekrachtigt het vonnis waarvan beroep. Eiser IJswater heeft naar oordeel van het hof geen optie verkregen voor de verfilming van de roman Joe Speedboot van Tommy Wieringa: er is geen overeenkomst tot stand gekomen.
Het in het geding gebrachte faxbericht van De Bezige Bij was niet bedoeld om de optieovereenkomst te sluiten, maar op verzoek van IJswater opgesteld en verzonden ten einde IJswater in de gelegenheid te stellen tegenover het Nederlandse Fonds voor de Film te laten blijken dat IJswater de beoogde filmproducent van de roman was en aldus voor de verfilming van de roman bij genoemd fonds subsidie aan te vragen. “Aldus is niet komen vast te staan dat Wieringa mondeling, dan wel schriftelijk dan wel anderszins bij IJswater het gerechtvaardigde vertrouwen heeft gewekt dat hij instemde met de optieovereenkomst.”
2.4 Geen van de stellingen van partij en bevat toereikende grond om te aanvaarden dat Wieringa heeft ingestemd met de optieovereenkomst.. Het gaat erom te onderzoeken of Wieringa door zijn gedrag en zijn uitlatingen bij IJswater het vertrouwen heeft gewekt dat hij met de optieovereenkomst instemde. De rechtbank heeft in rechtsoverweging 4.3 van het vonnis waarvan beroep geoordeeld dat dit het geval is geweest. Zij heeft in het bijzonder overwogen dat De Bezige Bij over de optieovereenkomst in contact stond met Wieringa en daarover, berichten zond aan IJswater. Daaraan heeft de rechtbank ontleend dat IJswater mocht menen dat tussen De Bezige Bij, Wieringa en haar de optieovereenkomst was totstandgekomen. Terecht hebben Wieringa en De Bezige Bij in hoger beroep aangevoerd dat hetgeen tussen De Bezige Bij en IJswater is voorgevallen niet zonder meer toereikende grond oplevert om te aanvaarden dat IJswater op instemming van Wieringa met de optieovereenkomst mocht vertrouwen. Dat geldt ook, als Wieringa pas in een laat stadium zou hebben laten weten dat hij niet met de optieovereenkomst instemde.
Hoge Raad, 20 november 2009, LJN: BI6320, Stichting De Thuiskopie tegen Opus Supplies Deutschland GmbH, (met dank aan Tobias Cohen Jehoram, De Brauw Blackstone Westbroek)
Auteursrecht. Thuiskopievergoeding ex art. 16c Aw. Duitse aanbieder verkoopt vanuit Duitsland via internet blanco-gegevensdragers aan Nederlandse consumenten. Vraag wie dan als ‘importeur’ (op wie de verplichting tot betaling van de thuiskopievergoeding rust) in de zin van art. 16c lid 2 Aw moet worden aangemerkt. Prejudiciële vragen aan HvJ EG over uitleg van art. 5 lid 2 en lid 5 Richtlijn 2001/29/EG (‘Auteursrecht in de informatiemaatschappij’).
Lees het arrest hier en inmiddels ook hier (Rechtspraak.nl).
Vzr. Rechtbank ’s-Hertogenbosch, 11 augustus 2009, LJN: BJ5342, Güfa Gesellschaft Zur Übernahme Und Wahrnehmung Von Filmaufführungsrechten Mbh tegen Sauna Tibet B.V.
Auteursrecht. Güfa, auteursrechtenorganisatie erotische films, stelt dat sauna inbreuk maakt door het zonder toestemming vertonen van films uit het Güfa-repertoire. Geëiste werkelijke proceskosten in ‘routine zaak’ ‘buitensporig’ en sterk gematigd.
4.1. Sauna Tibet heeft niet betwist dat zij tot het Güfa repertoire behorende films vertoont, terwijl zij daarvoor geen toestemming heeft gekregen van Güfa. De vorderingen kunnen daarom worden toegewezen als na te melden. Dat Sauna Tibet al een bedrag van € 1.200,00 per jaar aan stichting Buma Stemra betaalt maakt dit niet anders, nu Buma Stemra niet (ook) de auteursrechten bezit van de door Sauna Tibet vertoonde films en voor het openbaar maken daarvan dan ook geen toestemming kan verlenen aan Sauna Tibet.
4.2. Dat Sauna Tibet reeds bij de aanschaf voor de betreffende films heeft betaald laat onverlet dat sprake is van een inbreuk op de auteursrechten van Güfa. Het staat Sauna Tibet vrij de aangeschafte films binnen de besloten familie-, vrienden of daaraan gelijk te stellen kring te vertonen (artikel 12, lid 4, Auteurswet), maar daar buiten is sprake van “openbaarmaking” waarvoor Sauna Tibet de toestemming van de auteursrechthebbende (Güfa) behoeft. Sauna Tibet heeft niet weersproken dat zij de films vertoont in een aparte ruimte voor de (betalende) bezoekers van de sauna. Zonder toestemming van Güfa is deze openbaarmaking in strijd met artikel 1 Auteurswet.
Lees het vonnis hier.
