IEPT20080124, Rb Alkmaar, Jaap.nl

Print this page 24-01-2008
IEPT20080124, Rb Alkmaar, Jaap.nl

PROCESRECHT


 


Collectieve actie van stichting niet-ontvankelijk
de stichting heeft niet voldaan aan de door het Gerechtshof gestelde voorwaarden, nu zij nog altijd onvoldoende onderscheid maakt tussen voor- en tegenstanders van de handelwijze van Plazacasa.
In het kader van het eerste kort geding heeft de stichting ook van een groot aantal makelaars een steunbetuiging ontvangen. De inhoud van die steunbetuiging luidt: "Ja, ik steun het kort geding van Stichting Baas in Eigen Huis tegen Jaap.nl". Deze tekst wijst erop dat degene die de tekst ondertekent, als tegenstander van Plazacasa moet worden aangemerkt. Deze indruk wordt versterkt door de brief d.d. 9 juli 2007 die bij die eerste steunbetuigingen hoort, waarin staat vermeld dat het doel van het kort geding is om aan de inbreuk op de auteursrechten door Jaap een einde te maken. Daargelaten de vraag of de makelaars die de stichting destijds steunden, dat nu in het kader van dit kort geding ook nog steeds doen, is ten aanzien van deze steunbetuigingen het volgende van belang. De steunbetuigingen zijn in het eerdere kort geding ook overgelegd en door het Gerechtshof in de beoordeling betrokken. Zij hebben het Gerechtshof kennelijk niet tot het oordeel kunnen brengen dat de stichting genoegzaam het door het Gerechtshof beoogde onderscheid maakt. Niet valt in te zien, gelet ook op de op dit punt onveranderde statutaire doelomschrijving, waar in algemene termen over makelaars en makelaarskantoren wordt gesproken, dat met dezelfde steunbetuigingen bij de nu in geding zijnde vordering wel voldoende onderscheid tussen voor- en tegenstanders van openbaarmaking op Jaap wordt gemaakt. Op grond van het voorgaande komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de stichting niet voldaan heeft aan de door het Gerechtshof gestelde voorwaarden, nu zij nog altijd onvoldoende onderscheid maakt tussen voor- en tegenstanders van de handelwijze van Plazacasa. Dit brengt mee dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de stichting gelijksoortige belangen behartigt en dat zij dientengevolge niet in haar vordering kan worden ontvangen.


 


Producties toelaatbaar
Plazacasa had er, gelet op de omstandigheden, rekening mee kunnen en moeten houden dat de stichting de steunbetuigingen in het geding zou brengen, alsmede dat zij daarop een beroep zou doen., zodat thans niet kan worden volgehouden dat Plazacasa in haar verdediging is geschaad, door het tijdstip waarop de stichting de producties in het geding heeft gebracht.
Plazacasa heeft bezwaar gemaakt tegen het in het geding brengen van producties 4 en 6 van de stichting. Productie 4 omvat een lijst van makelaarskantoren waarvoor de stichting stelt op te komen en productie 6 bestaat uit 5 ordners met steunbetuigingen van makelaars(kantoren). Vast staat dat Plazacasa (en de voorzieningenrechter) de desbetreffende stukken eerst op donderdag 10 januari 2008, in de loop van de ochtend heeft ontvangen. Plazacasa stelt zich, kort gezegd op het standpunt dat het op zo korte termijn indienen van zulke omvangrijke stukken in strijd is met de goede procesorde en het beginsel van hoor en wederhoor. Plazacasa betoogt dat zij hierdoor ernstig in haar procesbelang geschaad wordt en concludeert dat of die producties buiten beschouwing moeten worden gelaten of dat de behandeling van de zaak moet worden aangehouden, om haar in de gelegenheid te stellen alsnog kennis te nemen van de stukken en haar verweer daarop af te stemmen. Plazacasa heeft haar standpunt toegelicht aan de hand van een afzonderlijke pleitnotitie. De stichting heeft vervolgens bepleit waarom volgens haar die producties wel toegelaten kunnen worden, zonder aanhouding van de zitting.
4.2 De voorzieningenrechter heeft ter zitting geoordeeld dat producties 4 en 6 van de stichting worden toegelaten en dat aanhouding van de zitting niet noodzakelijk is. In de uitgebrachte dagvaarding d.d. 21 december 2007 is onder punt 20 reeds aangekondigd dat de stichting als productie 6 de door haar ontvangen steunbetuigingen in het geding zal brengen. Ook wordt in punt 17 van de dagvaarding reeds de als productie 4 overgelegde lijst genoemd. Bovendien meldt de stichting onder meer in punt 62 van diezelfde dagvaarding dat zij in dit kort geding alleen de belangen behartigt van de makelaars die aan haar schriftelijk steun hebben betuigd of zullen betuigen. Verder is van belang dat van de 5 ordners er al 3 in het eerdere kort geding zijn overgelegd. Een aanzienlijk deel van productie 6 moet daarom bij Plazacasa al bekend worden geacht. Onder deze omstandigheden had Plazacasa er rekening mee kunnen en moeten houden dat de stichting de steunbetuigingen in het geding zou brengen, zoals zij heeft gedaan, alsmede dat zij daarop een beroep zou doen. Daarom kan thans niet volgehouden worden dat Plazacasa in haar verdediging is geschaad, door het tijdstip waarop de stichting de producties in het geding heeft gebracht. Bij het voorgaande is mede in aanmerking genomen dat de producties meer dan 24 uur van te voren in het geding zijn gebracht en dat daardoor voldaan is aan het bepaalde in artikel 6.2. van het procesreglement kort gedingen rechtbanken sector civiel/familie


 


IEPT20080124, Rb Alkmaar, Jaap.nl