Praktijkgebied IE |
Dossiers |
IE Agenda |
|
Rechtbank Dordrecht, 11 augustus 2010, LJN: BN3863, I.E. Beheer b.v. tegen IV Bouw en Industrie B.V.
Auteursrecht. Software. Gestelde inbreuk door gebruik na overdracht in keten van rechtsopvolgers. Normaal gebruik uitgeputte CAD-software door rechtmatige verkrijger. Algemene voorwaarden beperken auteursrechtelijke beperking niet. Geen onrechtmatig profiteren van wanprestatie.
4.4. IE stelt dat de overdracht en het, door IE gestelde, gebruik van de software door Iv onrechtmatig was jegens Han Dataport [van wie IE de vordering heeft overgenomen – B9] en dat Iv daarom aan haar moet betalen. Primair baseert zij zich op inbreuk op het auteursrecht. Subsidiair baseert zij zich erop dat Iv onrechtmatig heeft gehandeld door bewust gebruik te maken van wanprestatie van Kalmar. Beide grondslagen zullen hierna worden beoordeeld.
4.5. IE omschrijft niet wat voor gebruik zij Iv precies verwijt, maar uit haar stellingen en de door haar overgelegde stukken begrijpt de rechtbank dat zij bedoelt: het werken door werknemers op de CAD-computers waarop Han Dataport destijds de CAD-software heeft geïnstalleerd, ten behoeve van de engineering werkzaamheden die voorheen door Kalmar zelf werden uitgevoerd. Tijdens de comparitie deelde IE mee dat het ging om gebruik op stand alone computers door de ex-werknemers van Kalmar. Kort gezegd gaat het dus om het gewone gebruik (laten draaien) van het programma.
Auteursrecht / gebruik: 4.11. (…) Artikel 45j Auteurswet geeft dwingendrechtelijke minimum gebruiksrechten aan de rechtmatige verkrijger voor zover dat gebruik noodzakelijk is voor het beoogde gebruik van de software. (…)
4.12. (…) uit de stellingen van IE blijkt niet dat zij Iv iets anders verwijt dan het maken van noodzakelijke reproducties in verband met het beoogde gebruik. Zelfs blijkt niet van iets anders dan het gewone gebruik waarvoor het dwingendrechtelijke minimumrecht is voorgeschreven (…). Daarvoor was geen toestemming vereist, mits Iv een rechtmatige verkrijger in de zin van artikel 45j Auteurswet was.
Rechtsbank ’s-Gravenhage, 21 juli 2010, gevoegde zaken HA ZA 08-3879 en HA ZA 09-348, Nintendo tegen Webwinkels (met eerdere dank aan Win Yan Lam, Hogan Lovells)
Auteursrecht. Merkenrecht. Software. Omzeiling. Nintendo maakt op grond van het Auteurs- en merkenrecht bezwaar tegen de verhandeling door gedaagden van flascards en modchips, waarmee op de Nintendo DS en Wii Spelcomputers andere progamma’s dan de door Nintende uitgegeven computerspellen, waaronder ongeautoriseerde kopieën van die spellen, kunnen worden gespeeld. Vorderingen toegewezen o.g.v. het auteursrecht, waardoor merkenrecht geen bespreking meer behoeft. Toetsing aan art 29a AW (omzeiling technische beschermingsmaatregelen i.p.v. aan 32a (kraakmiddelen computerprogramma’s), nu het niet slechts computerprogramma’s zijn, nu het element vormgeving overheerst in de computerprogramma’s: de “programmatuur zorgt ervoor dat het spel kan worden gespeeld en bestuurd. De creatieve keuzes die ten aanzien van de programmatuur worden gemaakt staan dus in dienst van het spel zoals dat dan al is vormgegeven, en zijn daaraan ondergeschikt.” Geen 1019h indicatietarief, omdat gevorderde kosten van beide partijen die tarieven overstijgen.
