5.1 - Regelgeving auteursrecht

Print this page



Naburige rechten.
Onder naburige rechten verstaan we de IE-rechten van de uitvoerende kunstenaar, de fonogrammenproducent, de filmproducent en de omroeporganisatie. Deze rechten zijn naburig aan het auteursrecht, in die zin dat de beschermde prestaties in beginsel zien op uitvoeringsvormen van auteursrechtelijk beschermde werken en de inhoud van de door deze rechten geboden bescherming ook gelijkenis met het auteursrecht vertoont. Waar het auteursrecht originele, intellectuele vormgevingscreaties beschermt, beschermen de naburige rechten – onder meer – degenen die een waarneembare vorm aan die vormgevingsideeën verschaffen.
Wet op de naburige rechten. De Wet op naburige rechten (“WNR”) is op 1 juli 1993 in werking getreden. De wet werd ingevoerd vanwege de toetreding tot Conventie van Rome van 1961, inzake uitvoerende kunstenaars, fonogrammenproducenten en omroeporganisaties, en de Conventie van Genève van 1971 inzake fonogrammenproducenten.

Prestatiebescherming. Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet op de naburige rechten in 1993 werd in de rechtspraak bescherming aan deze prestaties verleend op basis van ongeschreven rechten.
DGG v Kusters. Zo oordeelde het Hof Arnhem in zijn arrest van 18  januari 1972 (IEPT19720118) dat het in strijd was met de tegenover een fonogrammenproducent en uitvoerend kunstenaar in acht te nemen maatschappelijke zorgvuldigheid om zonder hun toestemming grammofoonplaten en muziekcassettes uit te brengen met daarop opnamen van uitvoeringen van die uitvoerend kunstenaar en producent. In die zaak ging het om opnamen door Deutsche Grammophon Gesellschaft van het orkest van James Last
Elvis Presley. In zijn Elvis Presley-arrest van 24 februari 1989  (IEPT19890224) bevestigde de Hoge Raad dat aan prestaties van uitvoerend kunstenaars in beginsel bescherming toekomt. Die bescherming strekt er toe de kunstenaar de mogelijkheid te geven tot exploitatie van zijn prestaties en houdt in dat deze zich kan verzetten tegen het maken van opnamen van een uitvoering zonder zijn toestemming. Daarbij verwees de Hoge Raad ook naar het voornemen tot ratificatie van de Conventie van Rome.

 

Europese richtlijnen. Verschillende Europese auteursrechtrichtlijnen zien tevens op naburige rechten. Dat geldt voor de Verhuurrichtlijn  (1992), de Beschermingstermijnrichtlijn (1993), de Satelliet en kabelrichtlijn (1993) en met name de Auteursrecht in de Informatiemaatschappijrichtlijn (2001), ook wel – kortweg – de Auteursrechtrichtlijn genoemd.
Verdragen. De internationale basis voor de naburige rechten  wordt gevormd door de Conventie van Rome van 1961 inzake uitvoerende kunstenaars, fonogrammenproducenten en omroeporganisaties en de Conventie van Genève van 1971 inzake fonogrammenproducenten. Daarnaast voorziet TRIPs in artikel 14 in minimumeisen  voor naburige rechten en is Nederland sinds 2010 gebonden aan de  verplichtingen voortvloeiende uit het WIPO naburige rechtenverdrag van 1996.
Europese normen. De Europese Unie is partij bij de TRIPs- en WIPO-verdragen, maar niet bij de Conventie Rome. Dat brengt met zich dat de eerste twee verdragen onderdeel uitmaken van de rechtsorde van de Unie, en de Conventie van Rome alleen indirect van toepassing is. Zoals het Hof van Justitie in Del Corso-arrest van 15 maart 2012 (IEPT20120315) dienen echter de in deze drie verdragen neergelegde begrippen zoveel mogelijk worden uitgelegd conform deze verdragen. De uitleg van nabuurrechtelijke begrippen is derhalve primair een zaak van Europees recht met het Hof van Justitie als de rechter die het laatste woord heeft.