Praktijkgebied IE

Zoeken

In huidige categorie

Kort nieuws

Dossiers

IE Agenda

verklein lettertype vergroot lettertype
Vrijdag 19 februari 2010 - B9 8611

Opmerkingen bij meanderpatronen

Walter Hart, EP&C:  Opmerkingen bij Medinol - Abott inzake EP1181902 (Rechtbank ’s-Gravenhage, 23 december 2009, B9 8483

“Op Boek 9 verscheen op 23 december 2009 een vonnis van de rechtbank Den Haag in bovengenoemde zaak. Dit betreft een inbreukzaak, waarbij de geldigheid van het octrooi alleen voorwaardelijk betwist wordt. Er valt nogal wat aan te merken op de manier waarop dit vonnis de octrooiconclusie uitlegt. Er worden vier beperkingen meegelezen in de claim op een manier die op gespannen voet staat met artikel 69 uit het Europees Octrooiverdrag en het bijbehorende protocol.

(…)  20. Een vonnis met een inbreukanalyse maar zonder geldigheidsanalyse zou begrijpelijker zijn indien eerst de uitvinding besproken wordt. Deze bespreking zou moeten omvatten: 1) de meest nabije stand der techniek, 2) het objectieve technische probleem, 3) de wijze waarop de uitvinding zoals gedefinieerd in de claim het probleem oplost. Dat is in dit vonnis helaas niet gebeurd. Als aan het begin van dit vonnis was besproken welk voordeel de uitvinding heeft ten opzichte van Lau, i.e. meer flexibiliteit, dan was er wellicht een begrijpelijker vonnis uitgekomen, met wellicht een ander oordeel.

21. De octrooihouder heeft octrooi op een uitvinding, niet op een voordeel. Andere stand der techniek dan in het octrooi genoemd is kan andere nadelen hebben dan het nadeel dat in het octrooi genoemd is. Dezelfde uitvinding kan dan – plotsklaps- een ander voordeel hebben. Een beweerdelijk inbreukmakend product kan alle kenmerken van een claim hebben, maar desondanks niet passen binnen het stramien van de in het octrooi genoemde problem-solution approach. In dat geval is het belangrijk om te onderzoeken of de uitvinding wellicht nog andere voordelen heeft ten opzichte van de stand der techniek, en of het beweerdelijk inbreukmakend product datzelfde voordeel ook heeft ten opzichte van diezelfde stand der techniek.

22. Er loopt een dunne scheidslijn tussen het interpreteren van de claims in het licht van de beschrijving en het beperken van de claims in het licht van de beschrijving. Het eerste is in het octrooirecht de bedoeling, het tweede niet. In dit vonnis lijken ten minste vier verkeerde keuzes gemaakt te zijn, die bovendien onvoldoende gemotiveerd worden. De octrooihouder wordt hiermee onredelijk benadeeld. Ook de octrooihouder heeft aanspraak op rechtszekerheid. Het lijkt erop dat de rechtbank zich - mede omwille van de rechtszekerheid - strakker aan Art. 69 EPC had kunnen houden. Deze zaak wordt hopelijk vervolgd.”

Lees het gehele commentaar hier


Dinsdag 24 november 2009 - B9 8376

Decided to close

Persbericht Europese Commissie: Geen verder onderzoek naar vermeend misbruik van een machtspositie door Qualcomm bij het licentiëren van haar octrooiportfolio: “The European Commission has decided to close formal antitrust proceedings against Qualcomm Incorporated, a US chipset manufacturer, concerning an alleged breach of EC Treaty rules on abuse of a dominant market position (Article 82). The investigation was opened on 1 st October 2007.

The Commission has investigated whether the royalties that Qualcomm has been charging since its patented technology became part of Europe's 3G standard are unreasonably high.The Commission committed time and resources to this investigation in order to assess a complex body of evidence, but has not as yet reached formal conclusions.

