Het merk: essentieel onderdeel van een franchiseovereenkomst of bewijs van een verkoopsconcessie?

B914908

Print pagina
Het merk: essentieel onderdeel van een franchiseovereenkomst of bewijs van een verkoopsconcessie?
BMM Bulletin 1/2017, p. 16-18, David Diris, Het merk: essentieel onderdeel van een franchiseovereenkomst of bewijs van een verkoopsconcessie in het Belgische recht?: “Tot op heden bestaat er ook in het Belgisch recht nog steeds geen wettelijke definitie van een franchiseovereenkomst. Rechtsleer en rechtspraak hebben zelf verschillende definities ontwikkeld, waarbij één van de essentiële kenmerken het gebruik van het merk(teken) is. Toch kan het verlenen van enig gebruiksrecht op zijn merk voor een franchisegever in het Belgische recht onverwachte gevolgen hebben indien de Rechtbank plots hierdoor de franchiseovereenkomst herkwalificeert als een beschermde verkoopsconcessie.

 

[…]

 

Echter, is het mijns inziens niet ondenkbaar dat indien de franchisegever bepaalde rechten met het gebruik van zijn merk toekent aan de franchisenemer, dit ook zou kunnen worden opgevat als het bewijs van een meer georganiseerde relatie die de definitie vormt van een verkoopsconcessie, zeker in het geval van een distributiefranchise. In toepassing van de absorptietheorie zou dit ertoe kunnen leiden dat de onbenoemde franchiseovereenkomst wordt geherkwalificeerd als een benoemde en beschermde verkoopsconcessie. Het Hof van Beroep te Luik bevestigde dat beoordeeld dient te worden welk onderdeel het meeste doorweegt: de terbeschikkingstelling van knowhow en  merktekens of het recht aan te kopen. In het eerste geval is er sprake van een  franchiseovereenkomst, in het andere geval zal de franchiseovereenkomst geherkwalificeerd worden als een verkoopsconcessie, met alle gevolgen vandien op het gebied van beëindiging en vergoeding.”