Praktijkgebied IE

Zoeken

In huidige categorie

Kort nieuws

Dossiers

IE Agenda

verklein lettertype vergroot lettertype
Donderdag 17 juni 2010 - B9 8924

Nederlandse vertaling

HvJ EU, beschikking van 18 maart 2010, zaak C 136/09, Organismos Sillogikis Diacheirisis etc. tegen Divani Akropolis Anonimi etc.

Auteursrecht en naburige rechten. Publicatieblad-publicatie in het Nederlands van de nog niet in het Nederlands vertaalde beschikking in de Griekse variant op Rafael Hoteles (C-306/05), hoewel “verricht door dit loutere feit” wellicht nog wat verder gaat.

Begrip "mededeling aan het publiek". Werken verspreid via televisietoestellen die in hotelkamers zijn geïnstalleerd en die zijn verbonden met de centrale antenne van het hotel, zonder andere tussenkomst van het hotel voor de ontvangst van het signaal door de gasten

Dictum: “De hotelhouder die televisietoestellen installeert in de kamers van zijn hotel en deze toestellen verbindt met de centrale antenne van het hotel, verricht door dit loutere feit een mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij.”

Lees de publicatie hier.


Maandag 31 mei 2010 - B9 8872

De partij die een openbaarmaking feitelijk beheerst.

Vzr. Rechtbank ’s-Gravenhage, 31 mei 2010, KG ZA 10-531, Tele2 Nederland & Online Breedband B.V. tegen UPC Nederland B.V. & Ziggo B.V. (met dank aan Paul Kreijger, Freshfields)

Auteursrecht. Mededinging. Telecommunicatie. Kabelnetwerken en (feitelijke) openbaarmaking. ‘Wederverkoopverplichting’ voor analoge televisie. In het kort: OPTA heeft aan kabelnetwerkexploitanten UPC en Ziggo de verplichting opgelegd om hun eigen analoge standaardpakket rtv-programma’s door te verkopen aan de alternatieve dienstenaanbieders. Alternatieve aanbieders die niet over een eigen kabelnetwerk beschikken  zouden zo kunnen concurreren met het kabelbedrijf door het analoge standaardpakket en de aansluiting in eigen naam aan hun klant te verkopen.

Het is de netwerkexploitanten daarbij toegestaan hun rtv-pakket uitsluitend als geheel te leveren aan de alternatieve aanbieders. De exploitanten stellen echter dat nu alternatieve aanbieders het pakket in eigen naam leveren, het ook deze aanbieders zijn die (mede) openbaar maken en dus zelf afspraken met de omroepen in het analoge pakket moeten maken. Eisers Tele2 en Online stellen dat de auteursrechtelijke licentie-onderhandelingen met de rechthebbenden bij een geheel pakket echter te ingewikkeld zouden zijn  en willen dat gedaagden verplicht mee werken aan zogenaamde ‘third party billing’, waarbij klanten voor de aansluiting en de analoge rtv-signalen weliswaar klant zijn bij Tele2/Online, maar waarbij UPC en Ziggo de zenders uit het analoge standaardpakket leveren aan die consumenten, waardoor de openbaarmaking uitsluitend door UPC en Ziggo zou geschieden. Deze kwestie is eerder door OPTA beoordeeld in een geschilbesluit, waarbij gedaagden inderdaad verplicht werden  tot aanbieden volgens deze constructie, maar, en daar gaat het i.c. om, alleen als de civiele rechter van oordeel zou zijn dat er op deze manier sprake is van een openbaarmaking door uitsluitend UPC en Ziggo.
 
De civiele rechter oordeelt echter anders en de vorderingen worden afgewezen. Ook bij Third Party Billing wordt de openbaarmaking feitelijk beheerst door de alternatieve aanbieders Tele2 en Online  en zijn zij bij uitstek de partij die in auteursrechtelijke zin verantwoordelijk kan worden gehouden voor openbaarmaking.