All complainants have now withdrawn or indicated their intention to withdraw their complaints, and the Commission has therefore to decide where best to focus its resources and priorities. In view of this, the Commission does not consider it appropriate to invest further resources in this case.”
 
Lees het volledige persbericht hier.


Vrijdag 13 november 2009 - B9 8343

Plantum-debat (octrooi- en kwekersrecht)

Ingezonden bericht: "Afgelopen week tijdens een drukbezochte bijeenkomst van de Nederlandse Chapter van de AIPPI in het nieuwe kantoor van De Brauw heeft er onder de voorzitterschap van Willem Hoyng een debat plaatsgehad over de stelling:
 
"De Rijksoctrooiwet dient gewijzigd te worden teneinde het veredelen van geoctrooieerde planten mogelijk te maken en door de Zaaizaad- en Plantgoedwet beschermde resultaten van die veredeling vrij te kunnen gebruiken.”

De aanleiding voor het debat was het onlangs aangekondigde voorstel van Plantum NL (de brancheorganisatie voor Nederlandse kwekers) om de Rijksoctrooiwet aan te passen door een brede "breeders's exemption" op te nemen. Het voorstel van Plantum houdt in dat plantenrassen die onder een octrooi vallen vrij te gebruiken moeten zijn in de veredeling, en tevens dat de nieuw ontwikkelde rassen die nog onder de beschermingsomvang van een octrooi vallen, vrij moeten kunnen worden gecommercialiseerd. Een persbericht van Plantum NL over het voorstel vindt u hier.
 
Plantum is uitgenodigd om deel te nemen aan het debat, maar wilde dat niet doen. Het standpunt van Plantum is tijdens de bijeenkomst door mr. P.A.C.E. van der Kooij (Universiteit Leiden) verdedigd. Simon Dack was tegen de stelling.
 
De powerpoint- presentaties van beide sprekers vindt u hier (Paul van de Kooij) en hier (Simon Dack)."

Naschrift: In aansluiting op het bovenstaande bericht laat Plantum NL weten dat dat Plantum NL niet betrokken was bij het debat en ook niet bij het debat aanwezig was, niet uit onwillendheid, maar omdat de organisatie de datum zonder goed overleg zou hebben vastgesteld. Plantum benadrukt dat Mr. Van der Kooij tijdens het debat het plantumstandpunt niet zou hebben verdedigd. De heer Van der Kooij zou weliswaar een voorstel hebben gedaan tot aanpassing van de Rijksoctrooiwet, maar naar analogie van de Franse en Duitse octrooiwet en niet conform het voorstel van Plantum NL, aldus Plantum NL.


Woensdag 30 september 2009 - B9 8227

Een merkwaardig oordeel omtrent de proceskostenverdeling

Arvid van Oorschot - Theo BlommeArvid van Oorschot, Theo Blomme (Freshfields): Noot bij: Rechtbank ‘s-Gravenhage, 23 september 2009, HA ZA 08-3745, B9 8206, VanderLande Industries Nederland B.V. tegen Van Riet Handling Systems B.V.

"De recente uitspraak van de Haagse rechtbank in de octrooizaak tussen Vanderlande en Van Riet bevat een merkwaardig oordeel omtrent de proceskostenverdeling overeenkomstig artikel 1019h Rv.

Vanderlande roept in conventie twee octrooien in, waarvan de rechtbank oordeelt dat op slechts één daarvan inbreuk door Van Riet wordt gemaakt. In reconventie vordert Van Riet voorwaardelijk de vernietiging van beide octrooien, dat wil zeggen slechts indien in conventie de inbreuk zou worden vastgesteld. De rechtbank stelt in reconventie vast dat het octrooi waarop inbreuk wordt gemaakt geldig is en wijst de reconventionele nietigheidsvordering met betrekking tot dat octrooi af. Tot zover een gebruikelijke gang van zaken in een octrooizaak.