5.5. In dit verband stelt de rechtbank voorop dat bij een keuze tussen het regime van artikel 29a Aw en het regime van artikel 32a Aw doorslaggevend dient te zijn welk element van het spel in auteursrechtelijk opzicht overheerst. Het element dat in auteursrechtelijk opzicht overheerst is het element dat bij het maken van het spel de meeste creatieve inspanningen van de maker heeft gevergd.
Gerechtshof ’s-Gravenhage, 23 juni 2010, rolnr. 22-004285-07, Strafzaak Shareconnector (met dank aan Arnoud Engelfriet, Ius Mentis)
Auteursrecht. Tussenarrest in de strafzaak tegen beheerders Releases4u en Shareconnector (Rechtbank Rotterdam, 24 juli 2007, B9 4427).
Het hof is van oordeel dat de officier van justitie ter terechtzitting moet worden gehoord met betrekking tot de vraag op basis van welke feiten en omstandigheden de officier van justitie heeft besloten om over te gaan tot het inzetten van strafvorderlijke bevoegdheden (in het licht van de verhouding tussen civielrechtelijke en strafrechtelijke handhaving).
Het hof van oordeel dat een aanvullend rapport dient te worden opgemaakt door de deskundige dr. J. Pouwelse ten aanzien van de navolgende vragen:
a. Of en zo ja, in hoeverre de termen hashcode en hashlink synoniemen van elkaar zijn.
b. Zo nee, wat het verschil is tussen een hashcode en een hashlink.
c. In hoeverre het ten tijde van de tenlastegelegde periode mogelijk was om door het aanklikken dan wel dubbelklikken op een hashcode of een hashlink op de website www.shareconnector.com direct toegang te krijgen tot een daarop geplaatst en/of aangeboden bestand.
Lees het tussenarrest hier.
Gerechtshof Arnhem, 4 mei 2010, LJN: BM6275, Think Legal B.V. tegen Digistart2001 B.V.
Auteursrecht. Databankenrecht. Software. Onrechtmatig wapperen met auteursrechten. Anonimiseringssoftware voor rechterlijke uitspraken (“Jurisource©, wat het hof leest als Jurisource®”). Voormalig zakenpartner stelt dat de intellectuele eigendomsrechten niet zijn overgedragen en dat inbreuk wordt gemaakt op haar rechten. Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep: geen overdracht (geen akte). Wapperverbod: Nu het hof voorshands van oordeel is dat Think Legal geen inbreuk maakt op enig recht van intellectuele eigendom, is de uitlating van Digistart 2001 onrechtmatig. Opgave jegens wie gewapperd is. Geen inbreuk op gepretendeerde auteursrechten, maar bij onrechtmatige uitlating geen plaats voor proceskostenveroordeling op grond van 1019h.
5.4 (…)Als het al de bedoeling was daarbij ook de rechten van intellectuele eigendom op “het Product” aan Digistart over te dragen, zoals Digistart beweert met een beroep op een overgelegde verklaring van [Y] (die als onafhankelijk deskundige de beëindiging en afwikkeling van de joint venture begeleidde), dan is aan die bedoeling toch geen uitvoering gegeven. Noch uit de notulen van 15 mei 2007, noch uit enig ander document blijkt iets van die overdracht hoewel voor een dergelijke overdracht rechtens nu eenmaal een akte vereist is. Voor auteursrecht volgt dat uit artikel 2 lid 2 Auteurswet 1912, voor databankrecht uit artikel 2 lid 4 Databankenwet.
Vzr. Rechtbank Utrecht, 7 mei 2010, LJN: BM4292, TIE Nederland B.V. tegen Channel Media Company c.s.
Auteursrecht. Software. Schots auteursrecht. Niet is komen vast te staan dat de auteursrechten aan eiseres zijn overgedragen. Geen schriftelijk stuk overgelegd. Geen onrechtmatige daad. Afwijzing vordering tot opheffing bewijsbeslag. Geen verweer tegen hoogte 1019h proceskosten: €69.498,36.
5.1. De kern van het geschil tussen partijen betreft het antwoord op de vraag of TIE auteursrechthebbende is met betrekking tot de Digital Channel programmatuur, en, zo ja, of de CMC-software, aan deze programmatuur is ontleend.
