7.11 - Relatieve weigerings- of nietigheidsgronden merken

Print this page
Auteur:
Th.C.J.A. van Engelen

weegschaal.png

 

Relatieve gronden. Artikel 5 Merkenrichtlijn 2015 (voorheen artikel 4) bevat de zogeheten relatieve gronden voor weigering of nietigverklaring van een merk. Daarbij conflicteert een aangevraagd merk niet met een algemeen belang, maar met de rechten of belangen van één of meer derden. Het is dan ook primair aan die derden om al dan niet bezwaar tegen de betreffende merkinschrijving aan te tekenen. Lid 1 en 3, voorzien in aan de lidstaten verplicht voorgeschreven relatieve weigerings- en nietigheidsgronden. Lid 4 bevat vervolgens een drietal facultatieve relatieve weigerings- en nietigheidsgronden, waarbij het dus aan iedere individuele lidstaat is om een of meer van die gronden al dan niet te implementeren.

Partiële weigering of nietigheid. Een merk kan worden aangevraagd voor een groot aantal verschillende waren en diensten. Dat brengt met zich dat een weigerings- of nietigheidsgrond mogelijk niet ziet op alle waren of diensten waarvoor het merk is aangevraagd of ingeschreven. In dat geval dient de weigering of nietigverklaring beperkt te blijven tot dat deel van de waren of diensten waarop die grond voor weigering of nietigverklaring van toepassing is. Aldus: artikel 7 Merkenrichtlijn 2015, artikel 2.2quater BVIE en artikel 47(5) Uniemerkenverordening.   

 

Toetsing. Toetsing aan de relatieve nietigheidsgronden vindt niet ambtshalve plaats door het Benelux Bureau dan wel het EUIPO , aangezien het aan de derde, wiens rechtspositie door de merkinschrijving wordt aangetast, is om te beslissen of hij of zij daar al dan niet tegen in het geweer wil komen.

Oppositie BVIE. De houder van een ouder merk kan kiezen voor het instellen van oppositie in geval van een van de artikel 2.14 BVIE aangegeven gronden. Dat is – kort gezegd – aan de orde indien er sprake is van merken die conflicteren met de in artikel 2.2ter BVIE bedoelde eerder aangevraagde of ingeschreven Benelux-  of Uniemerkrechten van derden. aarnaast is oppositie mogelijk in geval van strijd met een algemeen bekend merk in de zin van artikel 6bis van het Unieverdrag van Parijs (artikel 2.2ter(2)(d) BVIE). Voor de Benelux dient dat binnen twee maanden, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand volgend op de publicatie van de aanvraag, plaats te vinden bij het Benelux Bureau (artikel 2.14 BVIE).Van de uitspraak van het Bureau staat binnen twee maanden beroep open bij de Tweede Kamer van het Benelux Gerechtshof (artikel 1.15bis BVIE), met een daaropvolgende mogelijkheid van cassatie bij de Eerste Kamer (artikel 9ter Verdrag BenGH). 

Oppositie UMeV. Voor het Uniemerk bestaat evenzeer de mogelijkheid van oppositie op de in artikel 8(1) UMeV aangegeven gronden. Dat is – kort gezegd – mogelijk bij (a) een gelijk ouder merk voor dezelfde waren of diensten of (b) overeenstemming met een ouder merk voor soortgelijke waren of diensten indien daardoor verwarringsgevaar bij het publiek kan ontstaan op het grondgebied waar het ouder merk wordt beschermd. Oppositie dient binnen een termijn van drie maanden na de publicatie van de aanvrage te worden ingesteld (artikel 41 UMeV). Van de beslissing van de oppositieafdeling kan beroep worden ingesteld bij de Kamer van Beroep van het Bureau (artikel 58 UMeV). Van een beslissing van de Kamer van Beroep kan beroep worden ingesteld bij het Hof van Justitie (artikel 65 UMeV). Een dergelijk beroep wordt ingesteld bij het Gerecht EU en van een beslissing van het Gerecht kan vervolgens een tot rechtsvragen beperkt beroep bij het Hof van Justitie worden ingesteld.

Nietigverklaring. Nietigverklaring van een merk wegens strijd met een relatieve nietigheidsgrond kan ook worden gevorderd bij de rechter. Voor het Benelux merk wordt die mogelijkheid gegeven in artikel 2.28 BVIE, waarbij alle rechtbanken in Nederland bevoegd kunnen zijn. Voor het Uniemerk voorziet artikel 128 UMeV 2017 in de mogelijkheid van een nietigheidsverklaring door een rechtbank voor het Uniemerk, wat in Nederland de rechtbank Den Haag is. Die mogelijkheid bestaat enkel in geval van een reconventionele vordering (artikel 124(d) UMeV 2017). Een reguliere nietigheidsactie inzake een Uniemerk dient te worden ingesteld bij het EUIPO (artikel 59 UMeV 2017). Sinds 1 maart 2019 is het ook mogelijk om nietigheidverklaring van een Benelux merk te vorderen bij het Benelux Bureau (artikel 2.30bis(1) BVIE).

 

7.11.1. - Gelijk of overeenstemmend ouder merk

 

7.11.2 - Facultatieve relatieve nietigheidsgronden