8.4 - Onrechtmatigheidsgronden handelsnamen

Print this page
Auteur:
Th.C.J.A. van Engelen

Verbodsgronden. Op grond van artikel 8 van het Unieverdrag van Parijs ontstaan handelsnaamrechten zonder dat depot of inschrijving vereist is, maar door het enkele gebruik van die naam als handelsnaam (zie onder 8.2). Daarmee is echter niet gezegd dat ieder gebruik van een naam als handelsnaam ook daadwerkelijk een handelsnaamrecht doet ontstaan.

Rechtmatig gevoerde handelsnaam. Dat niet iedere handelsnaam bescherming geniet blijkt uit artikel 5 van de Handelsnaamwet dat bepalend is voor de inhoud van het handelsnaamrecht. Het leert dat de rechthebbende op een handelsnaam de bevoegdheid heeft om – kort gezegd – op te treden tegen een jongere verwarringwekkende handelsnaam. Artikel 5 Hnw stelt daarbij echter wel als voorwaarde dat de oudere handelsnaam “rechtmatig gevoerd werd”. Daarmee is dus gegeven dat een onrechtmatig gevoerde handelsnaam de bescherming van het handelsnaamrecht ontbeert. Dat leidt logischerwijs tot de vraag wanneer een handelsnaam onrechtmatig gevoerd wordt en het gebruik van die handelsnaam dus niet tot een tegenover derden afdwingbaar handelsnaamrecht leidt.

Absolute en relatieve onrechtmatigheidsgronden. In dit verband kan een onderscheid worden gemaakt tussen absolute onrechtmatigheidsgronden en relatieve onrechtmatigheidsgronden. Absolute onrechtmatigheidsgronden maken dat de handelsnaam als zodanig onrechtmatig is. Die absolute onrechtmatigheidsgronden zijn te vinden in de wettelijke verboden van respectievelijk artikel 3, artikel 4 en artikel 5b van de Handelsnaamwet. Doordat de handelsnaam als zodanig onrechtmatig is kan het betreffende verbod door iedere derde worden ingeroepen. Relatieve onrechtmatigheidsgronden gronden maken een handelsnaam enkel onrechtmatig vis-a-vis de rechthebbende op een sterker recht, zoals de rechthebbende op een oudere handelsnaam (artikel 5 Hnw) of de rechthebbende op een merk (artikel 5a Hnw). Die onrechtmatigheidsgrond kan in beginsel alleen door de betreffende rechthebbende worden ingeroepen.

 

8.4.1 - Absolute onrechtmatigheidsgronden

 

8.4.2 - Relatieve onrechtmatigheidsgronden