Praktijkgebied IE |
Dossiers |
IE Agenda |
|
Kamerstuk 32450 nr. 2, Tweede Kamer. Voorstel van wet. Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en aanverwante wetten met het oog op enige verbeteringen en vereenvoudigingen van het bestuursprocesrecht (Wet aanpassing bestuursprocesrecht). O.a:
ARTIKEL XXIX: Artikel 81 van de Rijksoctrooiwet 1995 vervalt. [“Artikel 81 ROW: In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht, is voor beroepen ingesteld tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te 's-Gravenhage bevoegd.]
Lees het voorstel van wet en aanverwante documentatie hier.
Handelingen Tweede Kamer, 2009-2010, 94 dossier, pag. 7844 (dossier 27428). Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 30 juni 2010 over toekomst plantenveredeling, ontwikkelingen in octrooi- en kwekersrecht.
Minister Verburg: Voorzitter. Kortheidshalve zal ik ingaan op alle vijf de ingediende moties, zonder commentaar vooraf. Ik wil echter wel opgemerkt hebben dat de meeste onderwerpen gisteren ook uitvoerig in het algemeen overleg aan de orde zijn geweest. Ik zie aan de lichaamstaal van sommige Kamerleden dat zij dat herkennen.
Allereerst de motie van mevrouw Ouwehand, ingediend mede namens de heer Van Gerven. Daarin wordt de regering verzocht om dit probleem mee te nemen in de lopende WTO-onderhandelingen en zich daarbij in te zetten voor een mondiale afspraak dat planteigenschappen vrij beschikbaar zijn voor boeren en veredelaars en, evenals diereigenschappen, niet meer octrooieerbaar zijn. Ik ontraad de aanneming van deze motie en wel om de reden die ik gisteren ook al heb aangegeven: ik streef naar een balans.
Persbericht Commissie EU: “Vandaag werd een voorstel inzake vertaalregelingen voor een toekomstig EU-octrooi, het laatste stukje van de puzzel dat nodig is om een uniform EU-octrooi te kunnen verwezenlijken, door de Europese Commissie voorgesteld.
Volgens het huidige voorstel voor een verordening van de Raad zouden de kosten voor een EU-octrooi dat de 27 lidstaten beslaat, minder dan 6 200 EUR bedragen, waarvan slechts 10% voor vertalingen zou zijn bestemd.
Het voorstel van de Commissie bouwt voort op het bestaande taalstelsel van het EOB. De Commissie stelt voor dat EU-octrooien in één van de officiële talen van het EOB (Engels, Frans of Duits) worden onderzocht en verleend. Het verleende octrooi zal in deze taal worden gepubliceerd, die tevens de authentieke (zijnde juridisch bindende) tekst zal uitmaken. De publicatie zal vertalingen van de conclusies in de twee andere officiële EOB-talen bevatten. De conclusies zijn het onderdeel van het octrooi dat de omvang van de bescherming van de uitvinding bepaalt.
Van de octrooihouder worden er geen verdere vertalingen in andere talen vereist, behalve in het geval van een rechtsgeschil betreffende het EU-octrooi. In dit geval kan er van de octrooihouder worden geëist dat hij of zij op zijn of haar kosten verdere vertalingen verschaft. Zo moet de octrooihouder desgevallend een kopie van het octrooi in de taal van de veronderstelde inbreukmaker verschaffen, of in de taal van de gerechtelijke procedure indien deze van de taal van het octrooi verschilt.
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 1 juni 2010, LJN: BM8418, A, handelend onder de naam B, te C tegen de Minister van Economische Zaken.
Octrooirecht, althans geschil over de subsidieregeling innovatievouchers (voorheen octrooibox). Indien voor één uitvinding voor meerdere rechtsgebieden octrooi wordt aangevraagd, kan wèl subsidie worden verkregen voor de kosten die in het kader daarvan worden gemaakt voor zover deze betrekking hebben op meer dan één jurisdictie.
Appellant stelt dat het doel van de regeling is dat subsidie wordt verleend voor de kosten die worden gemaakt voor het verwerven van een octrooi. Voor het verkrijgen van dat exclusieve recht diende appellant meerdere aanvragen te doen, één om octrooi te verkrijgen voor Europa en één om octrooi te verkrijgen voor de V.S.. Het kan volgens appellant nooit de bedoeling van de wetgever zijn geweest dat slechts één octrooiaanvraag voor één rechtsgebied in aanmerking komt voor subsidie. Het CvBB is het daar mee eens.