Partijen zijn onderling overeengekomen dat de proceskosten van de hele procedure aan beide zijden kunnen worden gesteld op € 60.000, waarbij niet is gespecificeerd welk deel betrekking heeft op de reconventie, noch welk deel op de door de rechtbank beoordeelde nietigheids-vordering. Daarom worden de kosten evenredig toegerekend: de helft aan de conventie (waarbij 25% aan de inbreukvordering op grond van octrooi 1 en 25% aan de inbreuk-vordering op grond van octrooi 2) en de andere helft aan de reconventie (waarbij 25% aan de – niet beoordeelde – nietigheidsvordering met betrekking tot octrooi 1 en 25% aan de – wel beoordeelde – nietigheidsvordering met betrekking tot octrooi 2). Tot zover nog steeds niets vreemds."

Lees de gehele noot hier.


Donderdag 24 september 2009 - B9 8215

Octrooibox met € 255 mln. verruimd

Kamerstuk  27406, nr. 153, 2e Kamer.  Nota «De kenniseconomie in zicht»; Brief ministers 'Naar een robuuste kenniseconomie'

“Het kabinet heeft bovendien nog ruimte voor extra lastenverlichting: om innovatie verder te stimuleren wordt de octrooibox met € 255 mln. verruimd waarbij in het Belastingplan 2010 wordt voorgesteld de octrooibox om te vormen tot een innovatiebox. Allereerst wordt het tarief verlaagd van 10% naar 5%. Tevens wordt het plafond voor zowel octrooi-activa als S&O-activa losgelaten. Tot slot worden verliezen op innovatieve activiteiten aftrekbaar tegen het normale tarief van 25,5% in plaats van het verlaagde tarief.”

Lees de volledige nota hier.


Woensdag 29 juli 2009 - B9 8093

Octrooiexpert is geen octrooigemachtigde

Reclame Code Commissie, 28 juli 2009, 2009.00379. Nederlandse Orde van Uitvinders tegen adverteerder (Met dank aan Catrien Noorda, Howrey)

Reclamerecht. Klacht tegen reclameuiting op de website van een 'octrooiexpert'. Octrooiexpert is geen octrooigemachtigde.

De NOvU voert aan dat de suggestie wordt gewekt in de advertentie dat, afgezien van een verschil in prijs en opleiding, een 'octrooi expert' op één lijn zou zijn te stellen met een octrooigemachtigde. Voorts wordt ten onrechte de infruk gewekt dat er na het door de adverteerder uitgevoerde nieuwheidsonderzoek en het indienen van een octrooiaanvraag onaantastbare bescherming kan worden verkregen. Adverteerder wijst er onder meer op dat de klacht zich richt tegen een besloten website, zodat geen sprake is van een openbare aanprijzing in de zin van artikel 1 NRC.

In de eerste plaats overweegt de Commissie dat de gewraakte website, die voor een ieder toegankelijk is, dient te worden aangemerkt als een openbare aanprijzing van adverteerders diensten en dus een reclame-uiting is in de zin van de NRC.

Ten aanzien van de uiting zelf: "adverteerder [vergelijkt] werkzaamheden die hij als Patentexperte (octrooiexpert) verricht met die van een octrooigemachtigde en stelt [..] dat de waarde en de bescherming van een door hem en een door een  octrooigemachtigde geschreven octrooiaanvrage even groot is. "Patentexperte" en "octrooiexpert' zijn door adverteerder zelf bedachte titels en - anders dan wordt gesuggereerd - geen in Nederland erkende titels. Adverteerder heeft niet aangetoond dan wel aannemelijk gemaakt dat hij een opleiding heeft voltooid, die vergelijkbaar is met die welke een octrooigemachtigde heeft voltooid. Naar eigen zeggen heeft hij in München een tweejarige schriftelijke opleiding gevolgd, maar daarmee heeft adverteerder niet aangetoond een opleiding te hebben voltooid, waardoor hij in staat moet worden geacht om een octrooiaanvrage in te dienen die een uitvinder de bescherming biedt, die in de uiting in het vooruitzicht wordt gesteld"


Woensdag 08 juli 2009 - B9 8043

Europese Commissie: Pharmaceutical Sector Inquiry, Final Report

This document contains the Final Report for the pharmaceutical sector inquiry launched by the European Commission on 15 January 2008. A preliminary version was presented to the general public on 28 November 2008 in Brussels. The document sets out the findings of the sector inquiry, summarises the comments received during the public consultation and makes policy recommendations where appropriate.

