B9 11775. Vzr. Rechtbank ’s-Gravenhage, 23 oktober 2012, KG ZA 12-957, Beckers Benelux B.V. tegen JMQ Trading B.V. (met dank aan Wim Maas, Deterink).
Octrooirecht, althans onbevoegdheidsvonnis in de krokettenzaak Beckers/JMQ. (eerdere uitspraken hier). Over de bevoegdheid bij executiegeschillen, in het bijzonder m.b.t. ‘Haagse’ octrooi-, gemeenschapsmerken- en -modellenzaken.
Beckers vordert primair dat de Haagse voorzieningenrechter de bij eindvonnis van 22 augustus 2012 door de rechtbank Den Haag uitgesproken uitvoerbaarverklaring bij voorraad 'intrekt'. Aan haar vorderingen legt Beckers ten grondslag dat het vonnis op een juridische misslag zou berusten, omdat de rechtbank JMQ als de in het ongelijk gestelde partij wat de octrooirechtelijke grondslag betreft, voor dat deel in de volledige proceskosten ex artikel 1019h Rv zou hebben moeten veroordelen.
De voorzieningenrechter verklaart zich i.c. echter onbevoegd om van de vorderingen van Beckers kennis te nemen: “Blijkens de parlementaire geschiedenis breekt de bevoegdheidsregeling met het voorheen bestaande stelsel waar als hoofdregel had te gelden dat de rechter wiens uitspraak geëxecuteerd wordt, ook de bevoegde gewone rechter is ten aanzien van geschillen betreffende executie.”
4.1. De exceptie slaagt. Ingevolge artikel 438 lid I Rv worden geschillen die in verband met een executie rijzen, gebracht voor de rechtbank die naar de gewone regels bevoegd zou zijn, of in welker rechtsgebied de inbeslagneming plaatsvindt, zich een of meer van de betrokken zaken bevinden of de executie zal geschieden. Het tweede lid van genoemd artikel bepaalt dat, tot het verkrijgen van een voorziening bij voorraad, het geschil ook kan worden gebracht in kort geding bij de voorzieningenrechter van de volgens het eerste lid bevoegde rechtbank. Blijkens de parlementaire geschiedenis breekt deze bevoegdheidsregeling met het voorheen bestaande stelsel waar als hoofdregel had te gelden dat de rechter wiens uitspraak geëxecuteerd wordt, ook de bevoegde gewone rechter is ten aanzien van geschillen betreffende executie.
4.4. Nu JMQ is gevestigd in Oudenbosch, gemeente Halderberge, niet zijnde gelegen in het arrondissement ’s-Gravenhage, kan de relatieve bevoegdheid van deze rechter niet op artikel 438 lid 2 jo. Artikel 438 lid 1 jo. Artikel 99 Rv Zijn gebaseerd. Naar JMQ met juistheid en overigens onweersproken heeft aangevoerd, kan de relatieve bevoegdheid ook niet worden gebaseerd op een van de andere in artikel 438 lid 1 Rv genoemde gronden.
4.3. De voorzienigenrechter van deze rechtbank zal zich derhalve onbevoegd verklaren de vorderingen van Beckers kennis te nemen.
Lees het vonnis hier.