5.2 (…) Het College is van oordeel dat de door verweerder gegeven grammaticale uitleg van artikel 13, eerste lid, van de Regeling – voor een octrooi moet één octrooi worden gelezen – niet gestoeld kan worden op de titel van paragraaf 4 van de Regeling of de tekst van die bepaling. De termen “octrooiaanvraag” en “octrooi” worden in de bepaling afwisselend gebruikt, zodat hierin geen aanknopingspunt is te vinden voor de interpretatie van verweerder.
Het College overweegt voorts dat uit de bij de Regeling behorende Toelichting blijkt dat het doel van de Regeling is het stimuleren van het doen van een octrooi-aanvraag voor een uitvinding. Daarbij is niet de beperking aangebracht dat voor dezelfde uitvinding slechts de octrooi-aanvraag voor één rechtsgebied subsidiabel moet worden geacht.
Ook overigens heeft het College in de Toelichting op de Regeling geen aanknopingspunt gevonden voor de door verweerder gegeven uitleg van artikel 13, eerste lid, van de Regeling.
Gezien het vorenstaande valt naar het oordeel van het College niet in te zien dat, indien voor één uitvinding voor meerdere rechtsgebieden octrooi wordt aangevraagd, op grond van artikel 13, eerste lid van de Regeling en de bijbehorende Toelichting geen subsidie kan worden verkregen voor de kosten die in het kader daarvan worden gemaakt voor zover deze betrekking hebben op meer dan één rechtsgebied.
Voorts is het College van oordeel dat artikel 13, zesde lid, van de Regeling niet kan worden tegengeworpen. In die bepaling is neergelegd dat geen subsidie kan worden verstrekt, indien reeds eerder met gebruikmaking van een voucher subsidie is verstrekt krachtens deze paragraaf. Niet is gebleken dat appellant eerder subsidie heeft ontvangen voor het aanvragen en verkrijgen van een octrooi. Dat hij voor dezelfde uitvinding een Europese octrooiaanvraag én een octrooiaanvraag voor de V.S. heeft ingediend, valt naar het oordeel van het College niet onder de reikwijdte van die bepaling.
Staatscourant, Jaargang 201, Nr. 2983, dinsdag 2 maart 2010. Regeling van de Minister van Economische Zaken van 22 februari 2010, nr. WJZ / 10021076, houdende vaststelling van de bedragen, bedoeld in artikel 27c, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995.
“In deze regeling worden nieuwe examengelden vastgesteld die verschuldigd zijn voor deelname aan een examen of proeve van bekwaamheid octrooigemachtigde of een gedeelte daarvan. Deze bedragen zijn sinds 2004 niet meer gewijzigd. Uitgangspunt is, dat de bedragen zodanig worden berekend dat daarmee de kosten die zijn verbonden aan de werkzaamheden van de examencommissie worden gedekt (artikel 27c, tweede lid, Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995).
Lees de regeling hier.
"Afgelopen vrijdag is in Brussel door de Raad van Ministers een belangrijke stap gezet in de verbetering van het Europese octrooistelsel. Het EU octrooi wordt een extra mogelijkheid voor de aanvrager. Het is geen vervanging van de nationale of Europese octrooien. Aan de nationale octrooien verandert er helemaal niets.
Overeenstemming
In Brussel kon overeenstemming worden bereikt omdat het grootste punt van discussie, de taal/talen van het toekomstige EU octrooi, buiten de onderhandelingen is gehouden. Er is overeenstemming bereikt over de volgende onderwerpen:
1. het EU octrooi (behalve de talenregeling)
2. het 'Europese en EU octrooigerecht'
3. versterkte samenwerking tussen het EOB en nationale octrooibureaus.
Lees hier meer.
