4.8 - Persoonlijkheidsrechten maker

Print this page

weegschaal.png

Weerspiegeling persoonlijkheid maker. Zoals het Hof van Justitie in de arresten Painer (IEPT20111201) en Football Dataco (IEPT20120301) overwoog, is van een “eigen intellectuele schepping van de auteur” sprake wanneer die schepping “de uitdrukking vormt van diens persoonlijkheid” ofwel een “weerspiegeling van de persoonlijkheid” van de auteur is. Tegen die achtergrond beschermt het auteursrecht ook de persoonlijkheidsrechtelijke belangen van de auteur door middel van de zogeheten persoonlijkheidsrechten  (Spoor/Verkade/Visser, 2005, 7.3).
Berner Conventie. De persoonlijkheidsrechten van artikel 25 Aw vinden hun oorsprong in artikel 6bis van de Berner Conventie: “Onafhankelijk van de vermogensrechtelijke auteursrechten, en zelfs na overdracht van die rechten, behoudt de auteur het recht om het auteurschap van het werk op te eisen, en om zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere wijziging van dat werk, of tegen elke andere aantasting daarvan, die nadeel zou kunnen toebrengen aan zijn eer of zijn goede naam.” Opmerkelijk is dat deze fundamentele verplichtingen uit artikel 6bis BC in de latere IE-verdragen steeds uitdrukkelijk zijn uitgezonderd van de auteursrechtelijke verplichtingen die verdragslanden moeten respecteren. Artikel 9 TRIPs en artikel 3 van het WIPO Auteursrechtverdrag  verplichten uitdrukkelijk niet tot het respecteren van deze persoonlijkheidsrechten.
Ook na overdracht. In lijn met artikel 6bis BC bepaalt artikel 25(1) Aw dat de daar bedoelde rechten aan de maker – de originaire rechthebbende – toekomen “zelfs nadat hij zijn auteursrecht heeft overgedragen”.

Niet overdraagbare persoonlijkheidsrechten. De auteur behoudt niet alleen deze persoonlijkheidsrechten, nadat hij of zij de (commerciële) auteursrechten mocht hebben overgedragen, maar deze persoonlijkheidsrechten zijn op hun beurt ook niet overdraagbaar. Een op grond van artikel 3:83(3) BW voor een dergelijke overdraagbaarheid vereiste wettelijke bepaling ontbreekt. De overdraagbaarheidsbepaling van artikel 2 Aw is beperkt tot het auteursrecht, zoals gedefinieerd in artikel 1 Aw: het uitsluitend recht tot openbaarmaking en verveelvoudiging. Overigens zijn deze persoonlijkheidsrechten ook rechten die naar hun aard niet overdraagbaar behoren te zijn.

Maker. Artikel 25 Aw kent de persoonlijkheidsrechten toe aan de “maker”. Het begrip maker staat in de Auteurswet voor de originaire rechthebbende: degene bij wie het recht ontstaat. Die maker is een andere dan de ‘feitelijke maker’ in geval van – kort gezegd –  (a) een onder andermans leiding en toezicht tot stand gebracht werk (artikel 6 Aw), (b) een in dienstverband gemaakt werk (artikel 7 Aw) of (c) een door eer rechtspersoon openbaar gemaakt werkt, zonder vermelding van individuele auteurs (artikel 8 Aw).

Door sommigen wordt bepleit dat bij dergelijke ‘fictieve makers’ de persoonlijkheidsrechten aan de feitelijke makers zouden toekomen. Het komt mij voor dat noch de tekst, noch het systeem van de Auteurswet daar ruimte voor laat (Spoor/Verkade/Visser, 2005, 7.8).

Aard persoonlijkheidsrechten. Bovendien dient het persoonlijkheids-rechtelijke karakter van de rechten van artikel 25 Aw ook niet te hoog te worden ingeschat. De rechten bieden bescherming aan de naam en reputatie van de auteur en de wijze waarop het werk gepubliceerd wordt, maar die rechten kunnen in belangrijke mate (ook) vanuit een commercieel perspectief verklaard en gerechtvaardigd worden. Die commerciële belangen spelen bij de zogeheten ‘fictieve makers’ evenzeer als – en wellicht zelfs in een niet gering aantal gevallen in sterkere mate dan – bij de feitelijke makers.

Na overlijden. De persoonlijkheidsrechten van artikel 25(1) Aw eindigen bij het overlijden van de maker, tenzij de maker bij uiterste wilsbeschikking een derde heeft aangewezen. In dat geval kan deze die rechten uitoefenen tot aan het verval van het auteursrecht (artikel 25(2) Aw).


4.8.1 - Naamsvermelding en benaming werk

4.8.2 - Verzet tegen wijzigingen in het werk


4.8.3 - Verzet tegen aantasting van het werk

4.8.4 - Wijzigingsrecht maker