OCTROOIRECHT
Uitleg “verende lip” EP 824
• Van Riet heeft naar het oordeel van de rechtbank terecht aangevoerd dat hieruit blijkt dat met de verende lip wordt gedoeld op een lip die in zijn normale stand uitsteekt ten opzichte van het vlak van de rib en bij plaatsing van duwschoen om de drager wordt ingedrukt.
Geen inbreuk omdat glijschoenen niet verend zijn in de zin van octrooi – andere functie
• Het vereiste dat de lippen verend zijn, houdt immers verband met de hiervoor omschreven functie van de lip. Die functie wordt bij de sorteerinrichting van Van Riet niet vervuld door de eventuele elasticiteit van de glijschoenen, maar, zoals Vanderlande ook zelf aangeeft (par. 34 dagvaarding), door de elasticiteit van de rode stootkussentjes. De enige functie van de glijschoenen is het mogelijk maken dat de duwschoen over de drager glijdt (zie hierna r.o. 5.12). Gelet op die andere functie van de glijschoenen kunnen zij niet worden aangemerkt als verende lippen in de zin van conclusie 1 van EP 824.
Beschermingsomvang EP 303
• Complementaire holle en bolle delen
Het enkele feit dat bij Van Riet de glijschoen tegen een hol deel van de drager ligt, terwijl de bij EP 303 behorende tekeningen een slof laten zien die tegen een bol deel van de drager ligt, kan anders dan Van Riet meent, niet leiden tot een andere conclusie. Conclusie 1 stelt op dit punt geen andere beperking dan dat de slof is aangebracht op een complementair gevormd deel van de drager. Aan die eis is voldaan aangezien bij Van Riet het holle deel van de drager complementair is aan de bolle buitenkant van de glijschoen (zie over dit kenmerk ook r.o. 5.14).
• toevoeging van een mogelijk complicerend element aan een sorteerinrichting die aan de kenmerken van EP 303 voldoet, sluit die sorteerinrichting echter niet uit van de beschermingsomvang van EP 303
• het vereiste van complementariteit moet worden uitgelegd in het licht van de functie van de slof, te weten het mogelijk maken dat de afduwschoen verschuift. Daarvoor is nodig dat de slof en drager complementair gevormd zijn, maar niet noodzakelijk is dat de drager over de gehele lengte zonder speling aanligt tegen de slof
• Directe ondersteuning sloffen: De delen ondersteunen de sloffen dus in ieder geval indirect en niet valt in te zien waarom de beschermingsomvang van conclusie 1 van EP 303 beperkt zou zijn tot een vorm van directe ondersteuning
IEPT20090923, Rb Den Haag, Vanderlande v Van Riet
.