Octrooirecht. Over het hoofd gezien: Aankomende inwerkingtreding van wijzigingen van de Rijksoctrooiwet 1995 en bijbehorend Rijksbesluit en Regeling per 1 april 2010 (met dank aan Rolf Suurmond, DeltaPatents)
Per 1 april 2010 wijzigt de Rijksoctrooiwet 1995 en het bijbehorend Rijksbesluit en Ministeriële Regeling. Hierdoor vindt het Verdrag inzake octrooirecht (beter bekend als Patent Law Treaty) daadwerkelijk toepassing in Nederland en de Nederlandse Antillen. De wetswijziging heeft onder andere betrekking op de vereisten voor het verkrijgen van een indieningsdatum voor een octrooiaanvraag. Zo is het voor het verkrijgen van een indieningsdatum niet meer nodig om de aanvraag van een conclusie te voorzien. Verder is het voortaan mogelijk om een verzoek tot herstel in de vorige toestand in te dienen als de termijn voor het recht van voorrang niet in acht is genomen. Verder zijn gedetailleerde regelingen opgenomen met betrekking tot inschrijving in het register van wijzigingen van naam of adres van de aanvrager, wijziging van de persoon van de aanvrager, en licentie, pandrecht en beslag.
Zie voor de wijzigingen hier, hier en hier.
Kamerstuk 32186-(R1901), nr. 2, 2e Kamer Wijziging van verschillende rijkswetten in verband met de verkrijging van de hoedanigheid van land binnen het Koninkrijk door Curaçao en Sint Maarten en de toetreding van Bonaire, Sint Eustatius en Saba tot het Nederlandse staatsbestel (Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen) (Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen).
Artikel 7.1 beoogt de Rijksoctrooiwet 1995 aan de nieuwe situatie aan te passen. Het gaat hier om strikt technische wijzigingen. Dus waar in de huidige rijkswet sprake is van “Nederlandse Antillen” zal dit worden vervangen door: Curaçao en Sint Maarten. Uitzondering hierop vormt het bepaalde in artikel 7.1, onderdelen F, G en H, waarbij kennelijke verschrijvingen worden rechtgezet.
Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat enige artikelen als genoemd in de onderdelen C, E, I en K van artikel 7.1 een uitwerking zijn van met name het op 5 oktober 1973 te München tot stand gekomen Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Trb. 1975, 108 en 1976, 101) (ook bekend als Europees Octrooiverdrag). Dit betekent dat bijvoorbeeld de depositaris bij het Europees Verdrag tijdig zal worden bericht dat de toepassingssfeer van het verdrag naar aanleiding van de staatkundige hervorming dient te worden gewijzigd.
Lees alle voorgestelde wijzigingen hier (Voorstel van Rijkswet). Lees de MvT hier. Advies RvS hier.
Kamerstuk 31579, nr. 24, 2e Kamer. Verslag algemeen overleg, gehouden op 29 september 2009, inzake Lex silencio positivo Dienstenrichtlijn.
“Mevrouw Vos (PvdA): Datzelfde geldt bij wetgeving van EZ over octrooigemachtigden. Dat lijkt mij ook een terrein waarop specialisten opereren en argeloze consumenten niet geschaad kunnen worden. Gevallen van dood en ellende zullen zich daar al helemaal niet voordoen. Waarom kan lex silencio positivo niet met betrekking tot octrooigemachtigden?”
(…)
Staatssecretaris Heemskerk: Waarom kan de lex silencio positivo niet worden ingevoerd bij de inschrijving in het Register van Octrooigemachtigden? Ik heb hierover gesproken met de minister van Economische Zaken. Wij hebben de exercitie ook op politiek niveau getrokken. Een octrooigemachtigde mag alleen als zodanig optreden als hij is ingeschreven in het register. Betrokkene moet zowel een academische technische als een juridische opleiding hebben genoten. Hij moet dus van vele markten thuis zijn. Doel van deze regulering is kwaliteitsborging van het goed functioneren van het stelsel van intellectueel eigendom en de bescherming van de afnemers. Deze worden ook binnen het Europees recht gezien als dwingende redenen van algemeen belang. Ze worden expliciet genoemd in artikel 4, onder 8, van de Dienstenrichtlijn. Daarom is in dit geval van toepassing afgezien.
Lees het kamerstuk hier.
(De Lex Silencio Positivo houdt in dat een vergunning wordt geacht te zijn verleend bij het uitblijven van een antwoord binnen een gestelde termijn door het bevoegde bestuursorgaan op een aanvraag van een vergunning).