4.5. Gelet op het voorgaande kan het betoog van Tele2 en Online dat zij niet openbaar maken omdat zij niet feitelijk betrokken zijn bij de levering van de omroepinhoud, niet slagen. Zij hebben feitelijk immers juist een bepalende rol bij de levering. Voor zover Tele2 en Online hebben bedoeld te betogen dat een partij die de openbaarmaking feitelijk beheerst, maar de technische uitvoering van de openbaarmaking overlaat aan een derde, niet openbaar maakt, treft het evenmin doel. Die opvatting vindt naar voorlopig oordeel geen steun in het recht. Voorshands moet worden aangenomen dat de partij die een openbaarmaking feitelijk beheerst, bij uitstek de partij is die in auteursrechtelijke zin verantwoordelijk kan worden gehouden voor de openbaarmaking.

Lees het vonnis hier.


Maandag 26 april 2010 - B9 8790

Het Maandagmerk

Rechtbank Amsterdam, 21 april 2010, HA ZA 09-844, S. tegen H. (met dank aan Bjorn Schipper, Bousie)

Merkenrecht. Geschil over de organisatie van het evenement MONDAY en de hieraan verbonden IE rechten, waaronder de rechten op het merk MONDAY. Conventie: bijdrage aan organisatie impliceert geen aanspraak op deze rechten. Ook geen aanspraak op deel van de exploitatie opbrengsten. Geen merkenrechtelijk voorgebruik. Gedeeltelijke veroordeling in de volledige proceskosten. Reconventie: merkinbreuk aangenomen. Onrechtmatige daad m.b.t. het doen van negatieve uitlatingen over het evenement MONDAY en het oproepen van (potentiële) bezoekers om vooral niet naar het evenement te gaan. Geen auteursrechtinbreuk nu auteursrechtelijk beschermde trekken op communicatie uitingen zoals huisstijl en webdesign niet duidelijk zijn gemaakt. Geen handelsnaaminbreuk. Beslagen onrechtmatig gelegd. Compensatie van de proceskosten.

4.4. S. stelt voorts dat H. onrechtmatig handelt doordat zij achter de rug van S. om het Benelux woordmerk MONDAY op haar eigen naam heeft laten registreren. Deze rechten zouden als voorgebruiker aan S. toekomen. S. stelt niet waaruit dit voorgebruik bestaat en waaruit het voorgebruik zou moeten blijken. Omdat van voorgebruik door S. niet is gebleken, is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet duidelijk waarom het depot jegens S. onrechtmatig zou zijn. Het enkele feit dat S. bij de totstandkoming van het concept op enigerlei wijze betrokken is geweest en daarover ook met derden sprak, is daartoe - zo S. dit al aan haar vordering ten grondslag wenst te leggen - onvoldoende. Het enkele voorbijzien aan eventuele daaruit voortvloeiende rechten van S. (wat die ook mogen zijn) leidt niet tot het oordeel dat H. onrechtmatig jegens S. handelt omdat zij te kwader trouw heeft gedeponeerd, gelijk S. stelt. Zo is gesteld noch gebleken dat er in het kader van de samenwerking afspraken zijn gemaakt over de introductie van het merk MONDAY. Dit had wel op de weg van S. gelegen, nu zij zich beroept op de kwade trouw van H. Het is dan aan S. te stellen en te bewijzen dat en waarom sprake is van kwade trouw aan de zijde van H.. Dat heeft zij niet, althans in onvoldoende mate, gedaan. Ook de vordering op grond van onrechtmatige daad wordt om die reden afgewezen.


Donderdag 22 oktober 2009 - B9 8288

De wettelijke voorschriften daarover in de Seychellen

Vzr. Rechtbank Amsterdam, 22 oktober 2009, KG ZA 09-1809, Stichting BREIN tegen Reservella (met dank aan Ernst-Jan Louwers,  Louwers IP|Technology Advocaten).

Auteursrecht. Pirate Bay-zaak. Voor de liefhebber van procesrecht en verre eilanden.

