7.6.4 - Aantasting of exploitatie goodwillwaarde bekend merk

Print this page

weegschaal.png

 

Bekende merken. Anders dan voorheen (in artikel 5(2)) schrijft artikel 10(2)(c) Merkenrichtlijn 2015 de lidstaten dwingend voor om – in aanvulling op de aan ieder merk te bieden bescherming tegen gebruik (i) van identieke of overeenstemmende tekens (ii) voor identieke of overeenstemmende waren of diensten – aan bekende merken bescherming te bieden tegen gebruik van (i) identieke of overeenstemmende tekens wanneer daardoor (ii) “ongerechtvaardigd voordeel getrokken wordt uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk”. Daarmee geniet een bekend merk een bijzondere, aanvullende bescherming tegen per saldo de aantasting of exploitatie van de goodwillwaarde van dat bekende merk.

Dwingend. Onder de oude merkenrichtlijn was deze bescherming voor bekende merken nog optioneel. Voor de Benelux was deze bescherming al opgenomen in (thans) artikel 2.20(2)(c) BVIE. Voor het Gemeenschaps- c.q. Uniemerk heeft deze bescherming ook vanaf de aanvang af gegolden (artikel 9(2)(c) UMeV 2017).

Overeenstemming. Voor de vraag wanneer een teken “overeenstemmend” is met een (bekend) merk, zij verwezen naar 7.5.2.


(a) Bekend merk

(b) Al dan niet soortgelijke waren of diensten

(c) Verband tussen bekend merk en teken

(d) Afbreuk of ongerechtvaardigd voordeel

 

(e) Afbreuk aan merkfuncties

 

(f) Geldige reden