5.4. Blijkens beide ‘legal opinions’ is voor rechtsgeldige overdracht van intellectuele eigendomsrechten naar Schots recht onder meer een schriftelijk stuk vereist dat is ondertekend door degene die het intellectuele eigendomsrecht overdraagt (artikel 90 van de Copyright, Designs and Patents Act 1988).
Vzr. Rechtbank Haarlem, 11 mei 2010, KG ZA 10-159, Global-Wallet. c.s. tegen Chess c.s. (met dank aan Aron Das Gupta, Van Mens & Wisselink).
Auteursrecht. Kort geding naast bodemprocedure. Stukgelopen samenwerking m.b.t. softwareapplicatie sms-dienst betalingsverkeer. Conservatoir bewijsbeslag. Eiser Global-Wallet stelt dat gedaagde Chess bij de ontwikkeling van haar sms betaalproduct gebruik heeft gemaakt van (delen van) de applicatie en aldus inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van Global-Wallet c.s. Nu Global-Wallet c.s. naar het voorlopig oordeel van de bodemrechter de bewijslast van haar stellingen in de bodemprocedure draagt, zou zij met het oog op de van haar te vergen bewijslevering belang hebben bij toewijzing van haar vordering tot het maken van een beschrijving van de beslagen informatie.
Vordering afgewezen. Inbreuk niet aannemelijk gemaakt. Geen rechtmatig belang bij de uit hoofde van artikel 843a Rv. De vordering van gedaagde tot opheffing van het beslag wordt eveneens afgewezen.
5.3. Ingevolge artikel 1019b Rv kan een verlof tot het treffen van een voorlopige maatregel, waaronder een gedetailleerde beschrijving, slechts worden verleend aan degene die voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er inbreuk op zijn recht van intellectuele eigendom is gemaakt of dreigt te werden gemaakt. Het ligt derhalve op de weg van Global- Wallet c.s. om, tegenover de betwisting ervan door Chess c.s., aannemelijk te maken dat er sprake is van een inbreuk op haar werk in de zin van de Auteurswet. Nog daargelaten of de applicatie als een werk in vorenbedoelde zin kan worden aangemerkt, valt uit de verschillende getuigenverklaringen die in het kader van het voorlopig getuigenverhoor zijn afgelegd niet af te leiden dat van enige inbreuk door Chess c.s. sprake is geweest, terwijl evenmin is gebleken van ander bewijsmateriaal waaraan bewijs voor de stellingen van Global-Wallet c.s. kan worden ontleend. Hierdoor ontbreekt een toereikende basis voor Global-Wallet c.s. om een voorlopige maatregel in de zin van artikel 10 1 9b Rv in te kunnen roepen. De vordering sub A zal hierom worden afgewezen.
Gerechtshof Amsterdam. 13 april 2010, zaaknr. 200.054.941/01, Playlogic International N.V. tegen Visionvale Ltd (met dank aan J.J. van der Goen, Van der Goen Advocaten).
Auteursrecht. Game-software (‘Sparta – Ancient Wars). Stukgelopen samenwerking. Arrest in het door Playlogic opgeworpen incident ex artt. 351 en 235 Rv (schorsing & zekerheid) in het hoger beroep van de bodemprocedure inzake Visionvale Ltd & Burut Co. tegen Playlogic International N.V. (Rechtbank Amsterdam, 14 oktober 2009, B9 8272).
2.4 Het hof is van oordeel dat Playlogic tegenover de gemotiveerde betwisting van Visionvale c.s. niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een restitutierisico loopt. Zowel Visionvale als Burut heeft een bekende vestigingsplaats in het buitenland. De omstandigheid dat Visionvale C.S. in eerdere tussen partijen gevoerde procedures hebben aangevoerd dat Playlogic een in kort geding gewezen vonnis niet in overeenstemming met de geldende regelgeving heeft betekend en zich aldus hebben verweerd tegen de executie van dat vonnis, wil niet zeggen dat Playlogic zal worden belemmerd in het rechtsgeldig betekenen en executeren van een te wijzen arrest.
