Praktijkgebied IE |
Dossiers |
IE Agenda |
|
Kamerstuk 21501-30 nr. 232. Brief minister EZ: Verslag van de Raad voor Concurrentievermogen van 25 en 26 mei.
Raadsconclusies: De Commissie gaf aan dat het communautaire merkenrechtensysteem, dat bestaat naast de nationale merkenrechtensystemen van de lidstaten, inmiddels 15 jaar bestaat. Op verzoek van de Raad in mei 2007 laat de Commissie momenteel een studie doen naar de werking van het merkenrechtensysteem. Doel is te bezien hoe het merkenrechtensysteem in de EU en de samenwerking tussen het Europese merkenbureau OHIM (Office of Harmonization for the Internal Market) en de nationale merkenbureaus kan worden gemoderniseerd, versterkt en waar nodig verbeterd. Deze studie zal naar verwachting eind van dit jaar worden afgerond. De Commissie sprak de verwachting uit een voorstel voor herziening van Verordening 207/2009 inzake het EU merkenstelsel te zullen doen eind van dit jaar. De Raad nam vervolgens zonder discussie de conclusies aan.
Lees de gehele brief hier.
Handelingen 2009-2010, nr. 18, pag. 1343-1366, 2e Kamer. Behandeling van het wetsvoorstel Goedkeuring Verdrag tot herziening Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie.
"De heer Ten Broeke (VVD): (...) Andere voorbeelden zijn (...), zeker niet onbelangrijk, het merkenrecht, waarbij meer dan 1 miljoen merken binnen de Benelux worden beschermd. Als je als ondernemer wacht op een EU-trademark, kun je wachten tot je een ons weegt. Ondertussen moet je in 27 landen je merk deponeren. Mijn vrouw is zo’n innovatieve ondernemer met een nieuw product waarop patenten rusten, en ze is erg blij met het Benelux-merkenbureau dat direct een markt van 28 miljoen inwoners voor haar opent. (...)"
Lees het kamerstuk hier.
BVIE. Tractatenblad 2009/198: Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) (met Protocol).
De Nederlandse en de Franse tekst van het Protocol van 4 augustus 2009 tot aanpassing van het Uitvoeringsreglement zijn geplaatst in Trb. 2009, 122.
De wijzigingen vervat in artikel A, B en D van het Protocol van 4 augustus 2009 zijn ingevolge zijn artikel D, punten 1 en 2, juncto artikel 6.5, eerste lid, van het Verdrag in werking getreden op 1 oktober 2009.
Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden, gelden artikel A, B en D van het Protocol van 4 augustus 2009, evenals het Verdrag, alleen voor Nederland.
Lees hier meer.
Ter stilzwijgende goedkeuring overgelegd: Het op 27 maart 2006 te Singapore tot stand gekomen Verdrag van Singapore inzake het merkenrecht (met reglement en bijlagen) (Trb. 2007, 23). Brief van de minister van Buitenlandse zaken.
“Met het onderhavige verdrag wordt het Verdrag van 1994 geactualiseerd, uitgebreid en vereenvoudigd. Daarmee wordt in belangrijke mate tegemoet gekomen aan de wens van het internationaal werkende bedrijfsleven om de voorwaarden te harmoniseren waaronder een merkregistratie verkregen kan worden. (…) Het Verdrag treedt niet in de plaats van het Verdrag van 1994; het komt er naast.
Een belangrijk uitgangspunt van het Verdrag is dat (…) het ten algemene gaat om de formaliteiten die deze bureaus maximaal mogen verlangen. Zij kunnen dus ook volstaan met een lichter regime.
(…) Hiermee erkent het Verdrag dat merken niet langer beperkt zijn tot twee-dimensionale aanduidingen op producten. De in het Reglement neergelegde Regels vermelden expliciet nieuwe soorten merken, zoals merken bestaande uit hologrammen, bewegende mechanismen, kleuren en merken die uit niet zichtbare tekens bestaan, zoals geluid of smaak. Het Verdrag bevat (thans nog) geen gestandaardiseerde regels over hoe dergelijke merken in merkaanvragen weergegeven moeten worden. Gelet op het veelvuldig gebruik, dat in het bijzonder de industrie van merkartikelen maakt van licenties, is in het Verdrag voorzien in bepalingen met betrekking tot verzoeken tot het vastleggen van licenties en voor wijziging van of doorhaling van vastgelegde licenties.
