A-G Saugmandsgaard Øe: in de tijd tussen bekendmaking aanvraag en toekenning kwekersrecht mag kweker vrij telen en de vruchten oogsten en verkopen

Print this page 03-10-2019
B915860

Zaak C-176/18 Club de Variedade Vegetales Protegidas v Martinez. Prejudiciële vragen Tribunal Subremo – Spanje. Conclusie A-G Saugmandsgaard Øe
 

Kwekersrecht. De verwijzende rechter wenst in wezen te vernemen of, wanneer een landbouwer in de tijd tussen de bekendmaking van de aanvraag en de verlening van het kwekersrecht, bij een boomkweker jonge bomen van een beschermd ras heeft gekocht, voor de aanplanting van die bomen en de daaropvolgende oogst en verkoop van de vruchten ervan, ten eerste aan de kweker een billijke vergoeding moet worden betaald, voor zover die handelingen tijdens die periode worden verricht, en, ten tweede, de toestemming van de kweker vereist is, voor zover die handelingen na verlening van het kwekersrecht verder worden verricht.


Toepasselijke bepalingen: Artikel 5, lid 2 en 3, artikel 13 lid 1-3, artikel 94 en artikel 95 Verordening 2100/94
Artikelen 13 en 14 van  het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten.

 

A-G Saugmandsgaard Øe geeft het Hof in overweging de prejudiciële vragen van de Tribunal Supremo als volgt te beantwoorden:
1) Artikel 13, lid 2, van verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht moet aldus worden uitgelegd dat handelingen die bestaan in het aanplanten van componenten van een beschermd ras en het oogsten van de vruchten ervan, niet behoren tot de in die bepaling opgenomen categorieën van handelingen die, om te mogen worden verricht, de toestemming van de houder van het kwekersrecht vereisen.
2) Artikel 13, lid 3, van verordening nr. 2100/94 moet aldus worden uitgelegd dat het begrip ‚ongeoorloofd gebruik’ van beschermde componenten niet ziet op handelingen met betrekking tot die componenten, zoals het vermeerderen of in de handel brengen ervan, in de tijd tussen de bekendmaking van de aanvraag voor een communautair kwekersrecht en de verlening van dat recht.


“Ro. 55 Gelet op het voorgaande ben ik van mening dat artikel 13, lid 3, van verordening nr. 2100/94 de houder slechts beschermt voor zover de in lid 2 van dat artikel bedoelde handelingen met betrekking tot de componenten zonder zijn toestemming zijn verricht na de verlening van het kwekersrecht.”
60  Voor zover, ten eerste, de componenten door de boomkwekerij zijn vermeerderd en in de handel gebracht voordat het kwekersrecht was verleend, vormen deze handelingen immers geen ongeoorloofd gebruik van die componenten in de zin van deze bepaling.
61. Ten tweede vallen het aanplanten en oogsten van de vruchten door de landbouwer, gelet op het door mij voorgestelde antwoord op de eerste en de tweede prejudiciële vraag, niet binnen de werkingssfeer van artikel 13, lid 2, van verordening nr. 2100/94, zodat deze handelingen – zelfs nadat het kwekersrecht is verleend – ook niet kunnen leiden tot een ongeoorloofd gebruik van de componenten.
62. Daaruit concludeer ik dat, wanneer bij een boomkwekerij jonge bomen van een plantenras zijn aangekocht in de tijd tussen de bekendmaking van de aanvraag en de verlening van het communautaire kwekersrecht voor dat ras, de koper gedurende en na deze periode deze bomen vrij mag telen en de vruchten ervan mag oogsten en verkopen.” 

 

Lees de volledige conclusie hier.