Het niet vermeld staan van Visionvale in telefoonboeken in haar plaats van vestiging, het ontbreken van een website en het door een advocaat sturen van voor haar bestemde declaraties naar een adres in Rusland, zijn omstandigheden die evenmin kunnen leiden tot de conclusie dat Playlogic zal worden belemmerd in de rechtsgeldige betekening en executie van een te wijzen arrest.
De stelling van Playlogic dat zij niet bekend is met enig (substantieel) vermogensbestanddeel van Visionvale C.S., rechtvaardigt ten slotte niet de conclusie dat Visionvale C.S. geen verhaal bieden. Playlogic heeft niets concreets gesteld dat daarop wijst.
Lees het arrest hier.
Vzr. Rechtbank Zwolle, 21 december 2009, LJN: BL7626, GAC Group Of Companies B.V. tegen Bbl Black Box Logistics Europe B.V.
Auteursrecht. Software. Wel auteursrecht op ‘add-ons’ en andere maatwerksoftware, maar geen inbreuk. Uit de moet worden afgeleid dat GAC toestemming heeft verleend aan Black Box voor het gebruik. Dat de licentie (alleen) op naam stond van een zustervennootschap) doet daaraan niet af.
Eiser GAC heeft in aanvulling op de softwaremodules van Microsoft zogenaamde ‘add-ons’ en andere maatwerksoftware vervaardigd die is gebruikt door (de inmiddels failliete zustervennootschap) Novacare en door gedaagde Black Box. Black Box erkent dat de ICT-overeenkomst in 2005 is gesloten tussen Novacare en GAC. Zij erkent ook dat GAC auteursrecht heeft op de door haar vervaardigde maatwerkoplossingen en add-ons.
4.6. (...) Dat het een uitsluitend recht is impliceert dat derden voor de door de wet bestreken gebruiksvormen als regel de toestemming van de auteursrechthebbende behoeven. Het gaat derhalve om de vraag of Black Box inbreuk maakt op het auteursrecht van GAC door gebruik te maken van door GAC in opdracht van Novacare ontwikkelde software. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat GAC vanaf 2006 producten is gaan ontwikkelen voor Black Box. GAC heeft vanaf 2006 tot september 2009 ingestemd met het gebruik door Black Box van de door GAC ontwikkelde software. GAC heeft in die jaren specifieke software voor Black Box ontwikkeld en er is gedurende ongeveer een jaar een GAC-consultant bij Black Box in vaste dienst geweest.
Uit deze omstandigheden – die door GAC niet worden betwist – moet worden afgeleid dat GAC toestemming heeft verleend aan Black Box voor het gebruik van de door haar ontwikkelde add-ons en maatwerksoftware en dat Black Box geen inbreuk maakt op het auteursrecht van GAC door het gebruik van deze producten. Dat de licentie (alleen) op naam stond van Novacare doet daaraan niet af.
Vzr. Rechtbank Haarlem, 8 januari 2010, KG ZA 09-733, Silver Holding, Silver Aerospace, Incat Aircraft Design & Rücker tegen Siemens (met dank aan Titus Engels, Vondst Advocaten)
Auteursrecht. Opheffing van conservatoir beslag op (inbreukmakende) software (op computers ingenieursbureaus) . Voorzieningenrechter bevestigt dat het aan de beslagene is om aannemelijk te maken dat de aan de beslaglegging ten grondslag liggende vordering summierlijk ondeugdelijk is. Een beroep op bruikleen (binnen de groep ondernemingen) wordt afgewezen, omdat artikel 12 lid 1 sub 3 Auteurswet daarvoor toestemming van de auteursrechthebbende vereist.
