13.2 Ontstaan kwekersrecht door verlening

Print this page

 

Kwekersrechtverlening. Kwekersrechten ontstaan niet van rechtswege, maar worden op aanvrage verleend. Dat kwekersrechten op aanvrage verleend worden is één van de hoofdverplichtingen voor de UPOV-landen, zoals neergelegd in artikel 2 UPOV-Verdrag: “Elke Verdragsluitende Partij verleent en beschermt de rechten van kwekers.”.

Verleend kwekersrecht. De exclusieve kwekersrechten van artikel 57 ZPW en artikel 13 GKwV ontstaan pas door de verlening van het kwekersrecht en na die verlening kan de rechthebbende zijn kwekersrecht handhaven (artikel 70 ZPW).

Billijke vergoeding voor handelingen tijdens aanvrage. Indien een kwekersrecht eenmaal is verleend dient de kwekersrechthebbende op grond van artikel 13 UPOV-Verdrag ten minste aanspraak te kunnen maken op een billijke vergoeding voor inbreukmakende handelingen “gedurende het tijdvak tussen de indiening of de bekendmaking van de aanvraag tot verlening van kwekersrecht en de verlening van dat recht.” Daarin is voorzien in artikel 71(1) ZPW en artikel 95 GKwV. Voor het Nederlandse kwekersrecht geldt daarbij op grond van artikel 71(2) ZPW de voorwaarde dat de vergoeding alleen verschuldigd is “voor handelingen die zijn verricht na afloop van dertig dagen, nadat de betrokkene bij deurwaardersexploot is gewezen op de krachtens dit artikel aan de houder van een kwekersrecht toekomende aanspraak.Artikel 13 UPOV-Verdrag voorziet in de mogelijkheid dat de aanspraak op vergoeding pas ontstaat nadat een kennisgeving heeft plaatsgevonden.

Hypericum Elegance. In zijn arrest van 9 oktober 2009 (IEPT20091009)  bevestigde de Hoge Raad dat de aanspraak op een redelijke vergoeding voor de aanvrager van een kwekersrecht conform artikel 36a (oud) Zpw, evenals artikel 71 van de huidige wet van 2005, slechts toekomt aan de aanvrager wiens aanvrage uiteindelijk is ingewilligd en dus tot verlening van kwekersrecht heeft geleid, zodat gedurende de daaraan voorafgaande periode nimmer vast staat of de aanvrager ooit aanspraak op de vergoeding zal verkrijgen.

Geen ongeoorloofd gebruik voorafgaand aan verlening. In het Protegidas-arrest van 19 december 2019 (IEPT20191219) leert dat het Hof van Justitie in de periode voorafgaand aan de verlening van het kwekersrecht geen sprake is van “ongeoorloofd gebruik van componenten” (artikel 13(3) GKwV). Wanneer die componenten zijn vermeerderd en verkocht in de tijd tussen de bekendmaking van de kwekersrechtaanvraag en de verlening ervan geeft artikel 95 GKwV slechts een aanspraak op een passende vergoeding. Hetzelfde geldt voor niet als teeltmateriaal bruikbare vruchten die na de verlening van het communautaire kwekersrecht zijn geoogst, omdat het oogsten daarvan niet is aan te merken als het voortbrengen of vermenigvuldigen van componenten (artikel 13(2)(a) GKwV). Na verlening kan de kweker zich pas verzetten tegen de dan plaatsvindende vermeerdering en verkoop van componenten.

Onderzoek. Artikel 12 UPOV-Verdrag schrijft voor dat verlening van kwekersrecht een onderzoek vereist naar de vraag of sprake is van een ras dat (i) nieuw, (ii) onderscheidbaar, (iii) homogeen en (iv) bestendig is conform de vereisten van de artikelen 5 tot en met 9 van UPOV-Verdrag. Aan die voorwaarde wordt voldaan in artikel 54 GKwV en artikel 49 ZPW waar voorzien wordt in een materieel onderzoek door respectievelijk het Communautair Bureau voor Plantenrassen en de Nederlandse Raad voor Plantenrassen.

 

13.2.1 Verlening Nederlands kwekersrecht

 

13.2.2 Verlening Gemeenschapskwekersrecht