Serieuze dreiging publicatie persoonsgegevens presentator programma door Spermadonor

07-09-2021 Print this page
IEPT20190507, Rb Rotterdam, Dreiging publicatie gegevens Spermadonor

Verbod voor 24 maanden op publicatie persoonlijke adresgegevens presentator televisieprogramma. Ter zitting heeft gedaagde op de vraag van de voorzieningenrechter of hij van plan was om op korte termijn persoonlijke adresgegevens van eiser te publiceren bevestigend noch ontkennend heeft geantwoord. Dat is voldoende aannemelijk dat er sprake is van een serieuze dreiging. 

 

PRIVACY


Eiser is de directeur en presentator van een geproduceerde televisieprogramma dat in 2011 aandacht besteedde aan spermadonoren die op internet actief zijn en aan gedaagde in het bijzonder. Gedaagde heeft geprobeerd de uitzending van dit programma te voorkomen. Bij vonnis van 18 oktober 2011 is zijn vordering daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam afgewezen. 

 

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stelling van eiser dat publicatie van zijn persoonlijke adresgegevens kan leiden tot bedreigingen op zijn privéadres. 

 

Ter zitting heeft gedaagde op de vraag van de voorzieningenrechter of hij van plan was om op korte termijn persoonlijke adresgegevens van eiser te publiceren bevestigend noch ontkennend heeft geantwoord. Dat is voldoende aannemelijk dat sprake is van een serieuze dreiging dat persoonlijke adresgegevens door gedaagde gepubliceerd zullen worden. In dit oordeel is meegewogen dat partijen in diverse procedures verwikkeld zijn en dat in (één van) die procedures de publicatie van de persoonlijke adresgegevens van eiser ook aan de orde is geweest. 

 

De voorzieningenrechter gebiedt gedaagde zich gedurende vierentwintig maanden na betekening van dit vonnis te onthouden van de publicatie – in welke vorm en op welke plaats dan ook – van persoonlijke adresgegevens van eiser.


4.6. Ter zitting heeft [gedaagde] te kennen gegeven dat hij (vooralsnog) geen concreet plan heeft om over [eiser] te publiceren. Overwogen wordt dat het op de weg van [gedaagde] had gelegen aan de advocaat van [eiser] uitdrukkelijk te bevestigen dat hij niet tot publicatie van persoonlijke adresgegevens van [eiser] zou overgaan. Nu [gedaagde] dit heeft nagelaten én hij ter zitting op de vraag van de voorzieningenrechter of hij van plan was om op korte termijn persoonlijke adresgegevens van [eiser] te publiceren bevestigend noch ontkennend heeft geantwoord, is voldoende aannemelijk dat aan de zijde van [eiser] sprake is van een serieuze dreiging dat zijn persoonlijke adresgegevens door [gedaagde] gepubliceerd zullen worden. In dit oordeel is meegewogen dat partijen in diverse procedures verwikkeld zijn en dat in (één van) die procedures de publicatie van de persoonlijke adresgegevens van [eiser] ook aan de orde is geweest. Voorts is meegewogen dat in de onderhavige procedure niet betwist is dat publicatie van de persoonlijke adresgegevens van [eiser] onrechtmatig zou zijn. Onder deze omstandigheden brengt een afweging van de wederzijdse belangen van partijen met zich dat het belang van [eiser] op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer dient te prevaleren. De voorzieningenrechter acht daarom een voorziening op zijn plaats en zal de vordering onder 1 toewijzen.


IEPT-versie volgt

ECLI:NL:RBROT:2019:6497