Vandaag is Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Gemeenschapsmerk (Gecodificeerde versie) gepubliceerd. Hiermee wordt Verordening (EG) nr. 40/94 gecodificeerd. De nieuwe verordening treedt in werking op de twintigste dag volgend op de dag van publicatie, dus op maandag 13 april a.s.
De Verordening bevat een "handige" transponeertabel, voor diegenen die net alle artikelnummers uit het hoofd hadden geleerd. Ook hier geldt: 'Verwijzingen naar de ingetrokken Verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige Verordening.'
Lees de nieuwe verordening hier.
Kamerstukken 31354, nr. 26, 2e Kamer, 2008/09, (vervangt het amendement gedrukt onder nr. 20). Wijziging van de Mededingingswet ter invoering van regels inzake ondernemingen die deel uitmaken van een publiekrechtelijke rechtspersoon of die hiermee zijn verbonden (aanpassing Mededingingswet ter invoering van gedragsregels voor de overheid); Gewijzigd amendement over het mogelijk maken van gebruik van naam en beeldmerk van een overheid door een overheidsbedrijf
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor : In artikel I, onderdeel A, vervalt artikel 25j, tweede lid, onderdeel a.
Toelichting: Dit amendement beoogt te voorkomen dat gebruik van naam en beeldmerk per definitie als verboden bevoordeling zou gaan gelden. Dit zou er immers toe kunnen leiden dat in de naam van een overheidsbedrijf de naam van de desbetreffende overheid niet meer vermeld zou mogen worden. Dan zou het Rijksmuseum geen Rijksmuseum meer mogen heten omdat daarin gebruik gemaakt wordt van de naam «Rijk». Een zelfde redenering geldt voor de Staatsloterij. Maar ook een bedrijfsnaam als Havenbedrijf Rotterdam, en andere gemeentelijke NV’s waarin de naam van de eigen gemeente gebruikt wordt, zouden mogelijk allemaal verboden kunnen worden. De indiener acht dit onwenselijk en stelt voor met dit amendement de betreffende bepaling te schrappen.
Lees het amendement hier.
"A new international treaty setting standards for trademark registration procedures will become effective in 2009 following its ratification by Australia on December 16, 2008. This is the tenth ratification of the Singapore Treaty on the Law of Trademarks (“the Singapore Treaty”) and will allow the treaty to enter into force on March 16. 2009.
WIPO Director General, Francis Gurry, welcomed this development saying that the entry into force of the Singapore Treaty was good news for trademark owners around the world as it opened the way for the branded goods industry to register and manage trademark rights cost-effectively and efficiently. This, he said, was a particularly welcome development for companies seeking to generate cost savings, and maintain their market position in the current turbulent economic circumstances."
Lees hier meer (WIPO).
BBIE nieuwsflits: Vanaf 1 januari 2009 past het BBIE de bezwaartermijn die wordt gegeven bij een op absolute gronden geweigerd depot aan. Dit geldt voor depots ingediend vanaf 1 januari 2009. De termijn voor het indienen van argumenten wordt drie maanden.
Na afloop van deze drie maanden verlengt het Bureau de gegeven termijn altijd ambtshalve met één maand. Daarnaast is er tijdens een lopende bezwaartermijn altijd de mogelijkheid om schriftelijk te te verzoeken de termijn te verlengen tot zes maanden na de datum van de oorspronkelijke weigeringsbeslissing. Uiteraard zullen de gegeven termijnen in de verschillende brieven over de weigering worden medegedeeld.
Overigens zal het indienen van een bezwaarschrft door het Bureau tevens worden opgevat als een verzoek tot verlenging van de initieel gegeven termijn tot zes maanden.
Verslag van de eerste bijeenkomst van de Beneluxraad voor de Intellectuele Eigendom (Beneluxraad), 7 november 2008.