24. Onvoldoende is gebleken dat de betekende dagvaarding gedaagde ook daadwerkelijk heeft bereikt, laat staan dat is gebleken dat dit zo tijdig is gebeurd dat gedaagde in de gelegenheid is geweest om behoorlijk verweer te voeren. De e-mail van 6 oktober 2009 is daartoe onvoldoende omdat niet kon worden geverifieerd dat die e-mail is verstuurd namens gedaagde. Evenmin is gebleken dat eiseres bij de betekening m de dagvaarding aan gedaagde heeft voldaan aan de wettelijke voorschriften daarover in de Seychellen. Op grond van artikel 15 lid 1 van het Haags Betekeningsverdrag kan daarom thans nog geen verstek worden verleend tegen de niet verschenen gedaagde, tenzij aan het bepaalde in lid 3 toepassing kan worden gegeven. Ingevolge het derde lid van dat artikel belet het bepaalde in dat artikel immers niet dat door de rechter in spoedeisende gevallen voorlopige of conservatoire maatregelen worden genomen. Op grond van artikel 15 lid 3 kan de voorzieningenrechter dan ook in een kort geding verstek tegen een in het buitenland woonachtige gedaagde verlenen zonder dat "in spoedeisende gevallen" behoeft te blijken dat aan de voorwaarden van artikel 15 is voldaan.


Donderdag 22 oktober 2009 - B9 8287

Ter downloaden aangeboden torrents

Vzr. Rechtbank Amsterdam, 22 oktober 2009, KG ZA 09-1809, Neij c.s. tegen Stichting BREIN (met gelijktijdige dank aan Douwe Groenevelt en Joris van Manen , De Brauw Blackstone Westbroek, Ernst-Jan Louwers,  Louwers IP|Technology Advocaten & Stichting BREIN).

Auteursrecht. Vonnis in verzet. Rechtbank Amsterdam vernietigt eerder verstekvonnis (Rechtbank Amsterdam 30 juli 2009, B9 8097).  Beroep van eiseres op de nietigheid van de dagvaarding wordt verworpen, Neij c.s. zijn niet in hun belangen geschaad. “Voorshands [is] aannemelijk dat de bodemrechter (…) zal concluderen dat The Pirate Bay, evenals de rechtbank Utrecht dat heeft gedaan ten aanzien van Mininova, gelegenheid geeft tot het structureel verwijzen naar auteursrechtelijk bescherm materiaal, inbreuken op auteursrechten bevordert en van die inbreuken profiteert.” Geen 1019h proceskosten, nu de vorderingen niet 'op grond van intellectuele eigendomsrechten worden toegewezen'. Een samenvatting in citaten:

5.8. Al met al kan, gelet op de verweren van Neij, Kolmisoppi en Warg in deze verzetprocedure, niet zonder meer worden geconcludeerd dat The Pirate Bay na het downloaden van de torrent een rol speelt in de uitwisseling van de in die torrent omschreven bestanden. Niet duidelijk is geworden welke (verdere) rol The Pirate Bay in de uitwisseling van bestanden speelt. Daarvoor is nader onderzoek vereist naar de technische feiten van de zaak, bijvoorbeeld om de vragen te beantwoorden waar in het BitTorrent Systeem sprake is van uploaden van bestanden met auteursrechtelijk beschermd materiaal en in hoeverre The Pirate Bay daarin een rol speelt. Wet kort geding leent zich niet voor een dergelijk feitenonderzoek. De conclusie is dat thans niet kan worden vastgesteld dat The Pirate Bay de auteursrechten (en de naburige rechten) van de bij Stichting Brein aangesloten rechthebbenden schendt. Voorshands is daarom onvoldoende aannemelijk dat de bodemrechter de vordering van Stichting Brein op deze grondslag zal toewijzen.

(…) 5.10. Uit het voorgaande volgt dat voorshands aannemelijk is dat de bodemrechter de subsidiaire stelling van Stichting Brein volgt en zal concluderen dat The Pirate Bay, evenals de rechtbank Utrecht dat heeft gedaan ten aanzien van Mininova, gelegenheid geeft tot het structureel verwijzen naar auteursrechtelijk bescherm materiaal, inbreuken op auteursrechten bevordert en van die inbreuken profiteert.