The sector inquiry dealt with the alleged obstacles to market entry for prescription medicines for human use. It focused on obstacles for generic products, i.e. products that can enter the market upon loss of exclusivity of the original product (i.e. upon patent expiry, possibly extended by SPC, or expiry of the exclusivity period pursuant to pharmaceutical law3). It also concerned obstacles for innovative products, i.e. obstacles to competition between originator companies. As it is a competition inquiry, it focused on the behaviour of companies. However it is acknowledged that behaviour of companies always takes place against the background of the regulatory environment.

The results of the sector inquiry suggest that the behaviour of originator companies contribute to the obstacles for generic and originator entry, whilst acknowledging that other factors e.g., the regulatory framework, might also play an important role.

Lees het rapport hier.
 


Maandag 06 juli 2009 - B9 8032

Een gratis nieuwheidsonderzoek II

Octrooicentrum Nederland (OCN) tegen Systemate Group B.V. Beschikking van 26 juni 2009 (met dank aan Leo Kooy, Vriesendorp & Gaade).

Octrooirecht. Vervolg op B9 7990. Het OCN beschikt alsnog materieel naar aanleiding van het oorspronkelijk ingediende bezwaar en stelt Systemate in het gelijk. Het bij de eerdere aanvrage overgelegde nieuwheidsonderzoek dient te worden aangemerkt als een eerder door het Europees Octrooibureau op een overeenkomstige aanvrage ingesteld overeenkomstig onderzoek, nu -ondanks het feit dat de conclusies niet volledig identiek zijn- de beschermingsomvang van de twee onafhankelijke conclusies in de latere (afgesplitste) aanvrage, gelijk is aan die van twee onafhankelijke conclusies in de eerdere aanvrage.

Op grond van art. 6 lid 5 Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995 is verzoekster inzake de onderhavige aanvrage dus geen betaling verschuldigd voor het instellen van een onderzoek naar de stand van de techniek.

Lees de beschikking hier.


Vrijdag 29 mei 2009 - B9 7936

Orange Book

Octrooirecht. Mededingingsrecht. Interessante uitspraak van het Duitse Bundesgerichtshof van 6 mei 2009 in de zogeheten ‘Orange Book’-zaak. EP 325 330 voor een ‘optically readable record’. Technische standaarden. Verplichting tot geven licentie. Mogelijkheid tot verkrijgen inbreukverbod.

Technische standaarden worden in veel elektronica gebruikt. In octrooizaken wordt het toepassen van een standaard door de gedaagde vaak aangevoerd als een bewijs van inbreuk op de voor de toepassing van de standaard noodzakelijke octrooien. Mededingingsrechtelijk is de vraag relevant of een weigering van de octrooihouder om de gedaagde een licentie te verlenen misbruik van machtspositie kan opleveren.

Deze zaak gaat over de in het ‘Orange Book’ neergelegde standaard voor recordable en rewritable compact discs (CD-R en CD-RW) en betreft de vraag onder welke voorwaarden de weigering een licentie te verlenen misbruik van machtspositie oplevert en in de weg staat aan het verkrijgen van een inbreukverbod.

