13.4 Kwekersrechthebbende

Print this page

UPOV-Verdrag. Uit artikel 2 UPOV-Verdrag volgt dat het kwekersrecht aan de kweker dient toe te komen. Uit de definitie van “kweker” in artikel 1(iv) UPOV-Verdrag volgt dat een kweker wordt verstaan (i) de (natuurlijke) die een ras feitelijk heeft gekweekt of ontdekt en ontwikkeld, dan wel (ii) diens werkgever - of opdrachtgever indien het nationale recht van de verdragsstaat daarin voorziet. Dat toepasselijke recht is te vinden in artikel 11 GKwV voor wat betreft Gemeenschapskwekersrechten en artikel 50 ZPW voor wat betreft Nederlandse kwekersrechten.

Beperkt attributief stelsel. In lijn met het UPOV-Verdrag is het vertrekpunt in het Nederlandse kwekersrecht en het Gemeenschapskwekersrecht dat de aanspraak op kwekersrecht aan de kweker toekomt. Dat doet er echter niet aan af dat de houder van een kwekersrecht als houder van het kwekersrecht wordt beschouwd totdat de inschrijving wordt opgeëist (artikel 76 ZPW; artikel 98 GKwV).

13.4.1- Kweker

13.4.2 - Werkgeverskwekersrecht

13.4.3 Opdrachtgeverskwekersrecht

13.4.4 Vergoeding voor gemis kwekersrecht

13.4.5 Overdracht

13.4.6 Opeising