Dinsdag 20 oktober 2009 - B9 8280

Nobody likes today’s copyright law

Gedeeltelijke publicatie op IViR-website: Harmonizing European Copyright Law: The Challenges  of Better Lawmaking, M.M.M. van Eechoud, P.B. Hugenholtz, S. van Gompel, L. Guibault en N. Helberger. Information Law Series 19, Alphen aan den Rijn: Kluwer Law International 2009.

“Nobody likes today’s copyright law. Widespread unauthorized use of copyright material proliferates with impunity, while citizens and users protest that intrusive copyright and related rights law stifle cultural expression. Equipment manufacturers and intermediaries complain about yet more ‘security’ features that complicate their products and services and encumber marketing, while content owners desperately want enforcement to work. And of course it is crucial that whatever regulatory instruments come into play must not age prematurely in Internet time.

(…) In this groundbreaking study the Institute for Information Law of the University of Amsterdam brings its extensive academic expertise to bear on this question. The authors scrutinize the present law as laid down in the seven copyright and related rights directives, against the background of the relevant international standards of the Berne Convention, the TRIPs agreement, and the WIPO Internet Treaties. They map out in detail the degree to which certain areas of copyright have been harmonized as they expose the gaps and inconsistencies in the acquis and the urgent unresolved issues that persist. They identify the EU’s ambitions in relation to its present and future competences (following the Lisbon Reform) to regulate copyright, and to its Better Regulation agenda. Following a comprehensive analysis of almost two decades of regulatory intervention, they move on to the salient current trends that point toward a more coherent and balanced European copyright law.”

Download (de hoofstukken 1 & 9 van) het boek hier.


Donderdag 08 oktober 2009 - B9 8252

Een moeilijk besluit (+ reactie)

Persbericht DBNL: “De Digitale Bibliotheek heeft een moeilijk besluit moeten nemen. Met ingang van vandaag is alle beeldmateriaal in publicaties van na 1900 van de website verwijderd. De aanleiding is de dreiging met een miljoenenclaim door de auteursrechtenorganisatie Pictoright namens een aantal bij haar aangesloten fotografen. Pictoright stelt zich op het standpunt dat werk van deze fotografen onrechtmatig in de DBNL-website opgenomen is of is geweest, en dat de door fotografen ondervonden schade inmiddels vele miljoenen beloopt.

De DBNL is van mening dat het gebruik van het beeldmateriaal binnen haar website steeds rechtmatig is geweest en dat dit gebruik onder het citaatrecht viel dan wel anderszins toelaatbaar was.Ze heeft hierbij steeds te goeder trouw gehandeld, en naar haar overtuiging door haar manier van werken geen economische schade toegebracht aan rechthebbenden.

Lees het persbericht hier.

Reactie Pictoright: Pictoright maakt er bezwaar tegen dat DBNL kennelijk van mening is dat het auteursrecht van schrijvers wel dient te worden gerespecteerd, maar dat willekeurig welk beeldmateriaal dan ook vrijelijk moet kunnen worden gebruikt. DBNL is een professionele partij, die gewend is met miljoenenprojecten te werken, maar er is in de ogen van DBNL geen ruimte voor een redelijke vergoeding voor beeldmateriaal dat op de website wordt geplaatst. Met DBNL is vele malen overleg gevoerd, waarbij Pictoright steeds heeft aangegeven dat voor dit soort gebruik door andere partijen wel op een fatsoenlijke wijze wordt afgerekend. DBNL was daar echter om onduidelijke redenen niet toe bereid. 

Pictoright betreurt de opstelling van DBNL. Pictoright is er absoluut niet op uit om dit soort sites te ontdoen van beeld, maar gebruik van beeld dient wel te gebeuren op basis van een redelijke regeling. Het is naar de mening van Pictoright overduidelijk dat een algemeen beroep van DBNL op het citaatrecht niet opgaat. 

Lees de reactie hier.


Woensdag 07 oktober 2009 - B9 8247

Het embedden van audio- en videomateriaal

Persbericht: “Bits of Freedom stuurt brief over nieuwe tarieven aan Buma/Stemra. Digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom heeft vandaag een brief gestuurd aan Buma/Stemra over het voornemen om een vergoeding in rekening te brengen voor het embedden van audio- en videomateriaal.