Persbericht Economische zaken: "´De doorvoer van generieke medicijnen naar óntwikkelingslanden mag niet onnodig worden gehinderd.' Dat zegt staatssecretaris Heemskerk in reactie op Kamervragen. Soms houdt de Nederlandse douane op verzoek van producenten medicijnen tegen die in doorvoer zijn naar ontwikkelingslanden en waarvan medicijnfabrikanten vinden dat sprake is van namaak van hun product. Het kan dan gaan om aidsremmers, maar bijvoorbeeld ook life style medicijnen. Volgens Heemskerk is het cruciaal dat hierbij de zorg in ontwikkelingslanden niet in de knel komt. 'Het belang van de beschikbaarheid van goedkope generieke medicijnen in ontwikkelingslanden staat voorop. Wel moet namaak actief worden bestreden, omdat namaakmedicijnen gevaarlijk kunnen zijn en de rechten van fabrikanten moeten worden gerespecteerd', aldus Heemskerk."
In de brief gaat de Staatssecretaris in op de toezeggingen die hij eerder deed tijdens het vragenuur:
1. vóór het eind van het reces verslag te doen van het overleg met de Europese Commissie en de ambassadeurs van India en Brazilië bij de Europese Unie;
2. een overzicht te verstrekken van de 17 door de Nederlandse douane tegengehouden zaken (en van de daarbij betrokken bedrijven) in 2008;
3. na te gaan of de Duitse douane inderdaad gegevens van bedrijven die een artikel 5 EU-Douaneverordening 1383/2003-verzoek hebben gedaan openbaar maakt en zo ja, of deze werkwijze in Nederland ook kan worden toegepast;
4. de lopende ACTA-onderhandelingen nader uiteen te zetten.
Lees hier meer, lees de brief hier.
Tweede kamer, 2008-09, 22112, nr. 913. Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie; Brief staatssecretaris ter aanbieding BNC-fiche samenvatting van het verslag over het sectorale onderzoek naar de farmaceutische sector
"De Commissie bevestigt het belang van een hoge kwaliteitsstandaard met betrekking tot octrooien en snelle toelating tot de markt. Zij focust zich op volledige implementatie en beter gebruik van de huidige regelgeving, zoals bijvoorbeeld met betrekking tot de deadlines van toelatingsprocedures en het zorgdragen dat bezwaren van derden goed gedocumenteerd en transparant zijn en niet tot onnodige vertraging leiden Nederland kan instemmen met deze lijn met inachtneming van nationale bevoegdheden op het gebied van het inrichten van het sociale stelsel en prijs- en vergoedingsmaatregelen met betrekking tot geneesmiddelen. Nederland steunt het streven om tot een spoedige invoering van een Gemeenschapsoctrooi met een bijbehorend overkoepelend systeem voor octrooirechtspraak te komen.
Trage introductie van generieke en innovatieve geneesmiddelen moet effectief worden tegengegaan want dat kan besparingen opleveren. Nederland staat achter de aanbevelingen van de Cie dat verklaringen van derden tijdens de toelatingsprocedure een duidelijke inhoud moeten hebben en ook van duidelijk omschreven partijen moeten komen, die ook hun belang erbij moeten motiveren. Dit om onnodige en ongerechtvaardigde vertraging van marktoelating te voorkomen. Evenzo geldt dat misleidende informatiecampagnes, die nodeloos en ongegrond twijfel zaaien over de kwaliteit van generieke geneesmiddelen moeten worden tegengegaan."
Lees het fiche hier.
Uit de Commission Communication " Reviewing Community Innovation in a changing world:
"An adequate legal framework to protect knowledge properly is a precondition for an innovative society. In the area of Intellectual Property Rights, among other things as a result of the failure to introduce a Community patent, the EU is still not providing favourable conditions for the development and diffusion of innovation. The European patent system is costly and fragmented, discouraging innovation compared to the US and Japan20. The difference in patenting costs in comparison to these countries is significant and is not being reduced. It is high time to change this situation.
Commission efforts on copyright policy have been aiming to further develop the emerging EU cross-border market for the dissemination of knowledge. The development of new digital products, services and business models, which thrive on openness, needs a supportive and predictable legal framework."