“Dat in de PIC (een ambtelijke werkgroep met vertegenwoordigers van de lidstaten, het Secretariaat-Generaal van de Benelux en het Bureau, die wetgeving voorbereidt) momenteel de laatste hand wordt gelegd aan een protocol dat enkele (kleine) wijzigingen van het BVIE bevat, maar dat er ook al besprekingen gaande zijn over een volgende (ingrijpender) wijziging van het BVIE. Het Bureau is bezig een integraal document op te stellen, waarin alle mogelijke wijzigingen worden opgesomd en onderzocht. Enkele voorbeelden:
- De mogelijke aanstelling van het Benelux-Gerechtshof als bevoegde rechter voor beroepen tegen beslissingen van het Bureau. Hierover bestaan twee aanbevelingen van het Beneluxparlement en wordt binnenkort antwoord van het Comité van Ministers verwacht. De urgentie van dit onderwerp wordt verhoogd door de grote verschillen tussen Belgische en Nederlandse rechtspraak die de afgelopen jaren alleen maar groter zijn geworden. Voor dit onderwerp zou eventueel een deskundige in de zin van artikel 3 sub d van het reglement Beneluxraad kunnen worden uitgenodigd, die (een deel van de) vergadering bijwoont om het standpunt van het Benelux-Gerechtshof toe te lichten.
- De mogelijke instelling van een nietigheidsprocedure bij het Bureau.
Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten (Gecodificeerde versie) (Voor de EER relevante tekst).
Een louter codificerende wijziging: Richtlijn 2008/95/EG vervangt met ingang van 28 november de zogenaamde Merkenrichtlijn (richtlijn 89/104/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten). De oude richtlijn is ‘inhoudelijk gewijzigd [o.a. door richtlijn 89/104/EEG] en ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze richtlijn te worden overgegaan.”
Niet veel nieuws dus, een update en een nieuwe naam. ‘Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn.’
Lees de richtlijn hier.
Kamervragen, vraagnr. 2080904660. Vragen van het lid Vendrik (GroenLinks) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over de Anti-Counterfeiting Trade Agreement. (Ingezonden 6 november 2008).
"1. Bent u ervan op de hoogte dat de Europese Commissie, de Verenigde Staten en Japan aan het onderhandelen zijn over een nieuw handhavingsverdrag voor intellectueel eigendom op het internet, het Anti-Counterfeiting Trade Agreement (ACTA)?
3 Speelt Nederland een rol in de onderhandelingen? Zo ja, wat is de inzet van Nederland? Zo neen, waarom niet?"
Lees alle vragen hier.
Vers op de site van het BBIE: Richtlijnen inzake de criteria voor de toetsing van merken op absolute gronden (versie 1 januari 2009.
"Sinds de vorige richtlijnen (september 2004) is zowel op Europees als op Benelux niveau weer de nodige jurisprudentie gewezen. Hoewel hieruit geen ingrijpende inhoudelijke wijzigingen voortvloeien, werd het toch tijd om de richtlijnen te actualiseren. Daar komt bij dat in de oude richtlijnen nog werd verwezen naar de oude bepalingen van de eenvormige Beneluxwet op de merken (hierna: “BMW”) in plaats naar de (overigens evenmin inhoudelijk gewijzigde) huidige bepalingen van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (hierna: “BVIE”) en naar het oude Benelux- Merkenbureau (hierna: “BMB”) in plaats van naar het huidige BBIE. I n deze richtlijnen is de opbouw zoveel mogelijk dezelfde gehouden als in de vorige versie, zodat de geïnformeerde gebruiker er zo makkelijk mogelijk zijn weg in kan vinden.”
Lees de richtlijnen hier.
1- Vanaf 1 januari 2009 past het BBIE de bezwaartermijn die wordt gegeven bij een op absolute gronden geweigerd depot aan. Dit geldt voor depots ingediend vanaf 1 januari 2009. De termijn voor het indienen van argumenten wordt drie maanden. Na afloop van deze drie maanden verlengt het Bureau de gegeven termijn altijd ambtshalve met één maand. Daarnaast is er tijdens een lopende bezwaartermijn altijd de mogelijkheid om schriftelijk te te verzoeken de termijn te verlengen tot zes maanden na de datum van de oorspronkelijke weigeringsbeslissing.
2- Betreft: Intrekking van opposities na beslissing
1. Opposanten kunnen de door hen ingestelde opposities geheel intrekken tot het moment waarop de beslissing van het Bureau, ingevolge artikel 2.16, lid 4 BVIE, definitief wordt.
2. Intrekken van een oppositie nadat het Bureau een beslissing heeft genomen heeft enkel tot gevolg dat het Bureau zijn beslissing niet ten uitvoer zal leggen. Dit heeft niet tot gevolg dat de grond aan de uitgesproken verwijzing in de kosten (artikel 2.16, lid 5 BVIE) komt te ontvallen.
3. Bij intrekking van een oppositie nadat het Bureau een beslissing heeft genomen, volgt geen restitutie van voor de oppositie betaalde rechten.
Lees hier iets meer.