Zij heeft deze brief opgesteld met talloze verontwaardigde en bezorgde internetters. De voorgenomen regeling is slecht voor het Nederlandse web, slecht voor Nederlandse muzikanten en is bovendien juridisch twijfelachtig. Bits of Freedom dringt daarom aan op herziening van de regeling. "Buma heeft zich onvoldoende gerealiseerd wat de impact van de nieuwe regeling is", aldus Ot van Daalen, directeur van Bits of Freedom. "Bits of Freedom denkt daarom graag met Buma mee over een herziene regeling." Bits of Freedom gaat vandaag proberen om na de persconferentie van Buma de brief te overhandigen.

Lees de brief hier.


Woensdag 16 september 2009 - B9 8185

Noot bij Norma

Kamiel Koelman (Van Diepen Vander Kroef): Noot bij Rb. Den Haag 28 januari 2009, B9 7522 (Norma/NL Kabel). Eerder verschenen in AMI 2009, p. 163-169.

 "(…) In het bovenafgedrukte vonnis staat artikel 14a WNR centraal. Norma en Irda stellen dat kabelexploitanten krachtens deze bepaling wettelijk aan hen moeten afdragen, omdat zij volgens hun statuten de doelstelling hebben om de belangen van uitvoerende kunstenaars te behartigen. Ze hebben echter de pech dat de rechter artikel 14a WNR zéér letterlijk neemt: er moet sprake zijn van ‘heruitzenden’ wil de bepaling van toepassing zijn. Dat impliceert dat hetzelfde, al uitgezonden signaal nog eens naar een publiek wordt doorgepompt. De techniek is echter voortgeschreden. Kabelboeren halen niet meer het door de omroep naar het grote publiek uitgezonden signaal uit de ether, maar krijgen het per satelliet of kabel speciaal aangevoerd langs een weg waartoe het grote publiek géén toegang heeft. De tendens is om het op deze wijze aanleveren van signalen aan kabelboeren niet als ‘openbaar maken’ te beschouwen. Verschillende Nederlandse rechters oordeelden al in deze zin, en ook het HvJEG deed dat.

Precedenten over de vraag of een partij die het signaal aanlevert aan een kabelexploitant openbaar maakt, zijn echter op het eerste gezicht niet relevant voor deze zaak. Zij betreffen immers strikt genomen een andere kwestie. Hier gaat het over de vraag of op de grondslag van artikel 14a WNR moet worden gecontracteerd en afgerekend. De rechter in de bovenafgedrukte uitspraak betrekt deze precedenten echter, daartoe wellicht gebracht door een publicatie van Visser in dit blad, bij dit geval. Kort gezegd is de redenering van de rechtbank als volgt: als de partij die het signaal aan de kabelexploitant levert niet openbaar maakt in auteursrechtelijke zin, maakt die exploitant niet ‘heropenbaar’, en is hij daarom niet aan het ‘heruitzenden’ in de zin van artikel 14a WNR. Deze bepaling kan daarom niet van toepassing zijn. Norma en Irda hebben derhalve geen wettelijke vordering op de kabelexploitanten."

Lees de volledige noot hier.


Dinsdag 08 september 2009 - B9 8166

Internetconsultatie over voorgenomen besluit Volgrecht

“De uitzondering voor erfgenamen op een volgrecht-vergoeding wordt verlengd tot 1 januari 2012. Deze uitzondering voor erfgenamen geldt nu tot 1 januari 2010. De uitzondering is bedoeld voor landen zoals Nederland die nog geen volgrecht kenden voordat de Europese richtlijn in werking trad. Hiermee wordt de markt gelegenheid geboden om zich aan te passen aan de invoering van het volgrecht. In de voorgenomen AMvB wordt ervoor gekozen om deze overgangsperiode met twee jaar te verlengen. Hierbij speelt een rol dat de precieze effecten van de invoering van het volgrecht nog niet duidelijk zijn.

Tot 15 september kan gereageerd worden op dit voorgenomen besluit via internetconsultatie.nl. (informatie over wet- en regelgeving die door het kabinet wordt voorbereid en waarover via internet wordt geconsulteerd. Twee jaar lopende rijksbrede experiment"

Lees hier meer (Voi©e).