Beslag: 5.3 (…) Het leggen van conservatoir beslag op inbreukmakende software, zoals in dit geval, is uitsluitend mogelijk door de dragers waarop de software is opgeslagen in beslag te nemen. Gelet hierop is Siemens als auteursrechthebbende van de software Unigraphics NX versie 3 gerechtigd beslag tot afgifte te laten leggen op computers waarvan zij vermoedt dat deze drager zijn van inbreukmakende software. Aangezien in het algemeen wordt aangenomen dat de opeising als bedoeld in artikel 28 lid 1 Aw gevorderd kan worden van een ieder die feitelijk en juridische tot afgifte in staat is, zonder dat schuld of toerekenbaarheid vereist is, kan er beslag worden gelegd bij een ieder waar het daarvoor in aanmerking komende materiaal wordt aangetroffen. In het onderhavige geval maakt het dan ook geen verschil bij wie de eigendom van de computers berust. De omstandigheid als zouden de computers eigendom zijn van Kicker en niet van Silver Holding, Silver Aerospace of Incat zoals door Silver Holding c.s. is gesteld, doet derhalve niet ter zake en leidt in ieder geval niet tot het oordeel dat het beslag geen doel heeft getroffen. Er is immers beslag gelegd op de computers als gegevensdragers waarvan voorafgaand aan de beslaglegging is vastgesteld dat zij de software Unigraphics NX versie 3 bevatten.
Vzr. Rechtbank Dordrecht, 10 december 2009, LJN: BK6561, Digital Innovations B.V. tegen B.A.M. Pro Electronics B.V.
Auteursrecht. Blijft gedaagde software van eiseres gebruiken? Ja, gedaagde erkent dit. Maar gedaagde betwist dat de software een eigen, oorspronkelijk karakter bezit en het eigen stempel van de maker draagt. In kortgeding kan (daarom) niet worden geoordeeld dat eiseres auteursrechtelijke bescherming toekomt. Bewijslevering nodig.
4.3. Volgens B.A.M. Pro Electronics was de door Digital Innovations geleverde software ondeugdelijk en heeft zij die software door anderen moeten laten aanpassen om de goede werking daarvan te bewerkstelligen. B.A.M. Pro Electronics erkent weliswaar dat zij nog gebruik maakt van de software van Digital Innovations, maar zij voert aan dat dit slechts in zeer geringe mate is en voorts dat dit resterende deel geen oorspronkelijk karakter heeft. Door deze erkenning staat het gebruik van software van Digital Innovations door B.A.M. Pro Electronics vast. Aan software kan auteursrechtelijke bescherming toekomen (art. 10 Auteurswet onder 12). Digital Innovations kan echter slechts auteursrechtelijke bescherming inroepen indien haar werk voldoet aan de eis dat het werk een eigen, oorspronkelijk karakter bezit en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Of aan die eis voldaan wordt kan in deze procedure niet worden vastgesteld. Daarvoor is, nu B.A.M. Pro Electronics betwist dat aan die eis voldaan wordt, bewijslevering nodig. Daarvoor leent een kort gedingprocedure zich niet. Een bodemprocedure is daartoe meer geschikt.
Lees het vonnis hier.
Rechtbank Arnhem, sector kanton, 12 oktober 2009, LJN: BK3997, Kennametal Nederland B.V. tegen werknemer
Auteursrecht. Ontslagprocedure. Werknemer wilde pensioeninkomsten aanvullen met nevenwerkzaamheden:
6. Kennametal verwijt [werknemer] onder meer dat hij voor eigen rekening ontwerpen dan wel tekeningen voor vijf projecten in opdracht van [bedrijf Y] en [bedrijf Z] met gebruikmaking van haar software heeft gemaakt. (…) [werknemer] (…) betwist niet dat hij deze ontwerpen, die hij kennelijk heeft gemaakt met behulp van de software van Kennametal, voor eigen rekening aan [bedrijf Z] heeft verzonden.
Voorts verwijt Kennametal [werknemer] dat enkele verzonden Kennametal-ontwerpen voorzien waren van het [bedrijf X]-logo op het Kennametal-logo, hetgeen een inbreuk op de merk- en auteursrechten van Kennametal oplevert. Volgens [werknemer] is dit juist wat betreft de als productie 15 bij het verzoekschrift overgelegde tekening, maar dat is een tekening van hem en [bedrijf Y] en daarom wilde hij de naam van Kennametal verwijderen. De voornoemde verwijten van Kennametal aan [werknemer] staan aldus tussen partijen vast. (…)
Rechtbank Amsterdam, 14 oktober 2009, HA ZA 08-2094, Visionvale Ltd & Burut co. Tegen Playlogic International N.V. (met dank aan J.J. van der Goen, Van der Goen Advocaten).