Kamerstukken II 2007/08, 23490, nr. 515. Ontwerpbesluiten Unie-Verdrag; Verslag algemeen overleg op 3 juli 2008 over o.a. agenda informele JBZ-Raad van 7 en 8 juli 2008
Mevrouw Kuiken (Pvda): Wat is het standpunt ten aanzien van het Anti-Counterfeiting Trade Agreement (ACTA) dat tijdens de G8-top getekend schijnt te worden? Hierdoor is het onder andere mogelijk om reizigers te dwingen de data op hun laptops prijs te geven.
Minister van Justitie: De ACTA vergt aandacht in EU-verband. De discussie over handhaving ophet gebied van intellectueel eigendomsrecht is nog niet afgesloten. Voor bepaalde onderdelen is Europese besluitvorming vereist. Ten aanzien van persoonsgegevens moet worden toegezien op een goede en gelijkwaardige rechtsbescherming in Europa en de Verenigde Staten, waarbij Europese burgers ook toegang moeten hebben tot de Amerikaanse rechter. De onderhandelingen hierover zijn voorzien voor 2009. De Kamer zal hiervan op de hoogte gehouden worden.
Lees hier meer.
Kamerstukken II 2007/08, 21501-30, nr. 188. Raad voor Concurrentievermogen; Brief minister met de geannoteerde agenda van de informele Raad voor Concurrentievermogen van 16, 17 en 18 juli 2008
"Een ander punt van aandacht in het externe beleid is de handhaving van intellectuele eigendomsrechten (met name merk- en auteursrechten) door middel van de bestrijding van namaak en piraterij. Effectief optreden tegen dergelijke inbreuken op intellectuele eigendomsrechten is geboden, zowel in Nederland, in Europa, maar zeker ook mondiaal. Een internationale ontwikkeling als de onderhandelingen over een «Anti Counterfeit Trade Agreement» (ACTA), een internationaal Verdrag ter bestrijding van namaak, verdient daarom aanmoediging. Het is goed dat de EU hierbij betrokken is, waarbij EU-wetgeving op het gebied van handhaving (zoals de richtlijn civiele handhaving IE-rechten) model kan staan voor een internationale standaard. Nederland vindt het van belang dat er op EU-niveau meer aandacht is voor een meer coherente bestrijding van namaak en piraterij en ziet uit naar de door de Europese Commissie aangekondigde mededeling over dit onderwerp."
Lees hier meer.
Kamerstukken II 2007/08, 21501-30, nr. 189. Raad voor Concurrentievermogen; Brief minister met haar reactie op het artikel 'Top bedisselt aanpak piraterij' in Automatiseringsgids 2008, 24
"De daadwerkelijke besprekingen over de inhoud van ACTA zijn pas onlangs gestart en er ligt thans dus nog geen kant-en-klare overeenkomst op tafel waaruit conclusies te trekken zijn over de positie van internet-service providers. Als eerste zijn de onderwerpen douanemaatregelen en civiele handhaving aan de orde. Met betrekking tot deze onderwerpen, die reeds onder de bevoegdheid van de Europese Commissie vallen, zal deze ook het woord voeren. De Raad van de Europese Unie heeft de Europese Commissie daartoe op 14 april jl. een mandaat verstrekt. Dit houdt onder andere in dat, voor wat betreft de onder de bevoegdheid van de Gemeenschap vallende aangelegenheden, de Commissie de onderhandelingen zal voeren na overleg met de lidstaten (via het Comité van artikel 133 en andere relevante comités en Raadswerkgroepen). Voor aangelegenheden die onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen, zoals strafrechtelijke sancties en samenwerking tussen nationale handhavingsinstanties, neemt het voorzitterschap, namens de lidstaten, volwaardig deel aan de besprekingen. Het is thans nog niet bekend wanneer deze aangelegenheden aan de orde komen. Naar alle verwachting zal dit in september duidelijk worden. De Kamer zal zo spoedig mogelijk daarna nader over ACTA geïnformeerd worden."
Lees de gehele brief hier, artikel hier.
Voor wat het waard is: Verdrag tot herziening van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie (met Protocol en Verklaring); 's-Gravenhage, 17 juni 2008.
DEEL 6 BENELUX-ORGANISATIE VOOR DE INTELLECTUELE EIGENDOM
Artikel 31: De Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen) is geregeld in het Benelux-Verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) ondertekend te ’s-Gravenhage op 25 februari 2005.