Dinsdag 25 augustus 2009 - B9 8122

Endstra ingehaald door Infopaq

Prof. mr. D.J.G. Visser, RU Leiden, Klos Morel Vos & Schaap: Endstra ingehaald door Infopaq. Auteursrechtelijke beschermingsdempel Europees geharmoniseerd. Noot bij HvJ EG 16 juli 2009, C-5/08, Infopaq /Danske Dagblades Forening , B9 8070.

“Op 16 juli 2009 lijkt de Endstra-formule van de Hoge Raad te zijn achterhaald door het Infopaq-arrest van het Hof van Justitie der EG. 

(…) Uit het Infopaq-arrest volgt dat voor alle soorten werken het vereiste voor auteursrechtelijke bescherming is: “een schepping van de geest” (ov. 34.), oftewel om “materiaal dat oorspronkelijk is in die zin dat het gaat om een eigen intellectuele schepping van de auteur ervan” (ov. 37). Losse woorden zijn niet auteursrechtelijke beschermd. “Enkel via de keuze, de schikking en de combinatie van deze woorden op een oorspronkelijke wijze kan de auteur uitdrukking aan zijn creatieve geest geven en tot een resultaat komen dat een intellectuele schepping vormt” (ov. 45). Het HvJ EG leidt dit af uit de Berner Conventie en uit de software-richtlijn, de duurrichtlijn en de databankrichtlijn.

Het valt op dat het woord “oorspronkelijk” in de formulering van het HvJ EG een centrale plaats inneemt om de vereiste creativiteit te beschrijven, terwijl de Hoge Raad “eigen, oorspronkelijk karakter” net had gedegradeerd tot “niet ontleend” (waarbij de creativeit in het vereiste van het “persoonlijk stempel” werd gelezen).

Materieel maakt het in de praktijk ongetwijfeld helemaal niets uit,  maar de advocaat of feitenrechter die het helemaal goed wil doen en wil laten zien dat hij helemaal up-to-date is, doet er verstandig aan de formuleringen van het Infopaq-arrest te gebruiken (eventueel nog aangevuld met het “banaal of triviaal” uit Endstra).”

(…) Wél is interessant dat het HvJ EG er kennelijk vanuit gaat dat het creativiteits-vereiste door de Auteursrecht-richtlijn voor alle soorten werken Europees is geharmoniseerd. Dat betekent dat daarover prejudiciële vragen inhoudelijk (kunnen) worden beantwoord. En dat betekent dat feitenrechters de mogelijkheid hebben, en de Hoge Raad als hoogste rechter verplicht is daar in voorkomende gevallen vragen van uitleg over te stellen. Het betekent ook dat (in theorie) de drempel voor auteursrechtelijke bescherming overal in Europa hetzelfde zou zijn. Quod non."

Lees de volledige noot hier.


Donderdag 06 augustus 2009 - B9 8099

70% - 20% - 10%

Rechtbank 's-Gravenhage 29 juli 2009, HA ZA 07-3899. SpecTec Ltd tegen MirTac B.V. (Met dank aan Gijsbert Brunt, Wenckebach Bax & Brunt)

Softwaregeschil. Auteursrecht en merkenrecht. Proceskostenveroordeling op basis van schatting verdeling tussen IE en niet-IE vorderingen.

"4.7 Niet in geschil is dat er auteursrechten rusten op de AMOS software. Anders dan MirTac meent, is SpecTec gerechtigd die auteursrechten te handhaven jegens MirTac. Als onweerspreken staat namelijk vast dat de auteursrechten op dit moment berusten bij SpecTec Group en dat SpecTec Group met een power of attorney “SpecTec Limited” de bevoegdheid heeft verleend op eigen naam op te treden tegen inbreuken op alle intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot de AMOS software (productie 4 bij conclusie van antwoord in het incident van SpecTec). Anders dan MirTac heeft betoogd, moet worden
aangenomen dat met “SpecTec Limited” wordt gedoeld op SpecTec. De door MirTac overgelegde uitdraai van een pagina uit het register van het Britse Companies House (productie 4) ondersteunt de stelling van MirTac dat “SpecTec Limited” een andere vennootschap is, namelijk niet. Integendeel, uit de uitdraai, en uit door SpecTec overgelegde certificaten van het Companies House (productie 7), blijkt dat “SpecTec Limited” een oude handelsnaam is van SpecTec."