Auteursrecht. Software. Eindvonnis bodemzaak (zie ook Vzr. Rechtbank Amsterdam, 11 oktober 2007, B9 5275 & Gerechtshof Amsterdam, 14 juli 2009, B9 8066). Geschil tussen ontwikkelaar (Visonvale) en uitgever (Playlogic) van computerspellen over het auteursrecht op de game Sparta Ancient Wars. Overeenkomst rechtsgeldig ontbonden, auteursrechten rechtsgeldig overgedragen aan Playlogic en niet teruggevallen aan Visionvale na ontbinding. Eerst even voor jezelf lezen.
5.32. Nu playlogic de rechten overgedragen heeft gekregen , moet voor het terugvallen van die rechten aan Visionvale c.s. aan de in Artikel 2 Aw genoemde en onder 5.19 weergegeven vereisten voor overdracht worden voldaan. De rechtbank is van oordeel dat daarvan geen sprake is. Artikel 13.2.2 van de SDA kan niet worden aangemerkt als een tot overdracht bestemde akte. Dit artikel regelt de voorwaarden waaronder Playlogic gehouden zal zijn de rechten aan Visionvale c.s. (terug) over te dragen en daarmee de verbintenisrechtelijke gevolgen van een opzegging. Dat maakt dat de bepaling niet op een overdracht is gericht.
Lees het vonnis hier of hieronder (Scribd).
Rechtbank 's-Gravenhage 29 juli 2009, HA ZA 07-3899. SpecTec Ltd tegen MirTac B.V. (Met dank aan Gijsbert Brunt, Wenckebach Bax & Brunt)
Softwaregeschil. Auteursrecht en merkenrecht. Proceskostenveroordeling op basis van schatting verdeling tussen IE en niet-IE vorderingen.
"4.7 Niet in geschil is dat er auteursrechten rusten op de AMOS software. Anders dan MirTac meent, is SpecTec gerechtigd die auteursrechten te handhaven jegens MirTac. Als onweerspreken staat namelijk vast dat de auteursrechten op dit moment berusten bij SpecTec Group en dat SpecTec Group met een power of attorney “SpecTec Limited” de bevoegdheid heeft verleend op eigen naam op te treden tegen inbreuken op alle intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot de AMOS software (productie 4 bij conclusie van antwoord in het incident van SpecTec). Anders dan MirTac heeft betoogd, moet worden
aangenomen dat met “SpecTec Limited” wordt gedoeld op SpecTec. De door MirTac overgelegde uitdraai van een pagina uit het register van het Britse Companies House (productie 4) ondersteunt de stelling van MirTac dat “SpecTec Limited” een andere vennootschap is, namelijk niet. Integendeel, uit de uitdraai, en uit door SpecTec overgelegde certificaten van het Companies House (productie 7), blijkt dat “SpecTec Limited” een oude handelsnaam is van SpecTec."
Gerechtshof Amsterdam, 14 juli 2009, znr. 200.002.363/01 KG, Visionvale Ltd & Burut Co. tegen Playlogic International N.V. (met dank aan J.J. van der Goen, Van der Goen Advocaten).
Auteursrecht. Arrest van het Hof te Amsterdam inzake het hoger beroep tegen het vonnis van 11 oktober 2007 (Vzr. Rechtbank Amsterdam, 11 oktober 2007, B9 5275). Geschil tussen ontwikkelaar en uitgever van computerspellen over het auteursrecht op de game Sparta Ancient Wars. Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep.
De president is het Hof oordeelt, kort gezegd, dat de overeenkomst rechtsgeldig door Visionvale c.s. is beëindigd op grond van wanprestatie door Playlogic, maar dat in kort geding niet kan worden vastgesteld of Visionvale c.s. zich al dan niet terecht als rechthebbenden afficheren. De vorderingen van Playlogic worden derhalve afgewezen. De proceskostenregeling van art. 1019h Rv is volgens het hof niet van toepassing, nu het geschil primair ziet op de vraag bij welke partij het auteursrecht berust en niet op een inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht.
