7.7 - Beperkingen van het merkenrecht

Print this page
Auteur:
Th.C.J.A. van Engelen

weegschaal.png

 

Beperkingen. Binnen de kaders van de in artikel 10 Merkenrichtlijn 2015 (voorheen artikel 5 (oud)) gegeven bandbreedte heeft een merkhouder een exclusief recht op grond waarvan hij het daar aangegeven gebruik van een gelijk of overeenstemmend teken in het economisch verkeer kan verbieden. Een absoluut, exclusief recht op een immaterieel object heeft naar zijn aard een vergaande reikwijdte en kan vele situaties bestrijken waarin de uitoefening van dat exclusieve recht wringt met gerechtvaardigde belangen van derden. Om die reden zijn beperkingen op een IE-recht eigenlijk ‘per definitie’ geboden, en het merkenrecht vormt geen uitzondering op die regel. Artikel 14 Merkenrichtlijn 2015 (voorheen Artikel 6) van de richtlijn bevat daartoe een opsomming van situaties waarin het de merkhouder niet is toegestaan een derde een bepaald gebruik in het economisch verkeer te verbieden.

Limitatief. De beperkingen op het merkenrecht zijn limitatief, zodat de nationale rechter het exclusieve merkenrecht niet kan beperken op een wijze die verder gaat dan de beperkingen die voortvloeien uit de richtlijn. Zie: HvJEU, 19 september 2013, Martin Y Paz Diffusion, onder 54-55, (IEPT20130919). Zie ook: HvJEU, 6 oktober 2015, Ford v Wheeltrims, (IEPT20151006) over hernieuwd merkgebruik en de samenloop met de modelrechtelijke beperking inzake reparaties (zie onder 10.7.6).


Algemene uitzonderingen. Vooropgesteld zij echter dat het merkrecht naar zijn aard al geen volledig exclusief recht verleent, aangezien het geen verbodsrecht geeft voor ieder gebruik van een gelijk of overeenstemmend teken. Zo kent de specifieke bescherming die artikel 10(2)(c) Merkenrichtlijn (voorheen artikel 5(2)) toekent aan een bekend merk een uitzondering voor gebruik waarvoor een geldige reden kan worden ingeroepen (evenzo artikel 2.20(2)(c) BVIE en artikel 9(2)(c) UMeV 2017) (zie onder 7.6.4(f)). Het verschil tussen een dergelijke specifieke uitzondering en de beperkingen van artikel 14 Merkenrichtlijn 2015(voorheen artikel 6 ) is dat deze laatste beperkingen in beginsel van toepassing zijn op ieder potentieel inbreukmakend gebruik van een gelijk of overeenstemmend teken, ongeacht onder welke subcategorie  van de inbreukcatalogus van artikel 10 Merkenrichtlin 2015 dat gebruik valt.


Benelux en Unierecht. Het regiem van artikel 14 Merkenrichtlijn 2015 (voorheen artikel 6 (oud)) is geïmplementeerd in het Benelux recht door het per 1 maart 2019 gelijkluidende artikel 2.23(1) en (2) BVIE. De Uniemerkenverordening 2017 bevat in artikel 14 het equivalent van artikel 14(3) Merkenrichtlijn 2015. De pendant van artikel 14(3) Merkenrichtlijn 2015 (voorheen artikel 6(2))is te vinden in artikel 135 UMeV 2017.


7.7.1 Gebruik volgens de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel

7.7.2 Primaat vergelijkende reclame

7.7.3 Ouder plaatselijk recht