Rechtbank 's-Gravenhage, 12 augustus, LJN: BJ4900, Dharma Productions Private Ltd. Tegen Binder Videotheek c.s. [B] en Music India – Music Bank [C]
Auteursrecht. Eindvonnis na bewijsopdracht (Rechtbank ’s-Gravenhage, 24 oktober 2007, B9 4982). Bollywood-dvd’s.
Eisers zijn niet geslaagd te bewijzen dat zij producent zijn van de film Kaal. Evenmin slaagt bewijsopdracht dat gedaagde in zijn bedrijf dvd's van genoemde film met Franse ondertitels heeft verkocht of verhuurd. De vorderingen worden afgewezen.
In de zaak tegen [B]: “Gezien het voorgaande blijft het voor de rechtbank onduidelijk door wie de film is geproduceerd. Mogelijk is de film feitelijk geproduceerd door [P.] en [Q.], maar zijn deze activiteiten ingebracht in Dharma. Dit blijkt echter niet en is door Dharma en [A.] ook niet gesteld en toegelicht. Dharma en [A.] zijn dus niet in geslaagd het van hen gevraagde bewijs te leveren. De vorderingen tegen [B 1] dienen te worden afgewezen, ongeacht de vraag of [B 1] door verkoop van kopieën van de film inbreuk op het auteursrecht heeft gemaakt, omdat niet kan worden vastgesteld dat het auteursrecht aan Dharma toekomt. Dharma en [A.] worden als de in het ongelijk gestelde partijen veroordeeld in de proceskosten. Gelet op het tijdstip van dagvaarding - 6 december 2005 - worden deze begroot aan de hand van het liquidatietarief.
In de zaak tegen [C]: “In deze zaak is niet bestreden dat Dharma rechthebbende op het auteursrecht is, zodat daarvan in de procedure tegen [C.] moet worden uitgegaan. Wel is aan Dharma en [A.] opgedragen te bewijzen dat [C.] in zijn bedrijf in Den Haag dvd's van de film Kaal met Franse ondertiteling heeft verkocht of verhuurd. (…) Ook in dit bewijs zijn Dharma en [A.] niet geslaagd. De rechtbank heeft allereerst kunnen vaststellen dat de dvd, die zou zijn gekocht in de videotheek van [C.], geen Franse ondertiteling heeft. De enige getuige die op dit punt iets relevants heeft verklaard, [A.] zelf, bevestigt dat de dvd geen Franse ondertiteling heeft. Zijn opmerking dat op de dvd is vermeld 'French subtitles' ziet op de dvd die zou zijn gekocht in de videotheek van [B 1]. De door Dharma en [A.] overgelegde documenten zijn voor dit bewijs niet relevant.
Lees het vonnis hier.
Rechtbank Amsterdam 5 augustus 2009, HA ZA 09-185. Kim Holland Productions B.V. c.s. tegen 123 Video B.V. (Met dank aan Maarten Haak, Hoogenraad & Haak advocaten)
Vonnis in incident, verzoek tot inzage afgewezen. Geen rechtmatig belang, aangezien 123 Video zelf het recht heeft de gegevens bij de derde op te vragen.
Auteursrecht. Merkenrecht. Kim Holland vordert in de hoofdzaak onder meer een verklaring voor recht dat het (doen) plaatsen van Kim Holland beelden op de websites www.123video.nl en www.123video.com moet worden aangemerkt als een (mede-)openbaarmaking in de zin van artikel 12 en 13 Aw, als gebruik van een met het Beneluxmerk KIM HOLLAND overeenstemmend teken en als onrechtmatig handelen.
In het incident vordert 123 Video Holland te bevelen de persoonlijke gegevens te verstrekken van een derde (de uploader) als ontvangen van de provider, althans die gegevens te verstrekken die Holland heeft ontvangen van de provider naar aanleiding van hun verzoek tot het verstrekken van deze gegevens.
"De rechtbank stelt vast dat Kim Holland c.s. de bescheiden waar het in het incident om gaat niet onder zich heeft. Deze bescheiden bevinden zich onder een derde. Dit houdt niet noodzakelijkerwijs in dat de vordering moet worden afgewezen. Artikel 843a Rv kan ook toepassing vinden indien de betrokkene (Kim Holland c.s.) het recht heeft om de bescheiden door een derde aan haar te doen verstrekken. De rechtbank ziet in het onderhavige geval echter geen aanleiding artikel 843a Rv toe te passen. Daartoe is van belang dat de rechtbank geen - hier relevant - verschil ziet tussen het door 123 Video gestelde 'recht' van Kim Holland c.s. (dat zou voortvloeien uit de gestelde inbreuk op haar intellectuele eigendomsrechten) en de mogelijkheid die 123 Video zelf heeft om de bescheiden bij de derde op te vragen (maar dan gegrond op onrechtmatig handelen door de uploader jegens 123 Video). Onder die omstandigheden heeft 123 Video geen rechtmatig belang op grond waarvan Kim Holland c.s. gehouden zou zijn te proberen de betreffende bescheiden van de derde te verkrijgen. 123 Video kan daartoe zelf overgaan. De vordering dient reeds om die reden te worden afgewezen."
Lees het vonnis hier.