Dinsdag 21 juli 2009 - B9 8079

Exit Decaux/Mediamax?

Joost BeckerJoost Becker, Dirkzwager Advocaten: Exit Decaux/Mediamax? Noot bij Gerechtshof ’s-Gravenhage, 30 juni 2009, B9 8029, Stokke / Fikszo.

“In de uitspraak Stokke/Fikszo van het Hof ’s-Gravenhage staat een aantal interessante rechtsoverwegingen over het auteursrechtelijke totaalindrukken-criterium. Het hof neemt m.i. afscheid van het Decaux/Mediamax-arrest en sluit aan bij de ontwikkeling van het totaalindrukken-criterium in de jurisprudentie van de Hoge Raad, met name bij het Una Voce Particolare-arrest.

(…) Het lijkt erop alsof het hof in de eerste zin van r.o. 16 met de zinsnede ‘[h]et door de Hoge Raad aanvaarde ‘totaalindrukken’-criterium’ (dat naar wordt aangenomen alleen geldt voor voorwerpen van toegepaste kunst) louter refereert aan het totaalindrukken-criterium uit het Decaux/Mediamax-arrest. Dat zou echter niet te rijmen zijn met r.o. 4, inhoudende dat moet worden beoordeeld of het beweerdelijk inbreukmakende werk de auteursrechtelijk beschermde trekken van het eerdere werk vertoont, zodanig dat de totaalindrukken overeenkomen. In het vervolg van r.o. 16 maakt het hof echter duidelijk dat zij een nieuwe weg inslaat en het ‘oude’ totaalindrukken-criterium voor toegepaste kunst achter zich laat.

(…) Ik meen dat het hof hier - terecht - afscheid neemt van het totaalindrukken-criterium uit het Decaux/Mediamax-arrest; ook bij werken van toegepaste kunst gaat het er immers om in hoeverre auteursrechtelijk beschermde trekken zijn overgenomen. Enkele hantering van het totaalindrukken-criterium uit het Decaux/Mediamax-arrest brengt namelijk het gevaar met zich mee dat in een geval waarin auteursrechtelijk beschermde trekken zijn overgenomen, (te snel) geoordeeld zal worden dat er toch géén sprake is van een verveelvoudiging omdat de beweerdelijke inbreukmaker zelf (auteursrechtelijke beschermde) elementen heeft toegevoegd, waardoor de totaalindruk (alsnog) verschilt. (…) Het gaat in auteursrechtinbreuk-zaken immers om wat er is overgenomen en niet zozeer om wat is toegevoegd (…).


Dinsdag 21 juli 2009 - B9 8078

Waarom Creative Commons niet kan werken

Kamiel Koelman, Van Diepen Van der Kroef: Waarom Creative Commons niet kan werken. Verschenen in Computerrecht 2009, p. 112.

“CreativeCommons (CC) is het ‘bottom-up’ antwoord op de voortdurende expansie van de intellectuele eigendomsrechten. Het belangrijkste doel van het CC-project is het hergebruik van auteursrechtelijk beschermde werken te bevorderen – Lessig, de goeroe van de beweging, spreekt graag van het ‘remixen’ van werken. Dit doel, waarvoor men alleen maar sympathie kan hebben, kan echter onmogelijk worden bereikt. De reden daarvoor is dat CC-licenties de obstakels die aan hergebruik van een willekeurig ergens op internet gevonden werk in de weg staan, niet wegnemen. De risico’s die een hergebruiker loopt als hij een zomaar ergens op internet aangeboden werk gebruikt waaraan géén CC-licentie is verbonden, zijn even groot als wanneer hij ervoor kiest een werk te ‘remixen’ dat wél onder een CC-licentie wordt aangeboden.