Lees hier meer.
Euopese Commissie, 21 april 2009, COM(2009) 175 def, Groenboek over de herziening van verordening (EG) nr. 44/2001 van de raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken
"4. Industriële eigendom. (…) In afwachting van de invoering van het gemeenschappelijke stelsel voor octrooigeschillenbeslechting kunnen bepaalde tekortkomingen van het huidige systeem worden vastgesteld en aangepakt in het kader van Verordening (EG) nr. 44/2001.
Met betrekking tot de coördinatie van parallelle inbreukprocedures kan worden overwogen de communicatie en interactie tussen de in parallelle procedures geadieerde gerechten te versterken en/of de regel inzake aanhangigheid buiten toepassing te laten in het geval van een verzoek om een negatieve declaratoire uitspraak.
Met betrekking tot de coördinatie van procedures wegens inbreuken op of nietigheid van een octrooi, zijn in de algemene studie meerdere oplossingen voorgesteld om 'torpedo'-praktijken tegen te gaan. Op deze oplossingen wordt hier niet nader ingegaan. Dergelijke problemen kunnen echter worden opgelost door de invoering van het gemeenschappelijke stelsel voor octrooigeschillenbeslechting; in dat geval is het niet nodig de verordening te wijzigen.
Indien het opportuun wordt geacht procedures tegen meerdere inbreukmakers op het Europese octrooi te voegen wanneer deze deel uitmaken van een groep van bedrijven die op gecoördineerde wijze handelen, zou een oplossing kunnen zijn een specifieke regel vast te stellen die het mogelijk maakt inbreukprocedures betreffende bepaalde industriële-eigendomsrechten tegen meerdere verweerders in te stellen bij de gerechten van de lidstaat waar de verweerder die de activiteiten coördineert of die op een andere wijze het nauwst is betrokken bij de inbreuk, is gevestigd.
Community Patent: As regards the unified patent litigation system, discussions have focused on a draft agreement and a draft statute of the future court. EU delegations made progress on a better understanding of the functioning of the envisaged court system. Important areas that have been addressed and further developed are mainly: the composition of the panels of judges, the implementation and operation of the envisaged agreement, the role of the European Court of Justice (ECJ) in the interpretation of Community law and transitional arrangements. The analysis of economic aspects was carried out on the basis of an expert study highlighting the saving costs for businesses of a unified patent litigation system.
In this regard, the Council reached an agreement in principle for requesting an opinion to the ECJ on whether the envisaged agreement, to be concluded between the Community, its member states and other contracting parties to the European Patent Convention1, is compatible with the EC Treaty.
Google project: The Council took note of information provided by the German delegation concerning the “Google Books Project” (scanning of books in US libraries for establishing a database on the basis of digital copies) and its possible legal implications as regards copyright matters (10221/09). The Commission was asked to elaborate an assessment and to report back in due course.
Lees hier meer.
Octrooirecht. Kamervragen met antwoord, nr. 2412 2008-2009, 2e kamer. Vragen van de leden Irrgang en Bashir (beiden SP) aan de staatssecretarissen van Economische Zaken en van Financiën en de minister voor Ontwikkelingssamenwerking over medicijnen voor Afrika die worden tegengehouden. (Ingezonden 10 maart 2009); Antwoord. O.a:
“De vraag is echter of het in de hiervoor genoemde specifieke gevallen wenselijk is om de doorgang van generieke medicijnen afhankelijk te maken van de goedkeuring door de octrooigerechtigde. Het Nederlandse standpunt is dat in die situaties het belang van de toegang van ontwikkelingslanden tot geneesmiddelen beter dient te worden beschermd dan tot op heden het geval is.
(…) Vooruitlopend op de mogelijke aanpassingen streven wij naar een zodanige uitvoering van het in Verordening 1383/2003 neergelegde douane-instrumentarium dat in het bijzonder de legitieme doorvoer van generieke medicijnen naar ontwikkelingslanden voortaan met zo min mogelijk oponthoud plaatsvindt. Hiertoe zal worden gesproken met de farmaceutische industrie over hun verantwoordelijkheden en belangen bij doorvoer van generieke medicijnen naar ontwikkelingslanden.