4.12 Bij de beoordeling van de grieven I en III stelt het hof voorop dat de Overeenkomst moet worden aangemerkt als een softwareontwikkelingscontract waarbij rechten op het spel door Visionvale cs met het voortschrijden van het werk worden overgedragen aan Playlogic. Kern van het geschil is wie de rechthebbende was op de auteursrechten van het spel op het moment van de beëindiging van de Overeenkomst en welke gevolgen vervolgens zijn ingetreden door de beëindiging daarvan.
4.13 Playlogic stelt zich op het standpunt dat de auteursrechten op het spel ten tijde van de beeindiging van de Overeenkomst volledig aan haar waren overgedragen en zij ondanks de beëindiging van de overeenkomst rechthebbende op de rechten op het spel bleef. Artikel 13.2.2 tweede alinea van de Overeenkomst bepaalt in haar visie slechts dat Playlogic de rechten op het spel dient terug te leveren zodra Visionvale CS een andere uitgever voor het spel hebben gevonden en volledige terugbetaling aan Playlogic heeft plaatsgevonden. Visionvale CS stellen dat niet beoogd is de auteursrechten op het spel volledig over te dragen aan Playlogic, althans dat op het moment van het geschil deze rechten nog niet volledig aan Playlogic waren overgedragen. Playlogic had op het moment van de beëindiging van de Overeenkomst een licentie. Deze licentie is door de beëindiging van de Overeenkomst met onmiddellijke ingang geëindigd. Artikel 13.2.2 ziet in de visie van Visionvale CS slechts op de omvang van de over en weer te betalen vergoedingen. De tweede alinea van deze bepaling strekt er slechts toe dat Playlogic recht heeft op restitutie van de betaalde voorschotten indien Visionvale CS een nieuwe uitgever heeft kunnen vinden die de software gaat uitgeven.
Rechtbank Zwolle, 20 februari 2009, LJN: BH9291, Wellnomics Limited tegen Ergodirect B.V.
Eerst even voor jezelf lezen. Distributieovereenkomst en IE-rechten ergonomische software. Ontbinding, opschorting. Mededinging Overdracht domeinnamen, verbod verder gebruik software, documentatie en materialen, verbod suggestie wederverkoper te zijn.
5.21. In de artikelen 12.2 en 13.2 van de Overeenkomst is, kort gezegd, bepaald dat Ergodirect na het einde van de Overeenkomst de software van Wellnomics Ltd niet zal verkopen en geen vertrouwelijke informatie of intellectueel eigendomsrecht van Wellnomics Ltd zal gebruiken om computer software te ontwikkelen. Deze bepalingen kunnen niet gezien worden als een afspraak tussen Wellnomics Ltd en Ergodirect die de mededinging verhindert. Het enkele feit dat na het einde van de Overeenkomst de software van Wellnomics Ltd niet meer door Ergodirect mag worden gedistribueerd maar door Wellnomics Ltd zelf, althans door Wellnomics B.V., zal worden gedistribueerd, maakt niet dat de mededinging met betrekking tot ergonomische software op de Nederlandse markt wordt belemmerd, verhinderd of vervalst. Integendeel, van ‘Reseller’ van Wellnomics Ltd is Ergodirect potentiële concurrent van Wellnomics Ltd geworden. Het staat Ergodirect, en elke andere onderneming, immers in beginsel en binnen de rechtmatigheidsgrenzen die voortvloeien uit de omstandigheid dat Ergodirect Reseller is (geweest) van Wellnomics Ltd, vrij om zelf (andere) ergonomische software op de markt te brengen. Dat Wellnomics Ltd het intellectuele eigendomsrecht op de door haar ontwikkelde software middels deze bepalingen beschermt, betekent niet dat daaruit een beperking van de mededinging voortvloeit.
Lees het vonnis hier.