4.5 - Beschermingsomvang auteursrechtelijk werk

Print this page

weegschaal.png


Bescherming van het werk. Het auteursrecht verleent de auteursrechthebbende bescherming voor zijn werk. Die bescherming valt qua inhoud uiteen in exploitatierechten en in persoonlijkheidsrechten. Het spreekt voor zich dat die geboden bescherming, wanneer het werk zelf voorwerp is van inbreukmakende exploitatiehandelingen of de persoonlijkheidsrechten, niet gerespecteerd wordt.

 

Beschermingsomvang versus beschermde handelingen. De vraag rijst vervolgens of het aanbrengen van wijzigingen in het werk met zich brengt dat er geen sprake meer is van inbreuk. Die vraag ziet op de beschermingsomvang van het auteursrechtelijke werkbegrip: wanneer is nog sprake van een inbreukmakende verschijningsvorm van het werk, ofwel bewerking? Voor een goed overzicht is het verstandig deze vraag duidelijk te onderscheiden van de vraag welke handelingen vervolgens inbreukmakend zijn. De vraag tegen welke handelingen de auteursrechthebbende zich kan verzetten, wordt  pas relevant nadat is vastgesteld dat een bepaalde nabootsing in gewijzigde vorm van het auteursrechtelijk beschermde werk nog binnen de beschermingsomvang van het werk valt en als bewerking valt aan te merken (Spoor/Verkade/Visser, 2005, nr. 4.3). De door het auteursrecht beschermde handelingen vallen onder de zogeheten exploitatierechten van de auteursrechthebbende (zie onder 4.6).
 

Beschermingsomvang: verveelvoudiging in gewijzigde vorm. Artikel 13 Aw leert dat de beschermingsomvang van het auteursrecht niet beperkt is tot het werk ‘an sich’ – zoals dat door de auteur oorspronkelijk is gecreëerd is – maar zich ook uitstrekt tot “in het algemeen iedere geheele of gedeeltelijke bewerking of nabootsing in gewijzigden vorm” van het werk. Artikel 13 Aw brengt dit op een enigszins omslachtige en voor misverstand vatbare wijze tot uitdrukking (a) door dit als onderdeel van het exclusieve verveelvoudigingsrecht aan te merken en (b) daarbij aan te geven dat van een inbreukmakende bewerking sprake is indien de bewerking “niet als een nieuw, oorspronkelijk werk moet worden aangemerkt”.

Verveelvoudiging: twee betekenissen. Artikel 13 Aw is allereerst onhandig in zijn opzet omdat het begrip “verveelvoudigingen” in de Auteurswet daardoor twee betekenissen heeft. Enerzijds het vervaardigen van reproducties van het werk en anderzijds het weergeven van het werk in gewijzigde vorm (Spoor/Verkade/Visser, 2005, nr. 4.6).
Onafhankelijk werk. Ten tweede is artikel 13 Aw onhandig geformuleerd doordat de definiëring van een inbreukmakende bewerking of nabootsing in gewijzigde vorm die “niet als een nieuw, oorspronkelijk werk moet worden aangemerkt” ten onrechte de indruk kan wekken dat indien een bewerking of nabootsing in gewijzigde vorm op zichzelf ook een auteursrechtelijk beschermd werk is, daarmee van inbreuk geen sprake zou zijn. Die indruk is  echter onjuist (Visser, T&C IE, 2016, artikel 13 Aw, aant. 4). Van een nieuw, oorspronkelijk werk in de zin van artikel 13 Aw dat geen inbreuk op het bewerkte werk maakt, is sprake indien daarin niet of nauwelijks de auteursrechtelijk beschermde trekken van het bewerkte werk zijn overgenomen en dus sprake is van een onafhankelijk werk dat niet meer als een bewerking of nabootsing in gewijzigde vorm kan worden aangemerkt.
Oorspronkelijke bewerking. Dat de bewerking zelf ook tot een separaat auteursrecht op de bewerking – zoals een vertaling of verfilming – kan leiden, is voor de vraag of sprake is van een inbreuk op het auteursrecht op het bewerkte werk niet relevant.

 

Bewerkingen. Artikel 12 BC is helderder dan artikel 13 Aw door gewoon aan te geven dat het auteursrecht ook het uitsluitend recht omvat om toestemming te verlenen “tot bewerkingen, arrangementen en andere veranderingen van hun werken”. Daarmee wordt beter aangegeven dat voor het vaststellen van de beschermingsomvang van het auteursrecht alleen maar van belang is of sprake is van een verandering van het werk, zonder dat relevant is of die bewerking of verandering op zichzelf al dan niet als een auteursrechtelijk beschermd afgeleid werk kan worden aangemerkt. Internationaal wordt in dit verband wel gesproken over het “adaptation right” – ofwel “bewerkingsrecht” – van de auteur en over “derivative works”, ofwel afgeleide werken (Goldstein & Hugenholtz, International Copyright, 2010, p. 316). Het begrip “bewerkingen” lijkt dan het meest in lijn met het Nederlandse spraakgebruik en de internationale terminologie om een inbreukmakende verveelvoudiging van het werk in gewijzigde vorm aan te geven.

Auteursrechtrichtlijn. Het bewerkingsrecht van artikel 12 BC heeft geen evenknie gevonden in de Auteursrechtrichtlijn van 2001. De vraag of de uitleg van het exclusieve bewerkingsrecht van artikel 12 BC desondanks tot de jurisdictie van het Hof van Justitie behoort, liet het Hof in zijn Allposters-arrest van 22 januari 2015 (IEPT20150122) in het midden (onder 26-27). Zie daarover: 2.2.1 en Van Eechoud, AMI 2015, p. 173.


4.5.1 - Bewerkingen

4.5.2 - Beoordelingsmaatstaf: uitdrukking geven aan het werk