Het Bundesgerichtshof geeft de volgende algemene rechtsregels:


Woensdag 18 maart 2009 - B9 7701

Actielijn 3: intellectueel eigendom

Kamerstukken 2008/09, 27406, nr. 141, Bijlage; Evaluatie Programma voor de Creatieve Industrie - 2009-03-13 (bijlage bij 27406, nr. 141) (Ministeries EZ  & OCW)

Actielijn 3: intellectueel eigendom: Deze actielijn is onderverdeeld in drie initiatieven: Creative Commons, auteurscontractenrecht en voorlichting verbeteren. (...) Voor actielijn 3 geldt dat over het geheel genomen de uitvoering en opbrengsten redelijk goed zijn te noemen. Alleen bij de wijziging van het auteurscontractenrecht heeft vertraging plaatsgevonden. Dit initiatief is echter wel van wezenlijk belang om geconstateerde knelpunten weg te kunnen nemen

Creative Commons is een systeem van licenties, binnen het auteursrecht, waarbij rechthebbenden op eenvoudige en transparante wijze aangeven onder welke voorwaarden en tot op welke hoogte hun werk door anderen mag worden gebruikt. Creative Commons is succesvol verlopen. Het bereik onder de doelgroep is hoog te noemen. Binnen het initiatief is onder andere aandacht besteed aan voorlichting en het organiseren van bijeenkomsten. Concrete resultaten zijn het gebruik van licenties (eind 2007 meer dan 200.000 werken op internet), de totstandkoming van een pilot met Buma/Stemra op het gebied van collectief rechtenbeheer en vele bezoekers (200.000) aan de website.

Het initiatief om het auteurcontractenrecht te herzien start begin 2009. In juni 2008 heeft de minister van Justitie aan de kamer laten weten dat begin 2009 het wetsvoorstel zal worden ingediend omdat op het ogenblik thuiskopie, toezicht en geschillenbeslechting voorrang hebben. Hierbij zal ook eerst overleg plaatsvinden met de EU-Commissie over de (on)mogelijkheden om bij wet collectieve tariefafspraken te maken. Er is geen sprake van een juridisch vacuüm omdat de mogelijkheid bestaat om specifieke regelingen in een modelcontract op te nemen. Deze activiteiten voltrekken zich echter buiten de regie van het programma voor de creatieve industrie.


Maandag 09 maart 2009 - B9 7647

Inzake de kwaliteit van het rechterlijk functioneren

Kamerstukken II 2008/09, 29279, nr. 89. Rechtsstaat en Rechtsorde; Verslag algemeen overleg van 29 januari 2009, o.a. over de brief van de minister van Justitie, d.d. 12 december 2008 inzake de kwaliteit van het rechterlijk functioneren (29 279, nr. 84)

De heer De Wit (SP): Het gaat om het recht op zichzelf. "Het is heel verstandig om bij een civiele procedure deskundigen te vragen om advies. In de meeste gevallen kom je er als burger, als leek, niet uit. Het recht is kortom verworden tot een specialisme voor mensen die er dagelijks mee omgaan. 

Neem maar het auteursrecht en het octrooirecht. Al die ingewikkelde zaken kun je gewoon niet overlaten aan de burger. Daar heb je gewoon deskundigen voor nodig."

Lees het verslag hier.


Vrijdag 28 november 2008 - B9 7329

De materie van het basisoctrooi

Octrooicentrum Nederland, beschikking op bezwaar van 13 november 2008, inzake de afwijzing van een ABC van Stallergenes. (met dank aan Sascha Schalkwijk, Bird & Bird

Beslissing op bezwaar tegen weigering afgifte aanvullend beschermingscertificaat voor timoteegrasextract. Het bezwaar wordt ongegrond verklaard.

Aanvraagster Stallergenes heeft haar verzoek tot afgifte gebaseerd op het aan haar toekomende Europese octrooi EP 278 877 en de marktvergunningen RVG 33788 en SE21278 voor het geneesmiddel Grazax. Deze marktvergunningen komen toe aan de in deze procedure als belanghebbende optredende derde partij ALK-Abelló.
 
