7.13 - Internationale toepassing merkrecht

Print this page
Auteur:
Th.C.J.A. van Engelen

Universele toepasselijkheid. Zowel voor het Benelux merk als voor het Uniemerk gelden geen eisen inzake de nationaliteit of woonplaats van de rechthebbende. Eenieder, waar ook ter wereld kan dus een Benelux merk of Uniemerk aanvragen.

Unieverdrag en TRIPs. Doordat merkenrechten door eenieder verkregen kunnen worden voldoen het Benelux merkenrecht en het Uniemerkenrecht dus ook aan de uit het Unieverdrag van Parijs en TRIPs voortvloeiende verplichting om verdragsonderdanen merkrechten te bieden.
Uniemerk. De (oude) Gemeenschapsmerkenverordening kende oorspronkelijk wel beperkingen ter zake van degenen, die houder van een Uniemerk konden zijn. Artikel 5 (oud) UMeV noemde in dit verband (a) onderdanen van een lidstaat; (b) onderdanen van staten die partij zijn bij het Unieverdrag van Parijs of de Wereldhandelsorganisatie; (c) onderdanen van een staat die geen partij is bij het Unieverdrag maar die woonachtig zijn of een daadwerkelijke en wezenlijke inrichtingen van nijverheid of handel bezitten op het grondgebied van de Gemeenschap of een Unieverdragsland; (d) onderdanen van andere landen dan onder (c) bedoeld wanneer die landen – kort gezegd – aan Gemeenschaps-onderdanen nationale merkenbescherming bieden. Bij Verordening van 19 februari 2004 (422/2004, Pb 9.3.2004, L70) is de verordening echter gewijzigd. Artikel 5 UMeV, zoals dat vanaf 10 maart 2004 van kracht is. Sindsdien bepaalt artikel 5 van (thans) de Uniemerkenveroderning dat alle natuurlijke personen of rechtspersonen, met in begrip van publiekrechtelijke lichamen, houder van een Uniemerk kunnen zijn. Als reden voor deze Europese koerswijziging werd aangegeven dat dit het mondiale handelsverkeer stimuleert en dat zo voorkomen wordt dat de regeling ‘ingewikkeld, star en inefficiënt’ zou blijven.
Internationale merkinschrijving. Voor internationale merkinschrijvingen die op basis van de Overeenkomst van Madrid of het Protocol van Madrid plaatsvinden (zie onder 7.1) gelden wel beperkingen. De mogelijkheid daartoe staat ingevolge artikel 1(2) van de Overeenkomst van Madrid alleen open voor onderdanen van een Madrid-land. Die onderdanen kunnen in alle overige Madrid-landen bescherming verkrijgen voor hun in het land van oorsprong ingeschreven merken door middel van een aanvraag (depot) bij het Internationaal Bureau. Als land van oorsprong wordt ingevolge artikel 1(3) beschouwd het Madrid-land waar de inzender een daadwerkelijke en wezenlijke inrichting van nijverheid of handel heeft. Bij gebreke van een dergelijke inrichting in een Madrid-land, kan het Madrid-land van zijn woonplaats kwalificeren, dan wel – bij gebreke daarvan – het land van zijn nationaliteit. Artikel 3 van de Overeenkomst van Madrid stelt aan onderdanen van een Madrid-land gelijk degenen die in een Madrid-land woonachtig zijn of daar een daadwerkelijke en wezenlijke inrichtingen van nijverheid of handel bezitten, zoals omschreven in artikel 3 van het Unieverdrag van Parijs. Het Madrid Protocol breidt de mogelijkheid tot het verkrijgen van een internationale merkinschrijving uit tot Protocol-landen (artikel 1).