In ‘gewone’ licenties wordt het gevaar dat de gebruiker loopt als hij een werk van een ander gebruikt, weggenomen doordat de licentiegever de licentienemer vrijwaart voor alle schade die de laatste zou lijden, als er een derde opduikt die beweert rechthebbende te zijn. Zo kan de licentienemer, hoewel hij vaak niet kan weten of de licentiegever inderdaad bevoegd is de rechten te verlenen, tamelijk zorgeloos het werk gebruiken. De eerste versie van de CC-licentie bevatte nog een garantie. De licentiegever garandeerde dat ‘to the best of his knowledge after reasonable inquiry’ geen inbreuk werd gemaakt op rechten van derden. In 2003 is de bepaling echter geschrapt, omdat onbillijk werd geacht dat een persoon die zijn werk gratis weggeeft, jegens iedereen die dat werk gebruikt aansprakelijk kan zijn. Er kwam een ‘disclaimer’ van alle aansprakelijkheid wegens inbreuk, voor in de plaats.

Opmerkelijk genoeg is de CC-beweging zich volledig bewust van de nadelen van de disclaimer. Ze stelt dat de hergebruiker zich ervan moet vergewissen dat de licentiegever daadwerkelijk de rechten bezit, omdat hij anders weleens aansprakelijk kan zijn voor auteursrechtinbreuk.

Lees hier verder.


Dinsdag 21 juli 2009 - B9 8077

Elf woorden kunnen genoeg zijn

Lex Bruinhof, Wieringa Advocaten: Elf woorden kunnen genoeg zijn voor een verveelvoudiging. Kort commentaar bij HvJ EG, 16 juli 2009, zaak C-5/08, B9 8070, Infopaq /Danske Dagblades Forening

"Is er dan geen serieus juridisch nieuws meer te melden? Jawel, wel degelijk. (…) Het Hof houdt het dus voor mogelijk dat een fragment van elf woorden een verveelvoudiging in auteursrechtelijke zin oplevert van een tekst. Dat zal het geval zijn als dat fragment of die fragmenten "een bestanddeel van het werk omvat[ten] dat als dusdanig (sic) uitdrukking geeft aan de eigen intellectuele schepping van de auteur.” Of dat één op één te vertalen is naar ons Nederlandse criterium dat dit bestanddeel "een eigen oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt" staat nog niet vast, maar het lijkt er wel op. En of dan in een gegeven geval daadwerkelijk aan dat criterium is voldaan staat ter beoordeling van de rechter die over de feiten oordeelt.

Is het nieuw dat wordt geoordeeld dat een fragment van 11 woorden oorspronkelijk genoeg kan zijn? Naar Nederlands recht niet. De jurisprudentie kent vele voorbeelden van slagzinnen en titels die zelfstandig auteursrechtelijk beschermd zijn geacht. Ik noem als bekendste voorbeeld de songtitel: “Hoe sterk is de eenzame fietser?” (Rb. Amsterdam, 1979). En ik kan mij zo voorstellen dat ook elfwoords-fragmenten uit poëzie al snel oorspronkelijk kunnen zijn.

(…) Ik kom dat in mijn Google resultaten in ieder geval doorgaans niet tegen (maar ik zoek dan ook zelden naar poëzie). Er kan niettemin een keer een "toevalstreffer" bij zitten. En wat dan? Welnu: dan hoeft er nóg geen sprake te zijn van auteursrechtinbreuk. Zoals vaste lezers weten staat de Auteurswet (en ook de Richtlijn) vol met beperkingen op het auteursrecht. Die zijn opgenomen om de scherpe kantjes van het auteursrecht af te slijpen en dit in wezen monopolistische systeem hanteerbaar te houden in de samenleving. De praktijk van de rechterlijke uitspraken in Nederland lijkt met name het citaatrecht met enig buigen en teleologisch interpreteren wel geschikt te kunnen maken voor het “redden” van de zoekmachine. Het Arnhemse Hof bleek in de zaak Zoek Alle Huizen in ieder geval al aardig op weg. En terecht. Zonder zoekmachines zouden we het internet immers wel kunnen opdoeken…"

Lees het volledige commentaar hier.