Het OCNL is in de eerste plaats van oordeel dat RVG 33788 niet de eerste marktvergunning is in de zin van artikel 3(d) ABC-verordening, omdat er in Nederland een eerdere marktvergunning is afgegeven voor het geneesmiddel Alutard,  dat dezelfde werkzame stof als Grazax bevat (timoteegras). Het betoog van Stallergenes dat Alutard een combinatie van werkzame stoffen bevat, namelijk ook aluminiumhydroxide, wordt gepasseerd, aangezien aluminiumhydroxide een hulpstof is en geen werkzame stof.


Dinsdag 25 november 2008 - B9 7317

Douanemaatregelen in Octrooigeschillen

CIER lezing 3 december 2008. Douanemaatregelen in Octrooigeschillen. Spreker is Mr. G.J. Kuipers, advocaat en partner bij De Brauw Blackstone Westbroek.

De lezing zal zich toespitsen op het onderwerp van douanemaatregelen in octrooigeschillen. De praktijk in Nederland is dat de douane zich flexibel opstelt en vrij snel bereid is tot actie over te gaan. Hoe komt de douane precies tot het vermoeden dat sprake is van inbreuk op een IE-recht in de zin van de Antipiraterijverordening (APV). Voor gevallen van nagemaakte Adidasschoenen of Gucci-zonnebrillen lijkt dit eenvoudig, maar hoe gaat dat in octrooigeschillen? Een tweede en veel besproken vraag die aan de orde komt is wat nu precies de mogelijkheden zijn in geval van transitohandel. Houdt zoals de voorzieningenrechter te 's-Gravenhage onlangs oordeelde de vervaardigingsfictie van de Hoge Raad uit Philips / Princo stand na Montex / Diesel? En tot slot: Wat zijn de mogelijkheden om door een douanebeslag getroffen goederen weer vrij te krijgen.


Donderdag 20 november 2008 - B9 7308

Volgens de nieuwe rijkshuisstijl

De internetsite met het digitale archief van het Bijblad is weer benaderbaar. U vindt het archief op www.bijblad.nl of via de speciale link ("Direct naar") op de website van Octrooicentrum Nederland (www.octrooicentrum.nl). 

Sinds 24 september 2008 heeft Octrooicentrum Nederland als eerste rijksorganisatie een website die gebruik maakt van Open Source-software. De site is geheel ingericht volgens de nieuwe rijkshuisstijl. De afgelopen periode zijn we druk bezig geweest ook de site van het Bijblad in een Open Source-omgeving te plaatsen. We hopen dat het tijdelijk niet beschikbaar zijn van de site voor u niet tot al te veel ongemakken heeft geleid.


Vrijdag 14 november 2008 - B9 7287

Welke ruimte biedt het huidige octrooirecht voor morele afwegingen?

Rapport Ministerie van Economische Zaken: Dode letter of levende materie? Openbare orde en goede zeden in het octrooirecht voor biotechnologische uitvindingen.

Rapport over de rol van ethische aspecten bij octrooiering van biotechnologische uitvindingen. Daarbij wordt getracht een antwoord te geven op de volgende vragen:

1. Welke ruimte biedt het huidige octrooirecht voor morele afwegingen?
2. Is die ruimte voldoende?
3. Is het octrooirecht bruikbaar om (moreel) ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan?
4. Zijn er gronden om de Europese Commissie te verzoeken met voorstellen te komen om Richtlijn 98/44/EG betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen aan te passen i.v.m. ethische aspecten, in het bijzonder naar aanleiding van ingediende moties met betrekking tot octrooien op humane genen?

“Tenslotte zij benadrukt dat het tegengaan van onwenselijke ontwikkelingen veel beter geregeld kan worden via specifieke wetgeving dan via wijziging van het octrooirecht. Dat vereist heldere politieke keuzes over wat wel en niet toelaatbaar wordt geacht. Het octrooirecht is daarvoor geen geschikt middel, want het grijpt te laat aan in het traject van ontwikkeling en toepassing.